Feb 082016
 

Wat moedig wat je doet.
Wat dapper.
Je bent een pionier –
zijn vooral de reacties op mijn openheid over mijn psychische aandoening.

Maar:
zo moedig en zo dapper ben ik eigenlijk niet.
En een pionier wil ik helemaal niet zijn.

Ik wil alleen maar mezelf kunnen zijn.

“Als de minister jou je boek heeft overhandigd, kun je eventueel iets zeggen”, had mijn uitgever me gezegd over de lancering van Werken als een gek op het Depressiegala. Het liep anders, want Anita Witzier stelde me een aantal vragen, maar het tekstje hierboven was wat ik voorbereidde.

Toen ik na mijn five minutes of fame op de allerlaatste rij hoog achterin het theater zat, bedacht ik dat het maar goed was ook, dat ik wat ik had voorbereid niet had gezegd. Want het ís dapper en moedig als je geen geheim maakt van je psychische aandoening.

Het ís dapper en moedig, maar ík ben dat niet. En dus kostte het me bakken energie: de interviews, het praatje op de radio, mijn verschijning in Tijd voor MAX, mijn optreden, hoe kort ook, op het Depressiegala, de speech die ik afgelopen woensdag op een bestuurlijke bijeenkomst gaf, zelfs het interview voor de intranetpagina van m’n werk.

Het kostte me energie en gaf me adrenaline-boosts.
En nu weet ik het even allemaal niet meer.

Ik voel me te moe om dapper te zijn. En dus trek ik me terug in een dag thuis werken en zie ik er als een berg tegenop om straks voor een overleg en een lunch de deur uit te gaan.
Ik voel me te dapper om meer dan een beetje af te glijden in somberheid. Maar ik hunker naar mijn zachte dekentje in mijn veilige hoekje op de bank.

Dat is normaal, na zo’n heftige, intensieve periode. Het hoort erbij. Het mag er zijn.

Maar weet je?

Om deze laatste zinnen op te schrijven, om toe te geven dat ik even verre van dapper en moedig ben – daarvoor moest ik nou al mijn dapperheid en moed bij elkaar schrapen.

Feb 012016
 

160201

“Wat ik me vooral heel goed van jou herinner”, zegt mijn vroegere sociaal-psychiatrisch verpleegkundige als ik haar Werken als een gek breng, waaraan ze een bijdrage leverde, “is die bijna gekmakende visie in je hoofd op wat je van ons wilde. Je wist zó precies wat je wilde en je was daar niet vanaf te brengen. Wij zijn dat helemaal niet gewend. Wij zijn gewend aan cliënten die afwachten wat wij bieden. Maar dwarsliggers als jij hebben we hard nodig. Mensen zoals jij houden ons scherp.”

Nog veel beter dan wat ik wilde, wist ik destijds wat ik níet wilde. En dat was wéér in mijn geschiedenis duiken, wéér achterom kijken, wéér focussen op alles wat niet goed ging. Nog ongelukkiger dan ik al was werd ik daarvan, nog verwarder en nog onzekerder. Ik had zelf uitgepuzzeld dat ik voortdurend verstrikt raakte in steeds weer dezelfde patronen en ik wilde daar uit, ik wilde geen aandacht meer voor wat ik niet kon, maar voor wat ik wél kon – ik wilde vooruit!

De ggz kon me dit niet bieden. Pas in een wandelcoachtraject bij Hilde Backus leerde dat ik meer een doorzetter ben dan een dwarsligger, en dat die gekmakende visie van mij de sleutel was om me minder gek te voelen.
“Waarom schrijf je geen boek?” was de suggestie van Hilde na afloop van de laatste coachwandeling.

Het boek is er sinds een week. Over twee weken rond ik de wandelcoachopleiding af die ik met zoveel plezier volgde.

En om mijn boek en mijn certificering als wandelcoach te vieren, betaalt iedereen die zich deze maand aanmeldt voor het wandelcoachtraject #YesIcan – Van klacht naar kracht geen €650 (excl. 21% btw), maar €400 (excl. btw).

