Mar 062015
 

150306

“Hoe gaat het eigenlijk met jou?” vroeg ik tijdens een zeldzaam rustig moment aan een collega, nadat we wat werkdingen hadden besproken en ik had verteld dat ik een andere baan heb.
“Nou…”, zuchtte ze, “ik ben zó moe. De hele dag gaat het maar door, over zóveel dingen moet ik iets weten, constant moet ik schakelen van het één naar het ander, mijn hoofd zit helemaal vol.”

Onder andere dezelfde vermoeidheid als mijn collega ervaart, deed me verlangen naar ander werk. Al maanden voelt mijn hoofd alsof er aan alle kanten aan getrokken wordt, terwijl er tegelijkertijd voortdurend informatie in gepropt wordt. Net als ik op het ene onderwerp geconcentreerd was, moest ik mijn focus alweer verleggen naar het volgende en nooit is er een moment voor reflectie.

Een afwisselende baan is leuk, deadlines zijn niet erg en hectiek heeft zeker zijn charme, maar er is een grens. Bij mij geven fluitende oren die grens aan – nadat ik, terwijl ik gewoon achter m’n bureau zit te werken, rode vlekken in mijn gezicht en nek heb gekregen, nadat moodswings me van mijn stuk hebben proberen te brengen (wat soms lukt) en na de neiging om in huilen uit te barsten. En dat allemaal terwijl mijn stemming in de basis best goed kan zijn.

Mijn oren beginnen al maanden op de eerste werkdag van de week te fluiten. Rust en stilte heb ik in het weekend nodig. Geen volledige stilte, dat nou ook weer niet. Vergeleken bij de voortdurende douche aan geluiden, informatie en vragen die op werk over me heen komt, klinken één of twee personen die tegen me praten al als doodstil.

In mijn nieuwe werk ga ik me met maar één onderwerp bezighouden. Een garantie voor nooit meer fluitende oren is het niet. Maar dat ik me zal kunnen focussen, is nu al een verademing.

Mar 052015
 

150305

“Ik zie hoe moeilijk het voor mensen is om bekende denkpatronen los te laten en zich over te geven aan nieuwe werkwijzen. Mij geeft het juist energie om nieuwe dingen uit te proberen en eigen te maken. Als trainer wil ik die energie overbrengen. Vandaar deze reactie op de flexature”, schreef ik in mijn sollicitatiebrief. Het sprak de mensen die met mij het sollicitatiegesprek voerden, erg aan. Creativiteit en out-of-the-box denken, is wat ze zochten.

“Het zijn noodzakelijke vaardigheden”, vertel ik even later als mijn borderline ter sprake komt. Want met een cv waarop Poco Loco als eigen bedrijf prijkt, kun ik er natuurlijk niet onderuit om over mijn psychische aandoening te praten. Ben je trouwens helemaal niet verplicht in een sollicitatiegesprek. Maar als het dan ter sprake komt, benoem dan op welke manier het ook juist je kracht is.

“Met een aandoening als borderline, gaat er weinig echt makkelijk”, zeg ik. “Ik zit bijvoorbeeld vrijwel nooit in mijn comfort zone. Ik ben daardoor altijd aan het omdenken.”

Aan het omdenken, beren op de weg afleiden, oplossingen verzinnen en uit valkuilen omhoog klimmen is wat ik voortdurend doe. Het ergert me soms mateloos – maar juist dankzij mijn huidige werk heb ik ontdekt dat het een kracht is. En ben ik er de lol van gaan inzien.

Het is spannend om op 1 april alles los te laten wat me vertrouwd is. Loslaten vind ik niet makkelijk. Tegelijkertijd is loslaten precies het enige waarmee ik het meest vertrouwd ben.

Mar 042015
 

150304

Genachtmerried over stervende cavia, wakker door rusteloze benen, after-bootcamp koppijn, toch goeie stemming: wonderen bestaan, zei ik vanochtend nog vrolijk op Twitter en Facebook.
Nou, die goeie stemming is inmiddels als een plumpudding in elkaar gezakt.

De koppijn wil namelijk niet wijken. Teveel aan mijn hoofd gehad de laatste tijd, mijn oren fluiten al dagen harder dan de merels die fanatiek hun voorjaarsdeuntjes oefenen en het liefst zou ik met een hark door al mijn gedachten gaan. Alles wat ik denk hoeft niet weg, maar het kronkelt teveel door elkaar. Dat ik letterlijk niet kan focussen, blijkt gelukkig vooral te liggen aan te vieze brillenglazen, merk ik als ik mijn lenzen in doe.
Van rusteloze benen heb ik maanden geen last gehad, wat willen ze nu van me? Schop ze iets van zich af, willen ze wegrennen of zijn ze gewoon stappen vooruit aan het zetten?

