Aug 072014
 

140807 Wat zou je zelf doen

“Het is dat ik die functie al heb”, grap ik tegen mijn collega, “anders zou ik zo solliciteren.” Vanaf deze week werkt onze andere collega een jaar lang ergens anders. En dus is er een tijdelijke vacature.

“Wat zou je zelf doen als je nu zou solliciteren?” vroeg iemand tijdens de workshop op 25 juli j.l. “Zou je vertellen dat je borderline hebt?”
“Ik kan het moeilijk verzwijgen”, zeg ik, “je hoeft me maar te googelen en je weet het!”
“Oké”, antwoordt degene die de vraag stelde, “maar stel dat dat niet zo zou zijn: wat zou je doen?”

Hoewel ik dus niet ga solliciteren op de vacature voor de functie die ik al heb, is het toch de vraag: vertel ik mijn nieuwe collega dat ik borderline heb?

En dat ik daardoor soms vastloop in chaos die ik meestal heviger ervaar dan die werkelijk is?
Dat ik altijd op zoek ben naar duidelijkheid, kaders en structuur?
Dat ik soms moet checken of wat ik voel reëel is, of uitvergroot door borderline?
Dat ik zelf behoorlijk onrustig kan zijn, maar behoefte heb aan rust omdat ik me anders niet kan concentreren en snel overprikkeld raak?
Dat het een slecht idee is om me met een heleboel informatie, vragen en verzoeken over verschillende onderwerpen te overladen, omdat mijn stressniveau daarvan in één keer naar te hoge hoogte piekt (en niet zomaar meer daalt)?
Dat het wel even kan duren voordat ik iemand voldoende vertrouw om iets meer van mezelf te laten zien?

Zoveel vragen, zoveel onzekerheid. Alleen al die onzekerheid maakt dat ik chaos ervaar, me overprikkeld voel, veel meer duidelijkheid nodig heb dan anders, mijn stressniveau de hele week al veel te hoog is en ik er gistermiddag door frustratie en machteloosheid van moest huilen.

En wat doe ik dan? Dan knuffel ik mezelf met koffie.

Aug 052014
 

140805 Een klein kippig taakje

Het is een kleine moeite om enkele weken lang elke dag onderweg van werk naar huis een tussenstop te maken om drie kippen eten en aandacht te geven. Ik doe het met liefde. De kippen belonen me met 1 tot 3 eitjes en een hoop gekakel en als ik niet tegen ze zou kletsen en ze zachtjes over hun veren zou aaien, dan zou dit dagelijkse karweitje in nog geen 10 minuten gepiept zijn.

En toch is die kleine moeite me net iets teveel – zo nauw luistert mijn evenwicht dus. Zo weinig is er maar nodig om met één voet aan de verkeerde kant van de grens terecht te komen. Eén kleine verantwoordelijkheid extra, de opoffering van een minieme hoeveelheid van de tijd die ik nodig heb voor de balans tussen werk en privé, nog wat om aan te denken in mijn hoofd erbij en ik moet alle zeilen bijzetten om mijn andere voet aan de goede kant van de grens te houden.
Ik verwachtte al dat dit zou gebeuren toen ik eraan begon – de tijdelijke kippenzorg heb ik niet voor het eerst.

Ik denk deze dagen weleens aan wat iemand op werk vorig jaar zomer tegen me zei: “Voor mij ben jij een volwaardig functionerende collega.”
Ik weet niet meer of ik toen heb geantwoord dat ik zo’n collega kan zijn omdat ik buiten werktijd niet zo volwaardig functioneer. Dat ik mijn evenwicht tot bijna omvallen toe verstoor als ik bijvoorbeeld tijdelijk een klein kippig taakje op me neem.

Zijn er mensen die, om ziekteverzuim te voorkomen, stoppen met voetballen? Van alle sporten is het namelijk voetbal dat tot het meeste ziekteverzuim door blessures leidt.
Om ziekteverzuim op mijn werk te voorkomen, hou ik in mijn privéleven voortdurend rekening met de grenzen van mijn belastbaarheid – omdat ik denk dat dat moet. Maar hoever moet ik eigenlijk gaan in het laten van dingen die ik graag doe?

En dus kunnen de kippen (en hun baasjes) op me rekenen.

Jul 312014
 

140731 Teveel tegelijk in mijn hoofd

“Jij koppelt alles aan elkaar!” zei iemand pas licht verwijtend tegen mij.

Het raakte me niet, want het klopt: ik verbind van alles met van alles. Vaak helemaal onbewust en nog onterecht ook – als ik aan een niets-betekende frons of een onbeantwoord mailtje een emotie haak die daar niet bij hoort, bijvoorbeeld. Een emotie die dan buitenproportioneel groot wordt. Zó onhandig.
Maar het is niet alleen en altijd onhandig. Mijn hoofd associeert makkelijk. Ik begrijp en onthoud dingen beter als ik het niet als losse brokken zie.

Het gaat mis als ik een grote hoeveelheid losse brokken die onderling verband zouden kunnen houden, maar misschien ook wel niet, in één keer over me uitgestort krijg. Het is wat me vaak op werk overkomt. Een lawine aan informatie, opmerkingen, mededelingen, vragen. Met als gevolg dat ik me onmiddellijk en enorm gestrest, verward en geïrriteerd voel. En er weinig uit mijn handen komt.

Deze week waren er ook losse-brokken-lawines. Het voelt niet alleen alsof er teveel tegelijk in mijn hoofd gepropt wordt: ik zie alle woorden, zinnen en teksten voor me als lichtreclames. En zelfs als mijn bureau opgeruimd zou zijn, wat het nu niet is, zou ik al die brokken toch op een berg zien liggen.

