Apr 192015
 

150419

“Ik vind het wel knap van je dat je toch altijd weer gaat hardlopen, ook al moet je alleen”, zei iemand deze week tegen me.

Ik moet anders wel eerst over talloze mentale drempels heen om in mijn eentje te gaan rennen, reageerde ik. Als ik eenmaal goed en wel bezig ben is het oké, maar er gaat een gevecht met mezelf en tegen een hevig gevoel van eenzaamheid aan vooraf.
“Juist daarom bedenk ik meestal een leuke route”, voegde ik toe.
Wat het beeld dat je van buitenaf ziet vast alleen maar versterkt: stoere, sportieve Marieke trekt er hoe dan ook door weer & wind en alleen of niet op uit om in een mooie omgeving te gaan hardlopen.

Hardlopen is wat ik vandaag met B. zou gaan doen in Lisse. Vorige week zondag schreef ik me in een enthousiaste bui in voor Hollen door de bollen. Waarbij ik even negeerde dat ik eergisteren al meedeed aan de Singelloop in Leiden en afgelopen zondag aan de 10K van de Rotterdam Marathon. Dat ik van donderdag tot en met maandag helemaal niet thuis ben. Dat ik al meer dan twee weken geen moment echt helemaal voor mezelf had en dat zo’n moment er deze maand ook niet meer gaat komen. Dat ik een boek schrijf en een nieuwe baan heb en eerst voor zieke K. zorgde en me nu zorgen maak over zieke Hond. En dat ik er daarom deze week maar liefst 4 anti-migrainepillen doorheen jaagde.
Toch voelde ik me verdomd schuldig toen ik na lang wikken en wegen de afspraak met B. cancelde.

“Wat goed dat jij dan meteen zo’n verstandige beslissing kunt nemen”, reageerde iemand op mijn Twitterbericht van gisteren dat ik vanwege hoofdpijn de rest van de weekend meer op de rem ging dan ik had gepland.

Ik dacht aan de ijsberg die donderdag tijdens mijn facilitatoropleiding werd besproken.
“Dank je”, schreef ik alleen maar terug.

Apr 032015
 

150403

Dodelijk verlegen.

Je gelooft het misschien niet, maar dat is wat ik ben. De hele dag door en iedere dag weer ben ik bezig mezelf te overwinnen, om me er niet door te laten weerhouden, om toch te doen wat ik wil, om mijn dromen na te jagen. Ik slaag daar behoorlijk goed in, al zeg ik het zelf. Steeds beter lukt het me. Maar waar ik niet in slaag is om minder dodelijk verlegen te worden.

Ik mag van mezelf toegeven dat ik nogal wat dingen spannend vind. Dat het me nerveus maakt om iets nieuws te ondernemen. Dat ik de avond voor de eerste werkdag in mijn nieuwe functie bloody nervous word. Lees: dat ik uit alle macht vlagen van enorme paniek moet onderdrukken.

Ik mag van mezelf rode vlekken in mijn gezicht en nek krijgen van de spanning. Ik moet me van mezelf voortdurend over drempels heen duwen, maar ik mag van mezelf ook heel veel laten. Want ik hoef van mijn dagen nou ook weer niet 24/7 een hordeloop te maken.
En ik mag er niet al te vaak bij stilstaan hoe dodelijk verlegen ik in werkelijkheid ben.

Even flitste het door mijn hoofd, gisteren, vlak voordat ik op mijn fiets stapte om naar mijn nieuwe werk te gaan. Hoe dodelijk verlegen ik ben. Ik schreef het op: dodelijk verlegen. Op papier, uit mijn hoofd. Ik voelde dat ik er de hele dag tegen zou moeten strijden. Ik weet dat ik er nog een aantal weken mee in gevecht moet. Meer dan anders. Omdat heel veel hetzelfde blijft, en toch alles anders is.

Het is me nooit gelukt om minder dodelijk verlegen te worden. Het lukt me wel elke dag om mezelf te overwinnen.

En dat is elke dag reden voor een feestje.
Dat is het goede nieuws 😉

Mar 242015
 

150324

“Jij neemt de dingen goed op!” reageert iemand op de manier waarop ik omga met mijn te licht uitgevallen haar.

Ik doe dan ook mijn best de dingen goed op te nemen. Ik moet dat doen. Ik zou van zoiets sufs als een niet goed uitgevallen haarkleur enorm van slag kunnen raken. Ergens diep van binnen gaat het ook aardig mis. Boosheid (waarom heb ik niet tegen de kapper gezegd dat dit niet is wat ik wil?) en onzekerheid (iedereen vindt mijn haarkleur vast stom!) willen samen verder als gierende paniek, maar dat kan ik niet toelaten. Dat wíl ik niet toelaten. Niet om zoiets kleins.

En dus vertel ik mezelf voortdurend dat het wel went, dat drie tinten te blond uitgevallen haar van mij. Dat het zo weer uitgroeit. Doe ik alsof een nieuwe haarkleur past bij een nieuwe uitdaging.

