Nov 062015
 

151106

“Dat jij borderline hebt”, zei iemand aan wie ik dat laatst vertelde, “zegt wat mij betreft niets over wie jij bent. Je had net zo goed kunnen zeggen dat je een vouwfiets hebt.”

Is het hebben van borderline hetzelfde als het hebben van een vouwfiets? vraag ik me af als ik alleen nog maar wat na-grinnik.

  • Vouwfietsen zijn er, net als borderline, in allerlei uitvoeringen. Het grootste verschil tussen die uitvoering zit in het het gewicht: net als borderline, kun je vrij zware tot tamelijk lichte varianten krijgen.
  • Het enige kenmerk dat vouwfiets-bezitters gemeen hebben, is dat ze in het bezit zijn van een vouwfiets.
  • Net als met borderline, moet je met een vouwfiets enige behendigheid krijgen in het ermee omgaan. Zeker in het begin zul je regelmatig vastlopen. En hoe handig je er ook mee wordt, je zult alle vouwpunten (net als je vaardigheden om met borderline om te gaan) altijd goed moeten onderhouden.
  • Of je ‘m nou opvouwt of niet, in de drukte van bijvoorbeeld een trein tijdens de spits is een vouwfiets altijd onhandig. Als je even niet goed oplet zit je er niet alleen jezelf, maar ook anderen flink mee in de weg.
    Veel mensen met borderline kunnen slecht omgaan met drukte, stress en/of veel prikkels om zich heen. Daarbij willen anderen het weleens ontgelden.
  • Hoe zwaar of hoe licht je vouwfiets ook is, hoe compact je ‘m ook kunt opvouwen, hoe handig je daar ook in bent en hoe goed gesmeerd de vouwpunten zijn: het blijft extra bagage die je met je meesjouwt.
  • Wees eerlijk: hoe fancy jouw vouwfiets ook is, droomde je er ooit van een vouwfiets te bezitten? Heeft ooit iemand gewoon maar voor de heb een vouwfiets aangeschaft?

Ja.
Borderline is als een vouwfiets.

Okt 212015
 

151021

Twittert op persoonlijke titel, staat er in sommige Twitter-bio’s.
Een beetje vreemd heb ik dat altijd gevonden. Hoezo, op persoonlijke titel? Zolang je niet via het Twitter-account van een bedrijf of organisatie tweets de wereld instuurt, is het toch vanzelfsprekend dat jíj degene bent die twittert?

Zo twitterde en facebookte ik er gewoon als mezelf & op persoonlijke titel de afgelopen jaren lustig op los. Over mij, over mijn moodswings, over de pieken en dalen op het werk, over Hond, over vakanties, over de dingen waarover ik me verwonderde, over de dingen die me opvielen, soms over de dingen die me kwaad maakte, vaker over de dingen waarvan ik blij werd.
’s Ochtends begon ik met mijn #goedemorgen-berichtje, doordeweeks gevolgd door mijn #offIgo- en #workinggirl-updates. Tussendoor wat #kleingeluk-mededelingen of #livingontheedge-jes. En niet te vergeten de melding dat er een #nieuweblogpost online stond, met tegen de avond de #blogpost-reminder.

Ik was altijd alleen maar mezelf. En dat ben ik natuurlijk nog steeds. Maar langzamerhand stap ik in nieuwe rollen: in de rol van schrijver, bijvoorbeeld. En misschien nog wel belangrijker: in de rol van professioneel wandelcoach voor werknemers met een psychische aandoening.
Wat blijkt? Die twee hebben een andere stem dan ik als mijn persoonlijke zelf. En ik merk dat ik die andere stem liever laat horen.

Los van dat ik nog niet goed weet hoe die stem klinkt, voelde mijn persoonlijke zelf zich even ontheemd. Waar deel ik dan nog, wat ik als mezelf delen wil?
Totdat ik dacht aan een recente status-update van iemand op Facebook, die koos voor een scheiding tussen zakelijk en privé – waarbij Facebook privé werd. Niet langer voor ‘vrienden’, maar alleen nog voor vrienden die dat in real life ook zijn.

Ongeveer dezelfde grens heb ik inmiddels ook getrokken. Doodeng vond ik dat. Vind ik dat nog. Miljoen excuses voor als ik je gekwetst heb – zo is het niet bedoeld. Want meer dan welkom ben je wel. Hier, hier, hier en hier.

Okt 192015
 

151019

“De hele dag heb ik al het gevoel dat ik iets vergeet”, zuchtte iemand op werk laatst. “Ken je dat? Dat je zeker weet dat je nog iets moet doen, maar dat je geen idee hebt wat?”

En of ik dat ken.

Het is de reden dat ik eigenlijk geen opleiding meer wilde doen. Omdat ik dan tussen de opleidingsdagen door voortdurend denk dat ik nog veel meer moet doen dan ik al doe. Terwijl ik dat sowieso altijd al denk. Met de wandelcoachopleiding heb ik daar trouwens tot nu toe geen last van. Integendeel. Met liefde zou ik er meer voor doen.

Toch heb ik constant het idee dat ik íets moet doen. Zomaar een beetje stilzitten en uit het raam staren zonder het idee te hebben dat ik iets hoef, zit er bij mij niet in. In alle rust de krant of een boek lezen, zonder het gevoel dat er zo’n duveltje-uit-een-doosje-springveer onder m’n kont zit? Ik weet niet hoe ik het voor elkaar moet krijgen. Terwijl het me zo heerlijk lijkt. Even geen gejaagd gevoel. Voor heel even het idee dat ik alles heb gedaan wat ik moest doen. Moest van mezelf, meestal. En zonder altijd te weten wat ik dan eigenlijk moet doen. Iets.