Terwijl ik nadacht over deze ervaring en probeerde om me er niet door te laten verstikken, zag ik de lamp voor me die vroeger thuis in de gang hing. Een gele of bleek-oranje lamp die opgebouwd was uit een heleboel kunststof elementen die in elkaar geschoven waren. Ik fantaseerde er altijd over hoe het was om hem uit elkaar te halen en in een andere vorm weer in elkaar te zetten – om te snappen hoe het precies zat.

Vraag me niet waarom ik die lamp aan de brokken koppelde. En of ik daarom van de brokken een mindmap maakte en overzicht kreeg. En rust.

Is het toeval dat AutoCorrect van mindmap ‘mijnramp’ wil maken en dat mijn hoofd dat direct associeert met ‘mijn ramp’?
Van mijn ramp naar mindmap. Ik kan het iedereen aanbevelen.

Jul 212014
 

140721 Nergens last van

“Had je daar nou zelf ook iets aan, dat je de diagnose borderline kreeg?” vroeg woensdagavond iemand in het publiek.
“Is het nou nodig om een diagnose te krijgen?” vroeg mijn vriendin zaterdagmiddag op het strand.

Er zijn mensen die vinden dat er veel te veel diagnoses worden gesteld: moeten alle afwijkingen van wat ‘normaal’ is nou echt gemedicaliseerd worden? Er zijn mensen die vinden dat al die diagnoses alleen maar leiden tot stigmatisering. Er zijn mensen die vinden dat de diagnose zelf al stigmatiserend is.

Ik ben geen van die mensen.

Al zijn er bij mij heel wat diagnoses gesteld voordat borderline eruit kwam. Al is borderline één van de minst begrepen, en daardoor één van de meest gestigmatiseerde diagnoses. Al heb ik ervaren, nota bene in een zoektocht naar hulp, dat het noemen van deze diagnose maakt dat deuren gesloten blijven. Ik ben geen van die mensen omdat ik er veel aan had dat ik de diagnose borderline kreeg. Omdat het hard nodig was dat ik die diagnose kreeg.

Al jaren tobde ik met depressiviteit, met als dieptepunt de zo zware depressie dat dagbehandeling in een psychiatrische kliniek nodig was.
Maar er was meer.
Er was de voortdurende hekel aan mezelf, de eeuwige angst om verlaten te worden, de niet op te vullen leegte, de eenzaamheid, de moeite om me verbonden te voelen, de plotseling veranderende emoties, de neiging om mezelf te beschadigen. Uren struinde ik rond op internet om verklaringen te vinden voor die gevoelens.

En toen was daar de diagnose. Eindelijk een handleiding om mezelf te snappen.

Wat ik uit die handleiding leer is wat ik moet doen (en laten) om zo min mogelijk last van mezelf te hebben.
“Heb jij dat nou geaccepteerd?” vraagt iemand op Twitter.
Ik heb mijn diagnose geaccepteerd, omdat die me duidelijkheid gaf. Maar het blijft een k*tziekte.

Stiekem wacht ik nog steeds op de dag dat ik wakker word en nergens meer last van heb.

Jul 192014
 

140719 Zomaar wat gedachten

Rust en regelmaat, vertelde ik woensdagavond in Vlissingen, zijn essentieel. Doordeweeks kan ik ‘s avonds niet nog iets ondernemen – geen cursus volgen en alleen bij hoge uitzondering uit eten of naar de bios (en dan wel zorgen dat ik ruim voor bedtijd thuis ben, zodat ik nog kan schakelen). “Zoals hier ‘s avonds een presentatie geven, kan alleen omdat ik vandaag en morgen vrij genomen heb van mijn werk”, zei ik. Wat ik zelf nog altijd zwaar overdreven vind om te doen. Kom op zeg, ik ben toch zeker niet van suiker? En dus dacht ik tot en met dinsdagochtend dat ik vrijdag dan wel weer zou werken – ook al is dat mijn parttime dag.

Bij fase groen, “het gaat goed”, op mijn Look & Feel Monitor staat dat ik erop moet letten om mezelf niet te overvragen. Ik lijk wel veel aan te kunnen, en misschien is het ook wat meer dan wanneer het minder goed gaat, maar stouw m’n hoofd niet vol informatie. Zeker niet als zich in dat hoofd al een lange to-do-list bevindt met daarop, naast werk-dingetjes, voor Poco Loco een presentatie, een workshop en filmopnames. Plus nog wat privé-zaken. En er ook nog zoiets bestaat als huishouden en Hond uitlaten.

Kortom, dinsdagochtend liep mijn hoofd over en bedacht ik op de fiets naar werk: niks niet vrijdag werken. Vrijdag is gewoon mijn parttime dag en daarmee uit! Ook zwaar overdreven natuurlijk, dat ik zoveel vrije tijd (waarin ik wel voor Poco Loco aan de slag was, maar op een ontspannen laag pitje) nodig heb om in balans te blijven. Maar hoe zwaar overdreven het ook klinkt, het is wel zoals het is.

Dat is zoals het is als ik het heb over leven op de handrem. Ik wil wel zoveel meer, maar ik kan niet zoveel meer.
“Je moet jezelf gewoon niet vergelijken met andere mensen”, zei woensdagavond iemand uit het tegen me. Ik knikte: ik weet het. Maar soms is dat nou precies wat ik wel zo graag wil. Niet perse die andere mensen. Wel dat gewoon.

Zomaar wat gedachten die ik vanochtend bij het wakker worden dacht, terwijl ik voelde hoe moe ik ben. Héél moe. Ondanks vrije dagen. Maar verder gaat het goed.