Sep 022014
 

140903 De afleiding van het gewone leven

Toen ik vorige week bedacht dat ik mezelf echt een halt moest toeroepen en daarvoor geen andere mogelijkheid zag dan me voor halve dagen ziek te melden, stelde ik me voor hoe die halve dagen thuis tot ontspanning zouden leiden. Lezen, Hond uitlaten, lekker buiten zitten, beetje rondkeutelen…

Dat was voordat mijn hoofd op hol sloeg.

Gisteren ging ik alsnog halve dagen werken. Al voelde mijn hoofd nog nauwelijks alsof-ie weer op z’n plaats zat, de schroefjes nog niet aangedraaid – ik heb me vaker kwetsbaar gevoeld, maar dit was weer een heel nieuwe variant. Alsof ik heel voorzichtig, voetje voor voetje, de wereld opnieuw moest leren kennen en alsof het lichtste zuchtje wind me al omver zou kunnen blazen. Onrustig voelde ik me erdoor. Opgelucht haalde ik adem toen mijn ochtend werken erop zat. Gauw naar huis en al die ontspannende dingen doen!

Eenmaal in m’n eentje thuis, zonder doel, zonder vastomlijnd plan, merkte ik het meteen: niet verstandig. Mijn gedachtes sloegen onmiddellijk weer op hol. Nou, ik kan je vertellen dat dat héél eng is als je net hebt ervaren hoe dicht je daarmee in de buurt komt van volledige ontsporing.
In mijn agenda stond aan het einde van de middag een afspraak die ik eigenlijk zou moeten afzeggen. Want tamelijk ver rijden, redelijk intensief en op een tijdstip dat zowel van de middag als van de avond niet veel overliet. Op een gewone maandag zou het al iets te vermoeiend zijn – laat staan na zo’n eerste werkdag na een week lang bijna gek te zijn geweest.

Maar f*ck, dacht ik. Óf weer vechten tegen mezelf. Óf kiezen voor de afleiding van het gewone leven, van structuur, van mensen die me graag zouden zien komen.

Ik koos de afleiding.
Ik koos goed.

Soms is afleiding inspanning. En soms is inspanning ontspanning. Sinds gisteravond lijken de schroefjes iets beter aangedraaid te zijn.

Sep 012014
 

140901 Verknipt (93)

Wankelmoedig, zegt mijn Dikke van Dale uit 1992, betekent onzeker van gemoed, zonder vaste wil of zelfvertrouwen: een wankelmoedig mens.
Wankelmoedig, zegt Van Dale anno 2014 via de betekeniszoeker op de website, is aarzelend bij gebrek aan zelfvertrouwen; besluiteloos.

Moedig ben jij, zeggen veel mensen tegen mij, en dapper. Een vechter. Moedig om de workshops die ik geef, dapper om de blogs die ik schrijf, een vechter om al die keren dat ik val en weer opkrabbel.

Ik dacht lang dat ik dat allemaal niet was. Ik was tenslotte een domme koe, een stomme trut en een achterlijke baby. Ik was iemand die haar stem niet mocht laten horen, ik was iemand die letterlijk geen ruimte mocht innemen, ik was iemand die onzichtbaar werd. Ik was iemand wiens leven beheerst werd door angst en die altijd vluchtte.

Vluchten of vechten, dat is wat je doet bij angst. Wat iedereen doet bij angst.

Ik was het zat, altijd maar dat vluchten. Ik kwam er zo nergens mee. Ik werd er zo ongelukkig van. Het voelde zo zwak. Het voelde zo als vroeger. Ik wil geen vroeger meer. Ik ben nu. Ik weet dingen. Ik kan dingen. Ik mag er zijn. Ik ging vechten. Ik werd iemand die altijd vecht. Ik dacht dat vechten het alternatief is vluchten. Het enige alternatief voor vluchten.

