Mrt 112016
 

160311

Hoe moet het toch, vroeg ik me al wekenlang steeds weer opnieuw af, met mijn hond Smilla als wij deze zomer bijna drie weken naar Noorwegen gaan? Voor haar hebben we een plekje in het dierenpension gereserveerd en daar zullen ze haar zeker liefdevol verzorgen – maar kunnen we dat haar, bijna 15 jaar oud, doof, slechtziend, matig etend, slecht ter been, stijf & met waarschijnlijk nogal wat pijn, en vooral heel veel slapend, nog wel aandoen? Wat moeten we doen? Afwachten? Het gewoon maar proberen? Korter op vakantie gaan? Of de vakantie helemaal maar cancelen? Steeds weer opnieuw ging ik in gedachten de al honderd keer van alle kanten bekeken opties af en steeds weer opnieuw kwam ik er niet uit.

Totdat er een oproep van de dierenarts kwam voor de halfjaarlijkse inentingen van Smilla.

“Let op”, stond er ook in de brief, en ik las het lachend voor omdat de tekst kennelijk al zolang niet is aangepast, “de regels voor Engeland, Noorwegen en Zweden zijn per 1 januari 2012 versoepeld.”

Wacht even – Noorwegen? Smilla kan natuurlijk ook mee op vakantie!

Je brein heeft de vervelende gewoonte om dezelfde olifantenpaadjes keer op keer op keer opnieuw te bewandelen. Heb je eenmaal iets op een bepaalde manier gezien of benaderd, dan valt het niet mee om het op een andere manier te zien of te benaderen.

Het goede nieuws: je kunt je hersenen trainen om andere verbindingen te leggen. Bijvoorbeeld met deze oefening: pak een voorwerp dat bij je in de buurt ligt of staat. Een vork, een paperclip, een glas. Wat kun je daar nog meer mee doen, behalve dat waarvoor het bedoeld is? Bedenk 5 minuten lang zoveel mogelijk toepassingen (niks is te gek!).
Een vork kun je bijvoorbeeld ook als harkje gebruiken, een paperclip doet het prima als sleutelhanger en een glas is heel handig om mooie cirkels omheen te tekenen.
Doe deze oefening elke dag met een ander voorwerp en je zult zien dat je er steeds beter in wordt – en dat je er dus steeds beter in wordt om niet steeds in de geijkte (en vaak ongewenste) gedachtepatronen te vervallen.

Smilla gaat trouwens toch niet mee naar Noorwegen. We hebben alle mogelijkheden uitgezocht, en die bleken tamelijk beperkt. De dierenarts toverde nog een mogelijkheid uit de hoge hoed: hij schreef pijnstillers voor. Als die aanslaan, is een langer verblijf in het pension te overzien. Zo niet, dan cancelen we Noorwegen en plannen we, mét Smilla, een korte vakantie dichterbij.

Feb 262016
 

160226“Zichtbaarheid”, heb ik getypt als antwoord op de vraag wat mijn leerpunt is. Het is weer tijd voor het personeelsgesprek en behalve te behalen resultaten en opleidingswensen, moet ik aangeven wat mijn leerpunten zijn dit jaar.

Dit jaar: waarin ik terugkeer naar mijn eigenlijke functie. Komende week al voor een dag per week, en vanaf april helemaal. Lang zag ik er als een berg tegenop. Allerlei positieve ontwikkelingen maken dat ik er inmiddels zin in heb. Veel zin. Maar naarmate de terugkeer dichterbij komt, word ik me ook steeds bewuster van een sluimerende, altijd aanwezige angst. De angst voor onzichtbaarheid.

Angst voor onzichtbaarheid, het gevoel niet gezien te worden, in combinatie met verlegenheid: het is een rampzalig trio. Juist in mijn eigenlijke functie zat ik daardoor regelmatig vastgeplakt aan mijn bureaustoel terwijl ik me eigenlijk onder collega’s zou moeten begeven, feedback zou moeten vragen, informatie zou moeten vergaren, ideeën zou moeten delen, aanwezig, aanspreekbaar, herkenbaar, zichtbaar zou moeten zijn. Ik durf me eigenlijk nauwelijks zichtbaar te maken terwijl mijn angst voor onzichtbaarheid groot is: een ingewikkelde belemmering waarover ik voortdurend pijnlijk hard struikelde.