Bijna elf jaar en in drie verschillende functies heb ik gewerkt op de afdeling waar ik nu werk en het is goed om een nieuwe stap te maken. Heel goed.
En ook heel eng spannend. Van iemand die alle klappen van de zweep zo langzamerhand wel kent, word ik weer een groentje. Van iemand die van bijna alles wel iets weet, weet ik van bijna alles nog niets. Van iemand die collega’s van antwoorden voorziet, word ik degene die vragen stelt.
Het is of alle nieuwigheid waar ik juist naar uit zie, nu als onzekerheid in me is gekropen. Ik zette zelf mijn wereld ondersteboven en heb geen spijt, maar het geeft wel een hoop rommel. En rommel en ik kunnen niet zonder elkaar, maar ook zeker niet met elkaar.

Dus dat er een cavia in mijn droom doodging, is dat mega-alarm en moet ik keihard op de rem? Of was het alleen maar… ehm… nouja, gewoon een cavia die dood ging?

 

Feb 282015
 

150228“Het zou mooi zijn als we met dat malende hoofd van mij koffiebonen konden malen”, zeg ik tegen K. in een poging om een luchtig grapje te maken over mijn piekerende hoofd. “Konden we er geld mee verdienen.”

We hebben net een eind langs het strand gewandeld – niet alleen omdat het daar mooi weer voor was en als alternatief voor hardlopen waarin we allebei niet heel veel zin hadden, maar ook om mijn hoofd uit de piekermodus te krijgen.

Helemaal gelukt is het niet.

Behalve mijn malende hoofd, probeer ik ook voortdurend door mijn borstkas jagende vlagen paniek in toom te houden.
“Vandaar dat ik weinig zeg”, verklaar ik aan K. “Ik ben bang dat ik gierend ga ademhalen als ik mijn mond opendoe.” Huuuuuu, huuuuuu, huuuuuu, doe ik voor.
“Kun je morgen dan wel op pad?” vraagt K.
“Nou, ik ga liever nergens heen, zeg ik eerlijk. “En juist daarom ga ik wel.” Ik zie uit naar de afleiding die ik daardoor zal hebben en ondertussen probeer ik al te bedenken welk rondje ik zondag kan gaan rennen.

Bewegen, bewegen, bewegen. Het is het enige dat helpt bij niet te stoppen gepieker en gierende paniek.

En ondertussen hoop ik dat ik volgende week ofzo ook geen flauw idee heb waar dit blogje nou eigenlijk over gaat.

Feb 242015
 

150224“Kan het zijn”, heb ik een keer aan een psychiater gevraagd terwijl ik een gebied ergens achter mijn rechteroor aanwees, “dat die borderline van mij hier vandaan komt?”
Als die psychiater toen nog dacht dat ik best normaal was, dacht ze dat zo te zien vanaf dat moment niet meer. Toch wist ik het zeker. Ergens aan de rechterkant van mijn hoofd, achter mijn oor, daar ging van alles niet zoals het moest. Ik voelde het. Maar volgens de psychiater zat ergens anders. Ik weet niet meer waar.

Ik voel tegenwoordig niet meer zo heel duidelijk waar in mijn hoofd mijn aandoening zit.
Voornamelijk rechts, dat wel.
Het is mijn rechteroor dat gaat suizen, fluiten en in het ergste geval gillen als ik de handrem steviger moet aantrekken. Het is de rechterkant van mijn hoofd die zwaar voelt bij angst, paniek, somberheid en moodswings. Het is rechts waar ik de flarden van gesprekken over economie hoor als ik te moe ben, te overprikkeld en daardoor te labiel. En het is rechts waar ik soms iemand mijn naam hoor roepen.
Migraine zit trouwens ook vrijwel altijd vooral rechts.

“Waar komen stemmen vandaan?” vroeg NRC aan hoogleraar psychiatrie Iris Sommer.

Het antwoord?
“Sommer wijst boven-achter haar rechteroor, het gebied in de hersenen waar taal ervaren wordt.”


Lees via Blendle het interview met Iris Sommer in NRC van maandag 23 februari 2015.