Maar nee.
Wankelmoedigheid is het alternatief voor vluchten. En voor vechten.

Niet wankelmoedig zoals Van Dale zegt dat het is. Maar wankelmoedig zoals het woord zelf zegt dat het is: de moed om te wankelen. De moed om bang te zijn. De moed om onzeker te zijn. De moed om niet te weten, niet te kunnen, even niet te zijn.
De moed om eerder beter naar mezelf (en naar anderen) te luisteren. De moed om een stapje terug te doen.

Wankelmoed. Doe mij er maar een onsje meer van.


Dit weekend ben ik aardig opgeknapt van het bijna-doordraaien van afgelopen week. Mijn neiging & mijn grote valkuil is om full speed de draad weer op te pakken: niks geen halve dagen werken zoals eigenlijk mijn oorspronkelijke idee was voordat ik helemaal uitviel. Hupsakee, gewoon weer verder vechten!
Maar met wankelmoedige ogen bekeken, lijken die halve dagen werken me voor nu verstandiger. Dat wordt dus toch maar mijn voorstel bij de bedrijfsarts vanochtend.

Aug 302014
 

“Ik dacht: je gaat gillen en schreeuwen en je houdt niet meer op, je komt hier niet meer uit”, bekent K. “Ik zag mezelf al bij jou op bezoek zijn in het psychiatrisch ziekenhuis.”

Wat K. zegt, verbaast me niet. Het kwam erg goed uit dat K. niet alleen woensdag gewoon haar parttime dag had, maar donderdag ook vanwege flinke verkoudheid besloot thuis te werken: als ik alleen thuis was geweest, was het misschien wel echt mis gegaan. Op de werkconferentie op het ministerie leefde bij sommigen de veronderstelling dat mensen met een psychische aandoening „zomaar, van het ene op het andere moment kunnen doordraaien” – nou, ik kan niet voor iedereen spreken, maar bij mij was daar 8 maanden opgebouwde spanning voor nodig. Het ging nét niet helemaal mis, maar het totale controleverlies kwam gevaarlijk dichtbij.

Ik draaide bijna door omdat ik terechtkwam in vicieuze cirkel van paniek om wat er gebeurde, piekeren over een oplossing en maar blijven redeneren om de boel te resetten, waarna er weer meer gebeurde, ik weer verder piekerde, en opnieuw begon te redeneren…

Ik draaide niet door omdat ik dankzij dat piekeren ontdekte waarmee ik bezig was.

En vooral dankzij K. die toevallig thuis was en die me af en toe tot de orde riep.
Dankzij tante Migraine die eiste dat ik in totaal zo’n 18 uur droomloos sliep.
Dankzij twee bakens in de vorm van een afspraak bij de bedrijfsarts, al ging die niet door, en een telefoontje dat ik vrijdagmiddag om 15:30 uur moest plegen.

Vier dagen lang werd ik in een woeste draaikolk door elkaar geschud en uit elkaar getrokken en binnenstebuiten gekeerd en heen en weer gesmeten.
Ik voel me nu alsof ik net wakker ben uit een lange, koortsachtige slaap vol nachtmerries. Met verwondering zie ik dat de rest van de wereld nog op z’n plaats staat.

En nu moet mijn hoofd gereset worden. Ik bedoel, djiezus, man, wat is er gebeurd de afgelopen week? Waar was ik, de afgelopen weken? Net niet doorgedraaid. Maar wel ontvoerd door mijn eigen hoofd.

Als ik nu huil, dan is dat omdat ik met de schrik ben vrijgekomen.

Aug 292014
 

140829 Mijn eigen staart achterna

“Wat staat er eigenlijk over in je Look & Feel Monitor?” vraagt K. als de zoveelste vlaag van paniek mijn adem afsnijdt, van mijn stem niets meer dan een piepgeluid overlaat, de tranen weer eens over mijn wangen rollen en ik eigenlijk het liefst zou gillen.
“Opruimen”, breng ik uit terwijl ik de paniek probeer tegen te houden, maar deze mate van paniek is er één die mijn Look & Feel Monitor niet beschrijft.

