Jan 222016
 

160122

“Pfff”, zucht ik terwijl ik met mijn handen mijn hoofd boven mijn ontbijt ondersteun. “Zoals ik me nu voel, zo voelde ik me heel lang áltijd.”
“Wat voel je dan?” vraagt K.
“Alsof ik wel kan janken”, zeg ik. “Terwijl ik me op zich goed voel. Maar dit is dus wat ik heb als het hectisch is.” En hoewel mijn stemming op zich nog goed is, is dit jankerige gevoel wel een klote-gevoel.

Maar meer dan dat is het een belangrijk alarmsignaal. Het vertelt me dat het weliswaar goed gaat, maar dat ik niet zonder meer maar kan dóórrennen. Ik geniet van wat er allemaal gebeurt, maar dat doe ik niet met volle teugen. Go with the flow dus, maar wel gecontroleerd. Want anders gaat het mis.

Hoe hou ik mezelf op de been?

  • Mijn lieve ouwe hond loopt tergend langzaam en staat om de haverklap stil: ik maak daar gretig gebruik en kijk uitgebreid om me heen, voel de frisse lucht op mijn huid, luister naar vogeltjes – kortom, ik probeer bewust te ontspannen.
  • Zomaar wat tv kijken is me momenteel te onrustig, maar Making a Murderer op Netflix is anders dan de titel doet vermoeden, ideaal: het gaat niet snel en elke aflevering is een keurig afgerond geheel.
  • Zowel op mijn werk als voor Poco Loco annuleerde ik afspraken waarin ik weliswaar zin had, maar die niet urgent waren. Er komt genoeg op me af en al zou ik kunnen denken dat ik nu de wereld aankan: ik doe nu niets wat niet perse nodig is.

Bovenstaande aandachtspunten zijn varianten op wat er in mijn Look & Feel Monitor staat bij fase groen: ik voel me goed (en dat wil ik graag zo houden).

Benieuwd wat er precies in mijn Look & Feel Monitor staat en wat die monitor eigenlijk is? Dat lees je in mijn boek Werken als een gek!

Dec 232015
 

151223a

“Weet je”, zeg ik tegen K. We zitten op de bank met een kopje koffie. Ik lees de krant, K. kijkt tv, Hond ligt te snurken in haar mand, de lichtjes in de kerstboom staan aan. Het voelt warm en harmonieus. “Door wat ik van huis uit heb meegekregen, geloof ik eigenlijk nooit dat relaties goed kunnen zijn. Altijd, bij iedereen die ik over zijn of haar relatie hoor, ga ik er automatisch vanuit dat daarin wel iets mis zal zijn.”
“Dat denk je toch niet over onze relatie?” schrikt K. Nee, dat denk ik niet over onze relatie. Niet meer. Het heeft lang geduurd voordat ik kon geloven dat het gewoon goed zit.

“Ik kan ook nooit geloven dat broers en zussen goed met elkaar kunnen omgaan”, ga ik verder. “Broers en zussen, daar moet afstand tussen zitten, daar moet wrijving zijn, dat is wat ik ervan weet. Heel raar als dat niet zo is. Ik snap daar niks van.”

Verward voel ik me regelmatig als ik zie dat broers en zussen, of andere familieleden onderling, goed met elkaar overweg kunnen. Het past zo niet in het systeem waarin ik opgroeide – een systeem waaruit ik al veel langer weg ben dan dat ik er in zat, en toch zit het nog in al mijn poriën.
Alsof ik me veilig en ontspannen kan laten wegzakken in een diepe leunstoel, zo vanzelfsprekend zouden goede relaties en (familie-)banden moeten zijn. Ik zet me op het puntje van mijn stoel echter altijd schrap.
“Het lijkt me naar, altijd dat wantrouwen”, zegt K.

“Maar voor kerstmis heb ik nu de knop omgezet”, meld ik. Kerst ken ik als een gespannen, moeizame tijd. De kerstboom vol lichtjes, de kerststerren voor het raam, het kerststalletje: als het aan mij lag, had het allemaal op zolder mogen blijven liggen.

Tot ik deze week bedacht dat ik er dit jaar van wil genieten.
En… ik hoop dat jullie dat ook doen! Fijne kerstdagen!

Dec 092015
 

151209

“Een echt groepsdier”, weet de boswachter die ons ’s middags les geeft op de wandelcoachopleiding, over het puttertje. De opdracht was om het dier, de plant of de boom te noemen waarmee je jezelf op één of andere manier associeert. Vogels, wist ik meteen, en vervolgens twijfelde ik tussen het puttertje en de ijsvogel. Het werd uiteindelijk het puttertje.

“Nou, een groepsdier ben ik bepaald niet!” reageer ik op de boswachter.
Nerveus heb ik in de groep het woord genomen om mijn associatie te delen. Omdat ik dat zo moeilijk vind begin ik liefst als eerste, maar niet altijd ben ik snel genoeg en ik wil ook niet altijd haantje de voorste lijken. Maar bij wachten tot ik als laatste overblijf, voel ik me ook niet happy. En dus komt het er vaak op neer dat ik tegelijk met iemand anders begin te praten.

Door mijn zenuwachtigheid heb ik de vogelgids van Hans Dorrestijn, waaruit ik iets over het puttertje wil voorlezen, precies bij het verkeerde citaat opengeslagen.
Waarom lees ik dít? vraag ik me af terwijl ik dapper en alsof ik het precies zo bedacht heb, doorga. En waarom, vraag ik me af als allang iemand anders aan het woord is, vertelde ik niet waar werkelijk mijn liefde voor puttertjes vandaan komt?

