Oct 272014
 

141027 Verknipt (97)Hoe later je naar bed gaat en hoe later je opstaat, hoe intelligenter je bent, zou onlangs uit onderzoek gebleken zijn, las ik laatst. Wat verklaart waarom ik om te beginnen mezelf lang niet altijd begrijp: ik lig meestal rond 22:00 uur in bed en als ik om 8:30 uur nog niet ben opgestaan, vind ik dat al zonde van mijn dag.

Door het ingaan van de wintertijd werd ik vanzelf een uurtje later wakker dan normaal, alleen was dat natuurlijk maar een kunstmatig uurtje. Een kunstmatig uurtje waarvan ik wel echt last kan hebben, omdat van de ene op de andere dag de tijd niet meer klopt met mijn beleving.
Als ik labiel ben, is mijn tijdsbesef daar één van de signalen van: dan zou ik kunnen denken dat het binnenkort zomer wordt, of weet ik zeker dat het al december is, en geen 2014.
Wintertijd voelt dus als labiliteit en het is hard werken om mezelf daardoor niet in de luren te laten leggen.

Over werken gesproken: een artikel in de NRC van zaterdag 25 oktober 2014 adviseert om dat extra uur nuttig te gebruiken door ‘m aan je carrière te besteden. Waarschijnlijk ben je deze maandag toch te vroeg wakker, staat erin, verdoe die tijd niet in je bed, maar ga naar je werk en geef je loopbaan een boost. Er staat een aantal best goeie tips in het artikel.

Toch kijk ik wel uit om een uur extra te werken, al vind ik mezelf daardoor ontzettend star. Want dat ik ziek werd door overbelasting, door onder andere mijn eigen te grote verantwoordelijkheidsgevoel en te vaak te lang werken – dat heeft er flink ingehakt. Ik voel me nog steeds kwetsbaarder dan voor die tijd.

Dus ja, als ik eerder wakker ben zal ik het uur nuttig besteden. Maar niet op mijn werk.


De tips uit het artikel die niet alleen tijdens de wintertijd de moeite waard zijn:

  • Zorg voor een daglicht-lamp. Op mijn kamer op werk hangen die dingen, en het is prettig helder licht. Ik heb onder die lampen zelfs minder last van mijn gebruikelijke middagdip dan op de kamer waar ik eerst zat, waar echt daglicht is.
  • Ga wandelen. En niet alleen tijdens je lunchpauze. Let er ook eens op hoe snel je op je werk loopt, naar de printer bijvoorbeeld of naar de koffieautomaat. Als ik er op let om ook dan meer te wandelen dan te rennen, voel ik me een heel stuk minder gestrest.
  • Maak doelen concreet. Vaak ben je algauw geneigd om de waan van de dag te laten bepalen wat je doelen zijn. Geeft niks, maar zorg dat je binnen die doelen je eigen doelen stelt. En vooral: doe een vreugdedansje als je een doel hebt bereikt.
Oct 242014
 

“Wees toch eens niet zo kritisch, Marieke!” “Jij bent wel kritisch, hè?” “Misschien moet je proberen om wat minder kritisch te zijn, Marieke.”

In honderden varianten en vanuit alle hoeken heb ik het te horen gekregen. Meestal nadat ik eerst was aangemoedigd om van me af te bijten, wat meer mijn stem en mijn mening mocht laten horen, niet zo verlegen en/of onzeker hoefde te zijn, voortaan gewoon maar “fuck it” moest denken en me niets van anderen hoefde aan te trekken.

Ik ben ook kritisch. Ik stel hoge eisen. Aan mezelf. Ik heb grote verwachtingen. Van mezelf. Dat is niet altijd handig en ik maak het mezelf bepaald niet makkelijk. Dat heb ik mezelf lang kwalijk genomen. Maar hoe lastig ik mezelf ook vind, ik vind het eigenlijk wel oké dat ik zo ben.

Die kritische houding, die hoge eisen en die grote verwachtingen: die heb ik in een light-versie ook voor mijn omgeving. Vanzelfsprekend, zou ik bijna denken. En niks mis mee, dacht ik ook altijd. Totdat ik leerde om mijn stem en mijn mening te laten horen.

Sindsdien vind ik het ingewikkeld. Ik moet dus wel over van alles iets vinden en dat uitspreken, maar ik mag eigenlijk niet zeggen wat ik vind. Waardoor ik vaak boos op mezelf loop te zijn, omdat ik iets wel had willen zeggen maar het niet deed, of omdat ik iets niet had moeten zeggen en dat wel deed, of omdat ik iets kennelijk anders had moeten zeggen dan ik deed.

Gisteren werd ik gebeld door iemand van het ministerie van SZW.
“Jij bent kritisch hè”, vroeg ze.
Mijn hart maakte een sprongetje van schrik.
“Daarom wil ik graag jouw mening over de vooraankondiging van een congres over de bevordering van de participatie van mensen met een psychische beperking. Zodat we zeker weten dat het goed is.”
Even later prijkt in mijn mailbox een tekst die opgesteld is namens de staatssecretarissen Jetta Klijnsma en Martin van Rijn.

Kun je je mijn meer dan kamerbrede glimlach voorstellen?

  •  Friday 24 October 2014
  •  Posted by on Friday 24 October 2014
  •   1 Response
  •  Tagged with:
Oct 232014
 

141023 Alle hens aan dek

Stress is such a bitch. Echt.

