Mar 262015
 

150326

Officieel heb ik geen andere baan. Officieel ga ik dus ook niet echt weg. Officieel ga ik alleen maar een jaar ergens anders mijn vaardigheden en talenten inzetten. Officieel kom ik na dat jaar weer terug in mijn huidige functie.

Niet dat mijn huidige functie dan nog is zoals die nu is. Die functie komt binnenkort in een ander team met een andere teammanager en het gevolg zal ongetwijfeld andere taken en anders wel andere prioriteiten zijn.
En wie weet welke andere kansen ik ondertussen grijp.
Maar officieel ga ik dus niet echt weg. En ik neem dus ook niet officieel afscheid.

Maar ik sluit wel een belangrijke periode af.

Iets meer dan 11 jaar geleden kwam ik uit de dagbehandeling in het psychiatrisch ziekenhuis, was ik het werk dat ik had kwijt en zat ik in de WAO. En toen kon ik gaan werken op de afdeling waar ik nu, drie functies, 6 leidinggevenden, meerdere reorganisaties, 8 kantoorkamers, een diagnose of 4, meer dan 600 door mij geschreven intranetberichten, 2 (of 3?) depressies, veel te veel living-on-the-edge-periodes, 3 therapieën, 2215 blogposts, 1 huis, 1 eigen bedrijf, heel veel Poco Loco-presentaties en 1 boek-in-wording verder, nog steeds werk.

De jaren voorafgaand aan de dagbehandeling waren ingrijpend en de dagbehandeling zelf was ingrijpend. Maar de meest ingrijpende, vormende, bepalende jaren, de meest moeilijke en tegelijkertijd meest gelukkige jaren in mijn hele leven waren deze 11 jaren.

“Dus je komt na een jaar gewoon weer terug?” vragen collega’s me deze dagen vaak.
Ik ga niet officieel weg.
Maar na 11 te gekke en tegelijkertijd gekke jaren, weet ik één ding zeker.

Gewoon kom ik niet terug ;-)

Mar 242015
 

150324

“Jij neemt de dingen goed op!” reageert iemand op de manier waarop ik omga met mijn te licht uitgevallen haar.

Ik doe dan ook mijn best de dingen goed op te nemen. Ik moet dat doen. Ik zou van zoiets sufs als een niet goed uitgevallen haarkleur enorm van slag kunnen raken. Ergens diep van binnen gaat het ook aardig mis. Boosheid (waarom heb ik niet tegen de kapper gezegd dat dit niet is wat ik wil?) en onzekerheid (iedereen vindt mijn haarkleur vast stom!) willen samen verder als gierende paniek, maar dat kan ik niet toelaten. Dat wíl ik niet toelaten. Niet om zoiets kleins.

En dus vertel ik mezelf voortdurend dat het wel went, dat drie tinten te blond uitgevallen haar van mij. Dat het zo weer uitgroeit. Doe ik alsof een nieuwe haarkleur past bij een nieuwe uitdaging.

Ondertussen kijk ik zo min mogelijk in de spiegel. Daardoor vergeet ik hoe mijn haar eruit ziet en dus hoe ik me eronder voel, maar echt handig is dit vermijdingsgedrag eerlijk gezegd niet. Want ik schrik iedere keer weer als ik mezelf zie en dan begint het hele riedeltje opnieuw.

Natuurlijk kan ik de kapper bellen om uit te leggen wat er aan de hand is. Ze zou er niet moeilijk over doen. Maar ik doe het niet. Want al is het mijn haar dat de paniek veroorzaakt, het is ook de paniek die mijn beoordelingsvermogen beïnvloedt.

Het is misschien niet helemaal wat ik wilde. Maar als ik mezelf even helemaal uitschakel, dan geloof ik dat het zo erg nou ook weer niet is.

“Gelukkig kun je met jezelf geen ruzie krijgen”, zei een schoonmaakster op werk laatst tegen me.
Ze moest eens weten.
Ik vind het ‘t meest vermoeiende van mij zijn.


PS
Deze blog schreef ik gisteravond. Vandaag ben ik onverwacht een stuk meer tevreden met mijn spiegelbeeld. Het valt niet mee om geduldig met mezelf te zijn, maar het loont dus wel… ;-)

Mar 212015
 

150321

De dijk ontdekte ik toen Hond in mijn leven kwam en we samen de omgeving uitkamden. Ik liep er met Hond en ik liep er hard toen we nog in ons vorige huis woonden. Altijd was er minstens eentje, meestal meer: auto’s die in de smalle berm geparkeerd stonden, de bestuurder er nog in. Altijd vroeg ik me af wat ze daar deden. Behalve als de ramen helemaal beslagen waren, dan wist ik het wel. Keken ze vogels? Wachtten ze op iemand? Zaten ze daar maar wat te zitten?
Ze gaven me een ongemakkelijk gevoel. Bang is een te groot woord. Maar kwetsbaar voelde ik me wel. En dat nam ik ze kwalijk.

Jaren kwam ik er niet. We verhuisden – dat ons bod op ons huidige huis was aanvaard, hoorde ik op de dijk. Er was dichterbij genoeg omgeving om samen met Hond uit te kammen. Ik liep jaren niet hard.
Toen ik er eindelijk weer kwam, was er veel veranderd. Er lag nieuw asfalt en er waren parkeerhavens gemaakt. Op die parkeerhavens stonden ze nog altijd: geparkeerde auto’s met de bestuurder er nog in. Nog steeds gaven ze me een ongemakkelijk gevoel. Alsof ik hun wereld binnendrong. Ik nam het ze kwalijk. Totdat ik besloot: dit is ook mijn wereld.