Meld je snel aan!

Jan 252016
 

160125

“Klink als een bloemetje!”, was ooit één van de adviezen over het plegen en beantwoorden van telefoontjes. “Zorg dat je glimlach door de telefoon heen hoorbaar is!”
Ik kreeg het lijstje met adviezen toen ik voor mijn werk telefonisch allerlei bedrijven en organisaties moest benaderen. Stel dat we een vergaderruimte te huur zouden aanbieden, was de vraag die ik moest stellen, zou u daarin dan geïnteresseerd zijn? Natuurlijk zat niemand te wachten op een vergaderruimte die er misschien wel, misschien niet zou komen. Hoe hard ik ook mijn best deed om mijn glimlach te laten klinken als een bloemetje.

Ik hou niet van bellen. Ik vind het verschrikkelijk, eigenlijk. Ik weet namelijk zeker dat degene aan de andere kant van de lijn geen idee heeft wie ik ben. Ik ben bang dat ik niet meer uit mijn woorden kom. Ik krijg het voor elkaar om altijd door de ander heen te praten. Het maakt me zeer onzeker dat ik de gezichtsuitdrukking van de ander niet zie.

Maar in het kader van goede voornemens begon ik er toch maar eens mee te oefenen, dit jaar. Nog niet wetend dat het publiceren van een boek leidt tot een tsunami aan telefoontjes. Telefoontjes krijgen en telefoontjes plegen. Inclusief een telefonisch interview met Trouw (lees het hier via Blendle), een telefoongesprek afgelopen vrijdag live op Radio 5 (terugluisteren kan hier, vanaf de 40e minuut) en vanmiddag kom ik misschien telefonisch aan het woord in Nieuws & Co op Radio 1.

Ik rende altijd hard weg zodra mijn telefoon ging. Inmiddels sprint ik juist naar mijn telefoon toe. De redacteur van Radio 5 complimenteerde me met mijn beeldende verhaal en noemde me een goede spreker.

Het zal mijn fleurige glimlach zijn geweest, die hij hoorde 😉


Vandaag is het zover: mijn boek Werken als een gek komt uit! Vanavond krijg ik het op het Depressiegala uit handen van minister Edith Schippers. Bezoekers aan het Depressiegala krijgen een exemplaar in hun goody bag, en hier kun je een gesigneerd exemplaar bestellen.

Vanmiddag kun je me zien in Tijd voor Max (NPO 1, 17.10 uur) en daaraan voorafgaand kun je me rond 16.10 uur horen in Nieuws & Co op Radio 1 (nog onder voorbehoud; check Twitter voor updates).

Jan 222016
 

160122

“Pfff”, zucht ik terwijl ik met mijn handen mijn hoofd boven mijn ontbijt ondersteun. “Zoals ik me nu voel, zo voelde ik me heel lang áltijd.”
“Wat voel je dan?” vraagt K.
“Alsof ik wel kan janken”, zeg ik. “Terwijl ik me op zich goed voel. Maar dit is dus wat ik heb als het hectisch is.” En hoewel mijn stemming op zich nog goed is, is dit jankerige gevoel wel een klote-gevoel.

Maar meer dan dat is het een belangrijk alarmsignaal. Het vertelt me dat het weliswaar goed gaat, maar dat ik niet zonder meer maar kan dóórrennen. Ik geniet van wat er allemaal gebeurt, maar dat doe ik niet met volle teugen. Go with the flow dus, maar wel gecontroleerd. Want anders gaat het mis.

Hoe hou ik mezelf op de been?