Een paniek zo groot dat enigszins realistisch denken niet meer mogelijk is, dat ik het gevoel heb dat ik verzwolgen word door alle woorden en zinnen die de afgelopen tijd tegen me gezegd zijn, dat er de hele tijd een film in mijn hoofd speelt waarin taken en werkzaamheden me letterlijk om de oren vliegen, alsof ze worden afgeschoten door zo’n ballenmachine op de tennisbaan, en dat vrijwel alles wat er nog tegen me gezegd wordt wantrouwen of angst oproept, dat ik  maar blijf redeneren en drammen en zeuren en pleiten en vechten en strijden en dingen op de spits drijven (en o, wat haat ik dit gedrag van mezelf) en rust gun ik mezelf nauwelijks.

“Niet alles hoeft meteen”, staat op de voorkant van het tijdschrift Flow dat K. voor me meebrengt: “wat uitstelgedrag je oplevert”, en: “Leg de lat eens wat lager” en hoewel ik instemmend knik, blijf ik maar doorgaan – ik voel me als een hond die als een dolle zijn eigen staart achterna zit. Iedere keer dat ik probeer uit mijn eigen vicieuze cirkel te stappen, slaat de paniek weer toe. Ik klamp me vast aan de afspraak met de bedrijfsarts, vanochtend om 9 uur – het slaat nergens op, maar ik heb besloten dat daarna alles beter gaat.

Om 8:11 uur belt de bedrijfsarts om de afspraak uit te stellen tot maandagochtend. Het moest zo zijn, waarschijnlijk. Het blijkt geen reden voor nieuwe paniek, maar het signaal om eindelijk los te laten.

Aug 232014
 

140823 Een weekendje Friesland

Ik zou niet meegaan, vandaag, naar Friesland. Ik zou gisteren met een vriendin een middagje Amsterdam doen. Ik zou zaterdag een dagje lekker alleen thuis zijn. Ik zou K. morgen wel ophalen.

Een weekendje Friesland, met 10 volwassenen en 1 baby: mijn schoonfamilie. Een weekendje Friesland heel veel mensen en heel veel geluid en heel veel prikkels. Eén van die prikkels is de schoonfamilie op zich: hun vanzelfsprekende samenzijn, bij elkaar horen, elkaar door en door kennen, onvoorwaardelijk vertrouwen, onvoorwaardelijke liefde.

Een weekendje dus waarvan ik van tevoren weet dat ik voortdurend heen en weer zal zwiepen tussen intens genieten van erbij te mogen horen en intens verdriet omdat dit gevoel van erbij te mogen horen voor mij nooit vanzelfsprekend zal worden. Dat ik altijd zal twijfelen of ik er echt wel toe doe. Dat ik steeds bang ben mensen te verliezen, van me af te duwen, verlaten te worden.

Ik kán het wel een heel weekend aan – maar ik zou dan wel maandag thuis moeten werken of vrij moeten zijn. En dat ging niet. Sterker nog: ik werk bijna de hele dag in plaats van alleen maar de ochtend, zoals ik op maandag gebruikelijk doe.

Vandaar dat ik alleen maar zondag naar Friesland zou gaan.
En vrijdag op pad met een vriendin.

De afspraak met de vriendin cancelde ik – dinsdag was ik al zo moe dat ik inschatte dat ik vrijdag tot niet meer dan bankhangen in staat zou zijn. Vervolgens paniek, omdat twee hele dagen alleen thuis na zo’n week als afgelopen week, met alle chaos in mijn hoofd en emoties van dien, een heel beangstigde gedachte was.

En toen bedacht ik wat ik jaren geleden schreef over een weekendje Friesland.
Sindsdien wilde ik liefst gisteren al weg.