Gisteren liep ik hard over mijn favoriete dijk. Op een parkeerhaven stond een auto geparkeerd waaruit de muziek me al van ver tegemoet waaide. Het overstemde het gezang van de vogels. De bestuurder zat niet in zijn auto: hij, een gast in rap-outfit, nam trots foto’s van de grote speaker in de achterbak.
Even voelde ik me kwetsbaar. Even nam ik dat hem kwalijk.

Dus toen ik langsliep, stak ik m’n duim op. “Goed geluid”, zei ik. Ik werd beloond met een brede grijns.

Het ís ook mijn wereld. Dat wil ik niemand kwalijk nemen.


Mar 172015
 

150317

“Ja hoor, geef maar mee!” riep ik enthousiast toen mijn coach vorige week aarzelde of ze me een leerstijlentest zou laten doen. “Testen, ik ben er dol op!”

Maar nadat ik nog geen 20 van de 80 vragen beantwoord heb, schuif ik de vragenlijst geïrriteerd van me af. ‘Ik heb een uitgesproken mening over wat goed en slecht is’, ‘in discussies hou ik ervan recht op mijn doel af te gaan’, ‘ik vind het vervelend als ik werk moet afraffelen om een deadline te halen': ik moet aangeven of ik dat wel of niet vind. En ik weet niet meer wat ik vind.

Ik denk dat ik een doener ben, maar wat als blijkt dat ik een theoreticus ben? Zoals uit een test van het loopbaancentrum kwam dat ik extravert ben terwijl ik mezelf als introvert beschouw? Zoals uit een andere test kwam dat ik graag mensen help, terwijl ik mezelf zie als bepaald niet zorgzaam? Zoals ik het niet makkelijk vind om aan mijn eigen standpunt vast te houden, maar mensen onlangs aangaven dat ze me star vinden? Zoals ik het moeilijk vind om iets voor mezelf te vragen, maar als ik dat toch doe, dat overkomt als dwingend en eisend? Zoals ik mezelf beschouw als iemand met een energievoorraad waarvan altijd de bodem in zicht is, over wie K. zegt: “Jij doet nooit niks hè, bent altijd bezig!” Nog even en uit een test blijkt dat ik niet Marieke ben.

Ik weet niet meer wat mijn karakter is, wat door mijn psychische aandoening bepaald wordt, of vaardigheden misschien per ongeluk overlevingsstrategieën zijn (of andersom) en welke competenties ik in de loop van de jaren heb ontwikkeld. Ik wil het ook niet meer weten. Ik wil er geen labeltjes meer aanhangen. Ik wil alleen nog maar zijn.

Zoals ik ben.

Mar 132015
 

150313“Weet je waar ik me op verheug?” zeg ik over mijn nieuwe functie tegen mijn collega.
“Nou?” vraagt ze.
“Op de rustige omgeving!” zucht ik.
De gang waaraan onze kamer grenst, is zo’n beetje de hoofdroute door het gebouw. Voortdurend lopen er mensen langs en rammelen er schoonmaak-, catering- en dossierkarretjes doorheen, het is alsof de klapdeuren nooit stoppen met heen en weer zwiepen, we kunnen bijna letterlijk meeluisteren met gesprekken en vergaderingen in de drie ons omringende ruimtes en vanuit het atrium stijgt de hele dag door geroezemoes omhoog. Nog afgezien van de telefoons die op onze kamer om de haverklap rinkelen en de constante aanloop van collega’s.

“Weet je waar ik naar uitkijk?” val ik mijn collega even later weer lastig.
“Nou?” reageert ze weer, een tikkeltje verstoord, maar oprecht benieuwd.
“Dat ik me maar op één onderwerp hoef te focussen”, antwoord ik.
Niet meer alleen maar rakelings over onderwerpen heen scheren, maar er helemaal induiken, één onderwerp echt in de vingers krijgen, er routine in ontwikkelen, dat waaraan ik begin helemaal afmaken en een resultaat opleveren – dat lijkt me fijn.

Wat me ook fijn lijkt: de koffiekamer in het pand waar ik ga werken, met echte cappuccino, latte macchiato en koffie verkeerd. Het pand zelf met ongetwijfeld al z’n nadelen, maar met een sfeer waarin ik me al zolang ik er kom, goed voel. Met maar liefst drie boekhandels op nog geen vijf minuten lopen. Tientallen lunchplekjes in de nabijheid.

“Weet je wat me ook zo lekker lijkt?” zeg ik thuis tegen K.
“Nou?” vraagt K.
“De al vastgelegde kaders”, zeg ik. “De afspraken die er al zijn. Dat ik niet zelf het wiel hoef uit te vinden.”

Toch lig ik soms even wakker van de stap die ik ga zetten. Een weg inslaan die deels over reeds gebaande paden leidt – dat is pas way out of my comfort zone.


Op de foto: een inspiratiekaartje van ICM. Op de achterkant staan 10 tips voor meer creativiteit:

  1. Alles begint met een ‘open mind’.
  2. Gebruik je fantasie om de werkelijkheid te creëren.
  3. Denk in absurde mogelijkheden.
  4. Fysieke beweging stimuleert creativiteit.
  5. Verschillende gezichtspunten bieden verschillende oplossingen.
  6. Schrijf nieuwe ideeën op.
  7. Durf uit je comfort zone te gaan.
  8. Draai je gedachte eens om.
  9. Stilte en ontspanning bevorderen creativiteit.
  10. Vergeet nooit te lachen! :-)