Jun 112015
 

150611

Ken je het Panel Psychisch Gezien? Dat is een door het Trimbos Instituut gecoördineerd landelijk panel van en voor mensen met psychische aandoeningen. Een keer of twee per jaar krijg je al deelnemer een enquete met vragen over werk, eenzaamheid, hulpverlening enzo. Heel waardevolle gegevens halen ze daarmee op voor onder andere de politiek en verbetering van het hulpaanbod.

Een vaste vraag is hoe je je sociale leven ervaart. Ben je tevreden met de sociale activiteiten die je hebt? Zou je meer activiteiten buitenshuis willen? Zit je vaker thuis dan je lief is?

En ja, hoeveel ik ook hou van thuis zijn, in m’n eentje, in alle rust: dolgraag zou ik meer sociale reuring willen. Maar ja, denk ik altijd, dat kan niet. Want rust & regelmaat zijn tenslotte heilig.
Vandaar dat ik even een beetje jaloers was toen ik hoorde dat een vriendin zich bij een popkoor heeft aangemeld. Zulke dingen wil ik ook kunnen doen.

Sterker nog, zingen is één van mijn favoriete bezigheden – alleen wel heel erg in het geheim. Ik durf niet eens mee te zingen voor iemands verjaardag. Of als de deur naar de tuin openstaat. Want ooit was mijn stemgeluid één van de redenen voor Grote Broer om me hardhandig de grond in te boren.
Los van gewoon leuk, zou het een enorme overwinning op mezelf en op mijn verleden zijn om te zingen terwijl anderen dat kunnen horen.

Twijfel alom dus. Durf ik dit, kan ik dit, wil ik dit, wat wil ik eigenlijk? Om het nog moeilijker te maken, deed zich ook een mogelijkheid voor om iets met toneel (nog zo’n geheime liefhebberij) en het onderwerp borderline te doen. Is dat niet passender?

“Gewoon iets doen omdat je er lol in hebt is ook belangrijk”, whatsappte mijn vriendin. Ik pakte mijn shovel en schoof al mijn twijfels aan de kant.

Gistermiddag kreeg ik een mailtje. Op 1 en 8 juli mag ik op proef meezingen met het popkoor :-) .

Jun 082015
 

150608

“Hoe is jouw relatie met je moeder?” vroeg ik vrijdag aan een vriendin.
“Nou, wel goed, denk ik”, antwoordde ze. Misschien dat dit voor anderen een duidelijk antwoord is, maar ik kan er geen chocola van maken.
“K. belt elke week minstens een keer naar haar moeder”, zei ik, zoekend naar een referentiekader. In betere tijden belde mijn moeder me één keer per maand.
“O, ik ook hoor”, zei mijn vriendin. “Ik bel mijn moeder zeker twee keer per week.”
En weet je moeder dan hoe je vrienden heten, wat je zoal uitspookt in het leven en bij wijze van spreken zelfs wat je lievelingskleur is, wil ik weten. Ik weet van K. dat moeders dergelijke dingen kunnen weten, maar nog altijd kan ik dat nauwelijks bevatten. Mijn vriendin knikte: ja, haar moeder weet misschien niet alles, maar wel veel.

Eerder die dag kreeg ik een bericht van Kleine Broer over de verjaardag van mijn moeder. Ze wordt 80 binnenkort. Of het geen goed idee zou zijn om haar een foto cadeau te doen waarop mijn broers en ik, onze partners en de kleinkinderen staan?

Nou, nee, laat ik hem zondag weten nadat ik het zowel met mijn vriendin als met K. heb besproken. Ik zie me al netjes ingelijst staan op de piano, alsof we een doodnormale familie zijn. Misschien zijn mijn ouders en mijn broers dat wel met elkaar, maar ik ervaar het anders. Ik heb me daar inmiddels bij neergelegd. Wat niet hetzelfde is als dat het me niets meer doet.

En dat merk ik als ik zondag de uitnodiging voor het verjaardagsfeestje voor mijn moeder lees. Vrijdag zei ik nog tegen mijn vriendin dat ik me tegenwoordig niet meer bodemloos voel.

Maar eenzaam voel ik me wel, als ik probeer te bedenken in welke bewoordingen ik zal afzeggen.

Jun 072015
 

150607Ken je dat, dat je je ineens realiseert dat je iets belangrijks vergeten bent?
Ik had dat op een oudejaarsdag tijdens een bezoek aan K.’s oma in Dordrecht. Daarna zouden we doorrijden naar K.’s ouders in Zeeland en daar zouden we blijven slapen.
Ineens flitste het door me heen: ik ben mijn medicijnen vergeten. Nu, met de lage dosering die ik gebruik, zou een dagje niets slikken niets uitmaken, maar dat lag toen wel even anders.
Ondanks de officiële medicijnenlijst met stempel en paraaf en al van mijn apotheek die ik in die tijd altijd bij me had, wilde de apotheek bij schoonoma om de hoek me nog geen milligram venlafaxine geven. Er zat niets anders op om terug naar huis te gaan en, gewapend met mijn pillen, van daaruit alsnog naar Zeeland af te reizen.