Ondertussen kijk ik zo min mogelijk in de spiegel. Daardoor vergeet ik hoe mijn haar eruit ziet en dus hoe ik me eronder voel, maar echt handig is dit vermijdingsgedrag eerlijk gezegd niet. Want ik schrik iedere keer weer als ik mezelf zie en dan begint het hele riedeltje opnieuw.

Natuurlijk kan ik de kapper bellen om uit te leggen wat er aan de hand is. Ze zou er niet moeilijk over doen. Maar ik doe het niet. Want al is het mijn haar dat de paniek veroorzaakt, het is ook de paniek die mijn beoordelingsvermogen beïnvloedt.

Het is misschien niet helemaal wat ik wilde. Maar als ik mezelf even helemaal uitschakel, dan geloof ik dat het zo erg nou ook weer niet is.

“Gelukkig kun je met jezelf geen ruzie krijgen”, zei een schoonmaakster op werk laatst tegen me.
Ze moest eens weten.
Ik vind het ‘t meest vermoeiende van mij zijn.


PS
Deze blog schreef ik gisteravond. Vandaag ben ik onverwacht een stuk meer tevreden met mijn spiegelbeeld. Het valt niet mee om geduldig met mezelf te zijn, maar het loont dus wel… 😉

Mar 202015
 

11043133_995689400460021_6815642539226383331_o

“Hé, hoi, hoe is het met jou?” word ik op een cursus van werk begroet. Degene die me groet heb ik zeker 6 jaar niet gezien. Snel ga ik in mijn hoofd na welk antwoord het meest kloppend is.
Daar, op dat moment, voel ik me nieuwsgierig naar de dag die komen gaat, een tikkeltje verward over de manier waarop de kans is ontstaan om aan de cursus mee te doen en behoorlijk onzeker over mijn plaats in de groep: de anderen hebben op een soort selectiedag al met elkaar samengewerkt. En ik ben de laagste in rang wat mijn functie betreft.
Een voorzichtig “mwah” zou een passend antwoord zijn.

Of kies ik voor een beschrijving van het punt waarop ik me nu bevind? Maar mijn gevoelens over dit punt zijn er veel en tamelijk complex.
Ik zie uit naar mijn nieuwe functie en de gedachte daaraan geeft me energie; ik ben verdrietig over het me is vergaan in mijn huidige functie, waarvan ik zoveel meer had willen en kunnen maken, ware het niet dat ik daarmee nou precies een weg in wilde slaan die als enige onbegaanbaar was.
De energie die de afgelopen tijd me heeft gekost, heeft nu in de vorm van dreigende depressiviteit z’n weerslag op mij – het is momenteel iedere dag heel hard werken om aan de positieve kant van de grens te blijven.
Tegelijkertijd vind ik het te gek om mijn boek te schrijven en om ideeën voor Poco Loco te ontwikkelen.
“Mwah” zou een redelijke samenvatting zijn.

Glimlachend wacht mijn collega op mijn antwoord, zich niet bewust van alle vakjes en laatjes die haar vraag in mijn hoofd en in mijn emoties opengetrokken heeft.
“Goed!” zeg ik met een brede lach.

En verdomd. Op het moment dat ik het zeg, is het nog waar ook.


Vandaag is het International Day of Happiness.

 

Mar 172015
 

150317

“Ja hoor, geef maar mee!” riep ik enthousiast toen mijn coach vorige week aarzelde of ze me een leerstijlentest zou laten doen. “Testen, ik ben er dol op!”

Maar nadat ik nog geen 20 van de 80 vragen beantwoord heb, schuif ik de vragenlijst geïrriteerd van me af. ‘Ik heb een uitgesproken mening over wat goed en slecht is’, ‘in discussies hou ik ervan recht op mijn doel af te gaan’, ‘ik vind het vervelend als ik werk moet afraffelen om een deadline te halen': ik moet aangeven of ik dat wel of niet vind. En ik weet niet meer wat ik vind.

Ik denk dat ik een doener ben, maar wat als blijkt dat ik een theoreticus ben? Zoals uit een test van het loopbaancentrum kwam dat ik extravert ben terwijl ik mezelf als introvert beschouw? Zoals uit een andere test kwam dat ik graag mensen help, terwijl ik mezelf zie als bepaald niet zorgzaam? Zoals ik het niet makkelijk vind om aan mijn eigen standpunt vast te houden, maar mensen onlangs aangaven dat ze me star vinden? Zoals ik het moeilijk vind om iets voor mezelf te vragen, maar als ik dat toch doe, dat overkomt als dwingend en eisend? Zoals ik mezelf beschouw als iemand met een energievoorraad waarvan altijd de bodem in zicht is, over wie K. zegt: “Jij doet nooit niks hè, bent altijd bezig!” Nog even en uit een test blijkt dat ik niet Marieke ben.

Ik weet niet meer wat mijn karakter is, wat door mijn psychische aandoening bepaald wordt, of vaardigheden misschien per ongeluk overlevingsstrategieën zijn (of andersom) en welke competenties ik in de loop van de jaren heb ontwikkeld. Ik wil het ook niet meer weten. Ik wil er geen labeltjes meer aanhangen. Ik wil alleen nog maar zijn.

Zoals ik ben.