En dat is nou precies waarom ik die vrije maandag zo heerlijk vind. Alle mailtjes die ik nog denk te moeten schrijven, de dingen die ik wil lezen, info die wilde opzoeken, kleine klusjes die ik dacht te moeten doen, to-do-lijstjes die wachten om afgevinkt te worden: wat is de vrije maandag daar een ideale dag voor.

En wat zijn mijn weekends weer veel meer relaxed sinds de maandag weer mijn parttime dag werd.

Okt 072015
 

151007

Net wil ik naar de wc gaan als er een dingdong klinkt.
“Ladies and gentlemen”, hoor ik luid en duidelijk uit de intercom, en even later bevestigt de Nederlandse variant wat mijn oren niet willen geloven: onze vlucht naar Zwitserland is geannuleerd. Het vliegtuig komt niet, want het is uitgeweken naar Eindhoven. Doorgevlogen, zei de mevrouw in de intercom eerst. Alsof de piloot had zitten suffen. Maar hij moest van de verkeersleiding, vanwege de mist.

Ik zucht diep, vloek binnensmonds en sluit dan aan in een lange rij voor de transferbalies. Na ruim een uur zijn we nog geen tien stappen naar voren geschuifeld. Pas dan komt er behulpzaam personeel en kan ik met een telefoontje ons ticket omboeken naar een vlucht die twaalf uur later gaat dan onze oorspronkelijke vlucht.

“Gelukkig wonen we dicht bij Schiphol”, zeggen we tegen elkaar als we besluiten de wachttijd thuis te overbruggen.
Vier uitgevallen treinen, één vertraagde trein en een bus die voor onze neus doorrijdt als we bukken om onze bagage op te pakken later, voelt dichtbij toch best moeilijk bereikbaar. Even wil ik heel hard gaan huilen. In plaats daarvan vraag ik me af wat ik zal doen met de hele middag die nog voor ons ligt. Een middag waarop ik me een korte wandeling in Zwitserland had voorgesteld.

Dat wandelen doe ik dan maar in een poldertje in de buurt – de zon in mijn gezicht, schapen om me heen, puttertjes op de uitgebloeide distels, een ijsvogel die over het water flitst, een konijn dat me nieuwsgierig aankijkt. Ja, balen van die geannuleerde vlucht, maar ik geniet.

Ontspannen reis ik ’s avonds voor de tweede keer naar Schiphol.
“Weet je wat ik vandaag heb geleerd?” zeg ik.
Benieuwd kijkt K. me aan.
“Dat mijn flexibiteit, stressbestendigheid en aanpassingsvermogen dik in orde zijn.”

Vijf dagen later grijns ik nog steeds tevreden.


Om je goed bewust te zijn én te blijven van je tevredenheid over iets wat je deed, helpt het om daar 20 seconden lang bij stil te staan. Doe niets anders in de 20 seconden, wees je alleen bewust van wat jou zo tevreden maakte en voel die tevredenheid. 

In die 20 seconden neemt het niveau van het stresshormoon cortisol in je lichaam af en voel je je meer ontspannen. Hierdoor sla je de positieve ervaring beter op en kun je je er dus ook langer aan optrekken.

Okt 022015
 

151002

Die mensen.

Je moet er eens op letten wanneer mensen die twee woorden gebruiken om een bepaalde groep aan te duiden.

Die mensen met een psychische aandoening.
Bijvoorbeeld.

Of die vluchtelingen.
Die homo’s.
Die gehandicapten.
Die mensen die op één of andere manier afwijken van wat we kennelijk in het algemeen met z’n allen als normaal beschouwen. Je zult nooit Nederlanders over andere Nederlanders horen spreken als die mensen. Hetero’s zijn nooit die mensen. Gezonde mensen ook niet.

Die mensen.

Ineens viel de term ook in een bijeenkomst, deze week. In een overleg waarin we het hadden over stigmabestrijding.
Eerder had iemand het over een groep dakloze, verslaafde, veelal schizofrene mannen. Er was iets te bespreken met hen. “Maar die mensen komen natuurlijk niet af op een gewone vergadering.”
Huh? dacht ik, die mensen? Natuurlijk? Maar ik zei niks. Ik fronste alleen. Het moment ging voorbij.

Ook had iemand het over het betrekken van ervaringsdeskundigen bij projecten. “Maar die mensen kunnen niet zo lang stilzitten in vergaderingen. Daar moet je iets anders voor verzinnen. Die moet je een andere rol geven.”
Wat? dacht ik, en weer zei ik niks. Ik schudde de verbijstering van me af. Niet zo streng zijn, Marieke, maande ik mezelf. Niet op alle slakken zout leggen. De bedoelingen zijn tenslotte goed.

Maar toch. Het is door zulke heel kleine dingen dat ik me ervan bewust ben dat ik als persoon met een psychische aandoening blijkbaar als anders dan ‘gewone’ mensen word gezien. Dat ik niet mijn eigen persoonlijke unieke eigenschappen heb, maar de kenmerken van die mensen.

Het is trouwens wel waar dat ik niet lang kan stilzitten in vergaderingen. Wie wel? Maar als het moet, dan doe ik dat wel. Net als iedereen.

Want dat is hoe ik ben. Hoe al die mensen zijn. Gewoon net als iedereen.

(En ondanks de uitspraken, waren we het daarover in de bijeenkomst roerend met elkaar eens.)