Dus toen iemand me gisterenmiddag vroeg of ik wat oxazepammetjes kon missen, die daarvoor anders met angstaanvallen en al heen en weer naar het midden van het land zou moeten reizen, hoefde ik niet lang over het antwoord na te denken. Bovendien slikte ik zelf zo’n drie maanden geleden mijn laatste oxazepammetje. Vóór die tijd had ik zeker 1 à 2 keer per week een pilletje nodig om overeind te blijven.

Omdat dat overeind blijven zo lastig was, heb ik in die tijd weleens overwogen om het roer radicaal om te gooien. Het werkroer, met name. Bezorger van de apotheek worden, was bijvoorbeeld één van mijn ideeën.

Ik had er vast van genoten.
Want meer dan een strip pilletjes tegen angst, bracht ik een grote dosis opluchting.

Jun 052015
 

150605

Eindelijk is het zomers warm, besluit ik na lang twijfelen dat de eerste zin van dit blogje moet zijn. Aanvankelijk wilde ik schrijven: “Vanzelfsprekend is het heerlijk dat het eindelijk zomers warm is.” Maar daar gaat nou juist deze blogpost over. Dat het níet vanzelfsprekend is dat dat heerlijk is. Dat niet iedereen dat heerlijk vindt, beter gezegd.

Ik heb het zelf vaak helemaal niet heerlijk gevonden – zomer, zon en warmte staat gelijk aan ontspanning, vrolijkheid en plezier en dat staat haaks op depressiviteit en andere vormen van psychische labiliteit. Ik weet niet zeker of mijn zwaarste depressieve periodes in de zomer waren, maar dat zijn wel de periodes die ik me vooral herinner. En hoe zeer ik tegenwoordig weer kan genieten van de warmte en het licht van de zon – er zijn nog altijd enkele hobbels die ik eerst over moet.

De eerste drempel is het aanpassen van mijn kleding aan het weer. In eerste instantie voel ik me veel te zichtbaar, bloot en kwetsbaar met korte mouwen en als ik zonder jas naar buiten kan.

Blote armen en zonder jas is na een paar dagen wennen tot daar aan toe, maar blote benen is dan weer van heel andere orde. Behalve als ik thuis ben of op vakantie, heb ik onder een rok of jurkje liefst toch altijd tenminste een panty of legging-achtig iets tot net over de knie aan. Ik zou tevreden kunnen zijn met mijn benen die me altijd maar weer van hot naar her dragen. Maar dat ben ik niet. Want ze dragen ook de lelijke sporen van kwaadheid, stress en verdriet.

De beste manier, in welk seizoen dan ook, om me over mijn drempels heen te zetten, is hardlopen. Maar laat nou juist dit warme weer voor mij eigenlijk totaal ongeschikt zijn om te gaan rennen…

Vanochtend ging het nog net. Zeven en halve kilometer had ik nodig om een zomerse outfit aan te durven trekken.

Jun 012015
 

150601

Even leek het erop dat er maar liefst drie gegadigden waren om de Haagse Royal Ten mee samen te lopen – en van die drie bleven er nul over.
“Je hoeft niet te gaan als je niet wil”, zei K. toen ik zondagochtend enigszins bedrukt mijn yoghurt met fruit naar binnen lepelde.
“15 euro kostte het”, antwoordde ik.
“Tja, jammer dan. Als je geen zin hebt, hoef je echt niet te gaan. Dan loop je thuis maar een rondje.”

Geen zin en in mijn eentje niet goed durven: ze lijken erg op elkaar, die twee. Of liever gezegd: niet goed durven doet zich vaak voor als geen zin, als hij bij mij aanklopt. Ik moet heel goed opletten om door zijn vermomming heen te kijken.

Geen zin of eigenlijk niet durven, wat maakt het uit? In beide gevallen blijf je toch gewoon lekker thuis, kun je denken.
Maar zo makkelijk kom ik niet van niet durven af. Want blijf ik er één keer voor thuis, dan blijf ik er een tweede keer veel makkelijker voor thuis, en een derde keer is wel gaan al niet eens meer een overweging. Niet durven, angst, is bij mij een klein, aaibaar monstertje dat binnen de kortste keren buitenproportioneel groot groeit als ik hem ook maar een millimetertje ruimte geef.

En dus ging ik wel naar Den Haag.
Waarbij tegen de angst hielp dat de zin om te rennen sowieso komt zodra ik mijn hardloopkloffie aan heb. En dat ik weet dat ik me tijdens zo’n evenement altijd wel vermaak met het kijken naar de andere deelnemers. En dat ik ook weet dat ik me oké voel als ik eenmaal ren. En dat ik nieuwsgierig was naar de route.

Alleen maar zo ontspannen mogelijk lopen, dat is alles wat je gaat doen, prentte ik mezelf in.
Ik liep een PR.


Can we change a rule, a nose, a person
Can we change a nation
Can we change a fool
Can we change the weather
Can we keep it cool
Make love, make life, make a star
Can we end a war
Can we really ever change
Can we ever really ever change
Can we really really ever change

Yes, we can
Yes, we can
Yes, we can