Feb 162015
 

150216

Ik raas nogal over alle onderwerpen heen, was mijn eigen observatie toen ik iets langer dan een maand geleden de  allereerste schrijfsels voor mijn boek opstuurde naar mijn redacteur. Even iets aanstippen of alleen maar in een bijzinnetje noemen kun je doen in blogjes – er doet zich altijd wel weer een moment voor om er verder op in te gaan. Of niet, en dat is ook goed. Dat past bij de vluchtige aard van blogjes. Voor een boek ligt dat toch net even anders.
Inderdaad, vond ook mijn redacteur, moest ik maar proberen om alles wat ik tot dan toe geschreven had, wat meer uit te diepen.

Dus dat is wat ik de afgelopen week deed.

Of het allemaal voor het boek bruikbaar is, is nog even de vraag. Schrappen kan altijd weer.
Voor mezelf was deze uitdiepingsactie in elk geval bijzonder bruikbaar. Het leverde me namelijk onverwacht waardevolle inzichten over werk op.

Namelijk dat ik iedere keer vastloop in hetzelfde patroon: dat ik door mijn sterke ambitie steeds weer meer wil dan mogelijk is.

Voordat ik in de psychiatrische dagbehandeling terecht kwam, was dat geen probleem. Dan ging ik op zoek naar een andere baan en kon ik weer even vooruit. Alleen was ik toen maar heel zijdelings bezig met wat ik zelf nou echt wou. Ik had altijd voornamelijk gedaan wat anderen wilden, verwachtten, deden.
Pas vlak voor de dagbehandeling vond ik mijn oorspronkelijke ambitie terug. Om ‘m vervolgens aan de kant te schuiven. Want rust, reinheid en regelmaat. Leven op de handrem.

Tot de afgelopen jaren. Ambitie trekt zich niks van handremmen aan. Gelukkig maar. Want waar word je gelukkiger van dan van doen wat je echt graag wil? En waarom zou ik me daarvan laten afleiden als ik daardoor steeds in dezelfde valkuilen stap?

Ik schrijf een boek en er ontstond een plan.
Woensdag zet ik stap 1.

Feb 142015
 

150214Vroeger hadden wij thuis een plastic, gele, eeuwigdurende kalender. De dagen, data en maanden waren noppen en  om de juiste dag, datum en maand schoof je een rubber ringetje. Een dagelijks terugkerend klusje dat ik graag uitvoerde.

Ik weet niet of ik vanwege het dagelijkse ritueel van het markeren van een nieuwe dag van kalenders houd. Het kan ook zijn dat ik graag een hulpmiddeltje heb om in de pas te blijven met de dagen en maanden, die in mijn hoofd nog wel eens door elkaar willen raken.

Hoe het ook zit, ik heb op dit moment twee scheurkalenders.
En dat komt dan weer omdat de eerste niet zo beviel en ik dus een tweede kocht. Ze doen allebei zo’n beetje hetzelfde: ze geven soms nuttige, soms overbodige tips over werk & leven. En tot nu toe volgden ze daarbij een heel ander spoor.
Maar gisteren bleken ze elkaar naadloos aan te vullen.

“Als je aarzelt, groeit je angst. Als je waagt, groeit je moed”, verkondigde gisteren kalender 2. Maar ja, hoe waag je? Hoe kun je moed kweken?
Daar had kalender 1 antwoord op. De kalender noemt het winnen, maar dat is alleen maar het resultaat – soms dan. Wat je daarvoor doet, dat is wagen. En dat vind ik veel stoerder.

Een aantal manieren om te winnen te wagen, volgens kalender 1 (met aanvullingen van mij):

  • Grijp de kansen die er zijn (en luister niet al te veel naar de ja maren in je hoofd).
  • Hou vol & zet door (soms tegen beter weten in).
  • Je kunt niet opkrabbelen zonder te vallen (en zolang je maar weer opstaat, maakt het echt niet uit hoe vaak je valt).
  • Blijf doen wat goed voelt (en als het dan toch even niet goed voelt, denk dan terug aan een keer dat het wel goed voelde).

Eerlijk gezegd heb ik er zelf niet naar gekeken, maar volgens kalender 1 zie je in dit filmpje alle tips om een winnaar te worden. 

Feb 132015
 

150213

Vannacht droomde ik dat ik in een vreemd land, misschien China, gehaast uit de trein sprong en paniekerig over het perron rende. Daar was iets aan vooraf gegaan, maar wat dat was weet ik niet meer. In elk geval rende ik naar een soort poort in een rotswand, wat de uitgang zou zijn. Er was verder niemand op het perron, of misschien toch wel?
In mijn ooghoek zag ik op een stoel een aantal grote witte enveloppen staan. Ik remde af, keerde om en rende ernaartoe: ja, naar die enveloppen was iemand die in m’n droom een naam had, maar die ik nu ben vergeten, op zoek! Ik pakte het stapeltje op en zwaaide ermee boven mijn hoofd terwijl ik die persoon riep.
In de rest van mijn droom was ik druk bezig de enveloppen te sorteren, uit te delen, de inhoud ervan te lezen – het werden er steeds meer en het was een ingewikkeld, verwarrend en frustrerend karwei, waarbij ik eerder tegenwerking dan hulp kreeg van de mensen om me heen.