Dus toen ik tijdelijk als trainer aan de slag ging, was mezelf zichtbaar maken de opdracht die ik voor mezelf had. Me niet terugtrekken, letterlijk mijn stem laten horen door vragen te stellen en ervaringen te delen – het viel niet mee, maar het deed me wel goed. Ik heb veel geleerd. Mijn zelfvertrouwen is gegroeid. Stiekem ben ik nog steeds verlegen, maar ik ben zichtbaar en dat mag ik zijn.

En dan toch nu die angst.

“Zichtbaarheid”, typ ik dus als antwoord op de vraag wat mijn leerpunt is.
Op de vraag hoe mijn leidinggevende me daarbij kan helpen, weet ik het antwoord nog niet. Wél wat ik zelf kan doen.
“Wat doe je deze week om zichtbaar te zijn?” zet ik als wekelijkse herinnering in mijn telefoon.


In mijn boek Werken als een gek kun je meer lezen over mijn strijd met (on)zichtbaarheid.
Benieuwd?
Het boek is te koop in de boekhandel en via bol.com en managementboek.nl. Wil je een gesigneerd exemplaar? Bestel het dan hier!

Jan 222016
 

160122

“Pfff”, zucht ik terwijl ik met mijn handen mijn hoofd boven mijn ontbijt ondersteun. “Zoals ik me nu voel, zo voelde ik me heel lang áltijd.”
“Wat voel je dan?” vraagt K.
“Alsof ik wel kan janken”, zeg ik. “Terwijl ik me op zich goed voel. Maar dit is dus wat ik heb als het hectisch is.” En hoewel mijn stemming op zich nog goed is, is dit jankerige gevoel wel een klote-gevoel.

Maar meer dan dat is het een belangrijk alarmsignaal. Het vertelt me dat het weliswaar goed gaat, maar dat ik niet zonder meer maar kan dóórrennen. Ik geniet van wat er allemaal gebeurt, maar dat doe ik niet met volle teugen. Go with the flow dus, maar wel gecontroleerd. Want anders gaat het mis.

Hoe hou ik mezelf op de been?

  • Mijn lieve ouwe hond loopt tergend langzaam en staat om de haverklap stil: ik maak daar gretig gebruik en kijk uitgebreid om me heen, voel de frisse lucht op mijn huid, luister naar vogeltjes – kortom, ik probeer bewust te ontspannen.
  • Zomaar wat tv kijken is me momenteel te onrustig, maar Making a Murderer op Netflix is anders dan de titel doet vermoeden, ideaal: het gaat niet snel en elke aflevering is een keurig afgerond geheel.
  • Zowel op mijn werk als voor Poco Loco annuleerde ik afspraken waarin ik weliswaar zin had, maar die niet urgent waren. Er komt genoeg op me af en al zou ik kunnen denken dat ik nu de wereld aankan: ik doe nu niets wat niet perse nodig is.

Bovenstaande aandachtspunten zijn varianten op wat er in mijn Look & Feel Monitor staat bij fase groen: ik voel me goed (en dat wil ik graag zo houden).

Benieuwd wat er precies in mijn Look & Feel Monitor staat en wat die monitor eigenlijk is? Dat lees je in mijn boek Werken als een gek!

Dec 232015
 

151223a

“Weet je”, zeg ik tegen K. We zitten op de bank met een kopje koffie. Ik lees de krant, K. kijkt tv, Hond ligt te snurken in haar mand, de lichtjes in de kerstboom staan aan. Het voelt warm en harmonieus. “Door wat ik van huis uit heb meegekregen, geloof ik eigenlijk nooit dat relaties goed kunnen zijn. Altijd, bij iedereen die ik over zijn of haar relatie hoor, ga ik er automatisch vanuit dat daarin wel iets mis zal zijn.”
“Dat denk je toch niet over onze relatie?” schrikt K. Nee, dat denk ik niet over onze relatie. Niet meer. Het heeft lang geduurd voordat ik kon geloven dat het gewoon goed zit.