En stress is ook zo het niet-goede woord voor wat ik bedoel. Want stress, dat klinkt als het gevolg van gedoe, narigheid, akelige dingen, zenuwen, nervositeit, haast, druk druk druk, deadlines, je weet wel.
Maar wat als er voornamelijk sprake is van een wervelstorm van leuke, bijzondere, gave, onverwachte en mooie dingen? En zich alleen maar even één klein onbeduidend voorvalletje voordoet? En dat al die leuke dingen bij elkaar en dat ene kleine voorvalletje toch hetzelfde effect hebben als gedoe, narigheid, akelige dingen, zenuwen, nervositeit, haast, druk druk druk, deadlines? Dan voelt het wel als stress, maar is het dan ook stress?
Ik weet het niet. Maar ik noem het toch zo.

En stress en ik: dat is een heel beroerde combi. Dat is dan meteen een heleboel rondrazende emoties en een heleboel veel te ingewikkelde gedachten. Naast een verhoogde hartslag, een te oppervlakkige ademhaling en knalrode vlekken in mijn gezicht en nek. En dat is dus ook meteen alle hens aan dek.

Stap 1: zoek afleiding.
Stap 2: ademen. Dóórademen.
Stap 3: mezelf toespreken. Nee Marieke, die emoties en die gedachten zijn niet nodig.
Stap 4: herhaal stap 2.
Stap 5: herhaal stap 3.
Stap 6: herhaal stap 2.
Stap 7: mezelf toespreken. Marieke, welke redenen heb je nou eigenlijk voor die gedachten en emoties?
Stap 8: herhaal stap 2.
Stap 9: mezelf toespreken. Zie je wel Marieke, die emoties en die gedachten zijn niet nodig.
Stap 10: herhaal stap 1 t/m 10. Ongeveer 300 keer.

Vandaar dat stress een bitch is. Vanwege de impact. En de noodzaak van een stappenplan. Maar sinds vorige week blijkt het stappenplan ook nog eens echt te werken. Binnen een dag. En dat is progressie.


Prince Ea: How To Get Rid Of Stress In 60 Seconds

Oct 202014
 

Squats, dancing crabs, push ups, leg raises, dead lifts, prisoner squats, military press squats… Wie denkt dat bootcamp training gaat over kracht en conditie, help ik bij deze uit de droom: het is een taalcursus.
Een taalcursus terwijl je kracht en conditie traint, dat wel. Mountain climbers, burpees, planking, lunges, suicide drills… Pardon, wat voor drills?

Ik schrok toen ik de eerste keer het woord suicide drills hoorde. Djiezus. Dan sport je om depressiviteit buiten de deur te houden en angst zo beheersbaar mogelijk, word je onverwacht en laconiek geconfronteerd met iets wat jarenlang veel te vaak een rol speelde in mijn gedachten. Inderdaad ga je in de bootcamp training best wel kapot van suicides. Maar ze doen lang niet zo’n pijn als gedachten eraan.

Gisteren stuurde ik het laatste mailtje aan mijn online therapeut. Niet omdat het nodig was. Integendeel. Ik mailde omdat het kon. Omdat dat de afspraak was. En omdat het fijn is om voor de derde of vierde achtereenvolgende keer te kunnen melden dat het lang niet altijd goed gaat, maar toch zo ontzettend veel beter dan dat het ging. Want hoeveel last ik ook kan hebben van angst, van paniek, van stemmingswisselingen, van nachtmerries – niets is zo erg als die gedachten.

Zaterdag sta ik te staren naar een matje waarop we sommige bootcamp-oefeningen doen, als de trainer de suicide drills aankondigt. Kletsend en lachend loop ik met de groep mee naar de oranje pilonnetjes waartussen we heen en weer gaan sprinten.

In shape, in control: naar die woorden op het matje stond ik te staren en ik bedacht me hoe waar die zijn. Zonder die nare gedachten voel ik me zo veel sterker. Zelfs als ik me kwetsbaar voel.

Gisteren stuurde ik het laatste mailtje naar de online therapeut en schreef ik me in voor de bootcamp training van morgen.

Oct 182014
 

141018 De Mt Everest beklimmen“Kun je nog iets over jouw kracht zeggen?” opperde Iris van Fonds Psychische Gezondheid aan het einde van de opnamedag van mijn filmpje.
Even dacht ik over de suggestie na. De verleiding was groot om dat inderdaad te doen, want zo voelde ik me op dat moment: krachtig, sterk, alsof ik de hele wereld aankon.
Maar ik schudde mijn hoofd.
“Nee”, zei ik. “Want straks lig ik hier voor pampus op de bank. En ik heb het hele weekend nodig om van deze dag bij te komen. Ik wil niet de indruk wekken dat ik alles aankan.”

Ik dacht vaak aan de opnamedag toen ik kort daarna steeds heviger gestresst raakte, en me, bijna rijp voor een telefoontje met de psychiatrische crisisdienst, uiteindelijk eind augustus ziek meldde. Die week thuis, gespannen, met voortdurende huilbuien en paniekaanvallen: een groter contrast met de Marieke in het filmpje kon er bijna niet zijn.

De week voordat het filmpje online kwam, voelde ik me eindelijk weer rustig en min of meer evenwichtig. Werkte ik voor het eerst in 5 weken weer al mijn uren. Dat lijkt zo normaal in de ogen van velen. Maar zoals iemand op de Facebook-pagina van FPG  naar aanleiding van mijn filmpje schreef: voor mensen met borderline is dat zoiets als de Mount Everest beklimmen zonder armen en benen.

Boven op hoge bergen is het bijzonder en mooi – maar koud. De wind giert om je hoofd, je wenkbrauwen zijn bevroren, je bent moe. Je weet dat het geweldig is dat je de top hebt gehaald en voor de vorm poseer je voor de foto, maar echt ervan genieten komt later wel. Nu wil je alleen maar terug naar het basiskamp en zo diep mogelijk in je slaapzak wegkruipen.

Dus daar zit ik nu, in mijn basiskamp. En wat me zo raakt in alle reacties is dat blijkt dat zoveel mensen dat nu snappen.