“Er zit een heel bijzonder vogeltje in de tuin!” ontdekte ik toen ik op het randje van psychotisch voortijdig van vakantie was terug gekomen en dacht dat het nooit meer goed met mij zou komen.
Een vogeltje met een rood maskertje op en felgele veren in zijn vleugels was het eerste wat ik helder zag, nadat ik de wereld dagenlang vertroebeld en door een smalle koker had waargenomen.
Het bleek het puttertje te zijn.

Sindsdien staat het puttertje voor mij voor hoop en vertrouwen.

[…] Maar al heb je de Appelvink een keer gezien, het verlangen gaat niet over. Je blijft hopen op een Appelvink. Zo verlang ik nog steeds naar de al duizendmaal in de kijker waargenomen distelvink (Puttertje).
Misschien wordt het duidelijker als ik zeg: de IJsvogel. Iedereen wil wel elke dag een ijsvogel zien, behalve mensen die niet deugen. Die zien liever bloed. Of geld.

(Uit Dorrestijns Vogelgids, Hans Dorrestijn, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2008)


De foto is afkomstig van internet.

Nov 302015
 

151130

Een jaar en een week geleden zag ik, op uitnodiging van Samen Sterk zonder Stigma, op het IDFA de Noorse documentaire Ida’s Diary. En ontmoette ik bovendien Ida zelf, regisseur August en nog wat andere mensen die betrokken waren bij het maken van de docu.

Ik herinner me dat de documentaire indruk op me maakte. Dat hij me raakte. Wat het was dat zo bij me binnenkwam, weet ik alleen nog maar vaag: het lijkt iets uit een andere tijd. Maar één ding herinner ik me nog heel goed. Een klein detail is het maar. Iets dat veel mensen misschien niet eens zou opvallen als ze deze film zouden zien. Denk ik sindsdien aan Ida, dan denk ik: aaaarggghh!

Tot ik Ida’s Diary zag voelde ik altijd alles in stilte. Van Ida leerde ik om mijn frustratie te uiten, kwaadheid te uiten, angst te uiten. Door Ida weet ik hoe ik, ook zonder te huilen, uiting kan geven aan verdriet of aan pijn. Aaaarggghh!!!

Aaaarggghh. Je kunt het schreeuwen, je kunt het fluisteren, je kunt het zuchten. Een paar lettertjes zijn het maar, niet eens een woord, alleen maar een geluid. Maar wat een effect. Wat een opluchting geeft het om dat geluid uit te stoten. Alsof je de lucht uit een te hard opgeblazen ballon laat ontsnappen.

Plus: het is een signaal voor de omgeving.

“Gaat het?” zou jij zelf ook vragen als je iemand “Aaaarggghh!” hoorde doen. Ook in deze wereld waarin delen het nieuwe vermenigvuldigen is, is gedeelde smart nog altijd halve smart.

Maar het beste van aaaarggghh is niet de mogelijkheid om mijn leed te delen. Het beste van aaaarggghh overkomt me juist als ik alleen ben. Dan zie ik mezelf door mijn aaaarggghh met zo’n stripballonnetje boven mijn hoofd.

En dan moet ik lachen.

Nov 272015
 

151127

…volgt de structuur vanzelf. Nouja, bijna vanzelf.

Structuur, kun je rustig zeggen, is één van de rode draden in mijn blogs. Voortdurend worstel ik ermee, raak ik ‘m kwijt en moet ik opnieuw uitvinden wat voor mij werkt om de drukte in mijn hoofd niet alle kanten op te laten stuiven.

Niet zo lang geleden besloot ik om het gewoon maar los te laten. Mijn structuur is blijkbaar geen structuur, dacht ik. Dat wil zeggen: ik zie mindmaps in mijn hoofd voor de dingen die ik wil of moet doen, soms krabbel ik iets op papier, en dat werkt niet altijd goed, maar meestal werkt het wel goed genoeg. Stop er dus gewoon lekker mee, besloot ik, met steeds weer dat zoeken naar het ei van Columbus.

Maar zoals je in nood je ware vrienden leert kennen, tenminste, dat zeggen ze, zo ontdek je ook de structuur die bij je past. Door nog meer te doen van wat al werkt – om nog maar een antwoord te geven op de vraag hoe lang ik van plan ben deze intensieve tijden vol te houden.

Wat werkt en doe ik momenteel dus nog meer (en wat doe ik juist minder) dan ik al deed?

  • Hulde aan het whiteboard:
    op het whiteboard in mijn werkkamer schrijf ik de ideeën en to-do’s die maar door mijn hoofd blijven zwieren, en waarmee ik niet direct iets hoef te doen.
  • Hou van herinneringen:
    in de herinneringen-app op mijn telefoon zet ik ook ideeën en to-do’s, maar dan die ideeën en to-do’s waarmee ik op korte termijn iets wil (of moet).
  • Doe dingen direct:
    ik ben er een ster in om dingen uit te stellen die ik net zo makkelijk gelijk kan doen. Maar nu even niet. Dit doe ik dus juist minder. En tadáá, ontdekking: het is veel lekkerder om direct te doen wat je direct kan doen.

Evengoed strandde ik gisteren toch met migraine op de bank. Sommige dingen blijven nou eenmaal altijd hetzelfde.