“Ik kan ook nooit geloven dat broers en zussen goed met elkaar kunnen omgaan”, ga ik verder. “Broers en zussen, daar moet afstand tussen zitten, daar moet wrijving zijn, dat is wat ik ervan weet. Heel raar als dat niet zo is. Ik snap daar niks van.”

Verward voel ik me regelmatig als ik zie dat broers en zussen, of andere familieleden onderling, goed met elkaar overweg kunnen. Het past zo niet in het systeem waarin ik opgroeide – een systeem waaruit ik al veel langer weg ben dan dat ik er in zat, en toch zit het nog in al mijn poriën.
Alsof ik me veilig en ontspannen kan laten wegzakken in een diepe leunstoel, zo vanzelfsprekend zouden goede relaties en (familie-)banden moeten zijn. Ik zet me op het puntje van mijn stoel echter altijd schrap.
“Het lijkt me naar, altijd dat wantrouwen”, zegt K.

“Maar voor kerstmis heb ik nu de knop omgezet”, meld ik. Kerst ken ik als een gespannen, moeizame tijd. De kerstboom vol lichtjes, de kerststerren voor het raam, het kerststalletje: als het aan mij lag, had het allemaal op zolder mogen blijven liggen.

Tot ik deze week bedacht dat ik er dit jaar van wil genieten.
En… ik hoop dat jullie dat ook doen! Fijne kerstdagen!

Dec 092015
 

151209

“Een echt groepsdier”, weet de boswachter die ons ’s middags les geeft op de wandelcoachopleiding, over het puttertje. De opdracht was om het dier, de plant of de boom te noemen waarmee je jezelf op één of andere manier associeert. Vogels, wist ik meteen, en vervolgens twijfelde ik tussen het puttertje en de ijsvogel. Het werd uiteindelijk het puttertje.

“Nou, een groepsdier ben ik bepaald niet!” reageer ik op de boswachter.
Nerveus heb ik in de groep het woord genomen om mijn associatie te delen. Omdat ik dat zo moeilijk vind begin ik liefst als eerste, maar niet altijd ben ik snel genoeg en ik wil ook niet altijd haantje de voorste lijken. Maar bij wachten tot ik als laatste overblijf, voel ik me ook niet happy. En dus komt het er vaak op neer dat ik tegelijk met iemand anders begin te praten.

Door mijn zenuwachtigheid heb ik de vogelgids van Hans Dorrestijn, waaruit ik iets over het puttertje wil voorlezen, precies bij het verkeerde citaat opengeslagen.
Waarom lees ik dít? vraag ik me af terwijl ik dapper en alsof ik het precies zo bedacht heb, doorga. En waarom, vraag ik me af als allang iemand anders aan het woord is, vertelde ik niet waar werkelijk mijn liefde voor puttertjes vandaan komt?

“Er zit een heel bijzonder vogeltje in de tuin!” ontdekte ik toen ik op het randje van psychotisch voortijdig van vakantie was terug gekomen en dacht dat het nooit meer goed met mij zou komen.
Een vogeltje met een rood maskertje op en felgele veren in zijn vleugels was het eerste wat ik helder zag, nadat ik de wereld dagenlang vertroebeld en door een smalle koker had waargenomen.
Het bleek het puttertje te zijn.

Sindsdien staat het puttertje voor mij voor hoop en vertrouwen.

[…] Maar al heb je de Appelvink een keer gezien, het verlangen gaat niet over. Je blijft hopen op een Appelvink. Zo verlang ik nog steeds naar de al duizendmaal in de kijker waargenomen distelvink (Puttertje).
Misschien wordt het duidelijker als ik zeg: de IJsvogel. Iedereen wil wel elke dag een ijsvogel zien, behalve mensen die niet deugen. Die zien liever bloed. Of geld.

(Uit Dorrestijns Vogelgids, Hans Dorrestijn, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2008)


De foto is afkomstig van internet.