Dat een tv-programma als Beschadigd een must-NOT-see is, wist ik wel. Nachtmerries door dat programma zouden nog het minst erge zijn.

Zelfs op mijn slechtste, zwartste, meest depressieve momenten heb ik een zelfbeheersing waar ik zelf weleens eng van word. Ik heb mezelf dus nooit zo heftig beschadigd als wat ik in de trailers zie. Maar mezelf bijten, krabben, snijden, slaan, met m’n hoofd tegen de muur bonken: ik heb het allemaal wel gedaan. En héél soms heb ik nog van die wanhopige momenten waarop ik het zó weer zou kunnen doen.
Alleen al het weten dat zo’n programma als Beschadigd er is en het zien van trailers ervan wakkert die sluimerende neiging aan.

Maar dat ik van Wie Is De Mol nachtmerries zou krijgen – nee, dat had ik nou nooit gedacht ;-) .


NRC vroeg zich af of het echt waar is dat 1 op de 4 jongeren zichzelf snijdt. Dit artikel stond erover in de krant van donderdag 12 februari 2015.

Feb 032015
 

150203

De grenzen van mijn antidepressiva zijn hartstikke duidelijk. Nul mg is de absolute ondergrens, minder dan dat kun je niet gebruiken, en meer dan 325 mg mag je niet slikken, staat er in de bijsluiter. Daar tussenin zijn allerlei variaties mogelijk, maar altijd in eenheden van 75 mg, want dat is nou eenmaal de maat van de capsules.

Heb je het over de grenzen van hoe schoon je huis moet zijn, dan wordt het al iets ingewikkelder. Op zich zou het geen kwaad kunnen om nu even met de stofzuiger door de woonkamer te rauzen. Maar ach, ik verwacht geen bezoek en zolang de zon niet rechtstreeks naar binnen schijnt valt het stof alleen mij op – en ik heb nu iets anders te doen dan schoonmaken.

Waar je grenzen liggen in contacten met anderen is weer een ander verhaal. Privé vind ik het niet makkelijk als iemand een mailtje niet beantwoordt of onduidelijk is in het maken van afspraken, maar er is mee te dealen.
Op werk is dat al wat lastiger. Moeten gissen naar antwoorden, niet verder kunnen gaan met waarmee je bezig bent en niet je eigen plan kunnen trekken: daaraan kan ik me flink ergeren. Maar als je er niet uitkomt, dan zijn er nog altijd collega’s of een leidinggevende bij wie je aan de bel kunt trekken.

Als je naast je vaste baan en met een psychische aandoening zzp’er bent, is het stellen van grenzen meer dan noodzakelijk. Beperkte flexibiliteit in tijd, maar zeker ook beperkte psychische flexibiliteit dwingen daartoe. Een Poco Loco-dingetje doen betekent keuzes maken en goed plannen, en kiezen voor wat plezier en energie geeft.

Twee weken lang had ik letterlijk maagpijn, voordat mijn zzp’ende ik doorhad dat voortdurende onduidelijkheid over afspraken en verwachtingen geen ergernis zijn, maar een grens.

Ik zei ja tegen mijn grens – en de maagpijn was over.

Jan 292015
 

150129

Dinsdagavond deed ik iets heel wilds, voor een doordeweekse avond dan: ik ging uit. Ik ging naar een optreden van Andy Burrows.

Ik ging naar Andy Burrows in ’t Paard in Den Haag, en terwijl ik luisterde hing ik in de kleine zaal op het balkon over de balustrade en staarde naar de mensen beneden in de zaal. Eén op de vier heeft een psychische aandoening, dacht ik – of niet één op deze vier mensen? Ze leken er zoveel relaxter bij te staan dan ik.

Want al vond ik mijn uitstapje nog zo leuk: ik bleef me maar bewust van de tijd. En van mijn bedtijd die kwam en ging, terwijl ik nog steeds over de balustrade hing en meezong. Meezong met nummers waarbij ik van alles tussen de regels door hoor. Nummers die ik vaak draai als ik me worstel met mezelf – nummers die ik vooral vaak draai als ik worstel met mezelf op werk.

Bijvoorbeeld:

Cause I know that I can, I know that I can
I know that I can, I know that I can

Of:

And I’ll keep on moving on..
Yes I’ll keep on moving on..
And I’ll keep on moving on..

En vooral:

Please don’t let me say,
Say anything I don’t mean.
Really been holding this together.

Please don’t let me stay,
Stay here forever.
And I really should be moving on.

Het was een beetje wild, wat ik dinsdagavond deed. En dus was ik woensdag een beetje moe. En zo jammer van zo’n psychische aandoening als die van mij is dat ik me dan meteen zo labiel voel.

He had his loves and his loss
There were bridges he had to cross
We have bridges that we burn
And had so much we had to learn.


De tekstfragmenten zijn afkomstig uit resp. Because I Know That I Can, Keep On Moving On, Company en Hometown.