  • Mijn lieve ouwe hond loopt tergend langzaam en staat om de haverklap stil: ik maak daar gretig gebruik en kijk uitgebreid om me heen, voel de frisse lucht op mijn huid, luister naar vogeltjes – kortom, ik probeer bewust te ontspannen.
  • Zomaar wat tv kijken is me momenteel te onrustig, maar Making a Murderer op Netflix is anders dan de titel doet vermoeden, ideaal: het gaat niet snel en elke aflevering is een keurig afgerond geheel.
  • Zowel op mijn werk als voor Poco Loco annuleerde ik afspraken waarin ik weliswaar zin had, maar die niet urgent waren. Er komt genoeg op me af en al zou ik kunnen denken dat ik nu de wereld aankan: ik doe nu niets wat niet perse nodig is.

Bovenstaande aandachtspunten zijn varianten op wat er in mijn Look & Feel Monitor staat bij fase groen: ik voel me goed (en dat wil ik graag zo houden).

Benieuwd wat er precies in mijn Look & Feel Monitor staat en wat die monitor eigenlijk is? Dat lees je in mijn boek Werken als een gek!

Jan 112016
 

160111

“Verschillende vrouwen die ik ken gingen op deze leeftijd allerlei diëten volgen, glutenvrij of koolhydraatarm”, zeg ik tegen K. als we op mijn verjaardag, afgelopen woensdag, een wandeling maken. “En ik geloof dat ik dit nu wel snap. Ik voel me best vaak net niet helemaal fit.”
“Wat heb je dan?” vraagt K.
Ik som op: “Hoofdpijn, last van mijn maag, pijn in mijn buik, een beetje misselijkachtig soms…”
Ik voel overal van alles, behalve als ik lekker in de weer ben: dan voel ik me alleen maar goed.

In gedachten verzonken lopen we verder.

“Maar wat het ook kan zijn”, verbreek ik de stilte, “is dat ik zenuwachtig ben. Ik vind het maar spannend, dat hele boekgebeuren. Doodeng, eigenlijk.”

“Ik verlang naar mijn comfort zone!” zei ik gisteren tegen mijn intervisiemaatjes van de wandelcoachopleiding.

Altijd heb ik beweerd dat ik helemaal geen comfort zone heb, dat ik altijd out of my comfort zone ben. Maar als je maandenlang héél ver out of your comfort zone bent, dan begint out of your comfort zone te lonken als lekker middenin je eigenste veilige comfort zone.
“Even niks doen wat eng is, even geen spannende dingen, even niet mezelf voortdurend boven mezelf uit tillen en vooral: even niet met zoveel dingen tegelijkertijd bezig zijn”, verzucht ik.

In Werken als een gek beschrijf ik hoe ik me een aantal jaren geleden overtilde aan teveel tegelijkertijd doen, met allerlei nare gevolgen van dien. Vergeleken met toen gaat het nu, ondanks al die ballen in de lucht, bijzonder goed met mij. Toch ben ik er niet helemaal gerust op.

Nog twee weken tot mijn boek uitkomt. Ik denk dat het scheelt.


Tijdens de wandeling met mijn intervisiemaatjes kwam ik, net als tijdens het wandelen met K., Schotse Hooglanders tegen. Bij Schotse Hooglanders moet je een aantal gedragsregels in acht nemen, die ook handig zijn bij het omgaan met (te)veel spanning:

  • Houd afstand.
    Zorg voor rust, schakelmomenten en/of oplaadmogelijkheden tussen de verschillende activiteiten, zeker als deze activiteiten stress geven.
  • Niet voederen of aaien.
    Prop niet meer activiteiten, afspraken of to-do-dingen in je agenda dan noodzakelijk is. Schrap desnoods al gemaakte afspraken, zeker als dat afspraken zijn die niet op dat moment echt nodig zijn en die je vooral energie kosten.
  • Gedraag je rustig.
    Zoek bewust ontspanning op. Ga een stuk wandelen, luister muziek, lees een boek, ga op tijd naar bed.
  • Loop om de kudde heen wanneer je ze passeert.
    Erken dat je spanning ervaart, dat het allemaal wat (te)veel is, en ga niet gewoon maar door zoals je dat gewend bent en/of het liefst zou willen. Zoek omwegen die wel leiden tot jouw doel, maar die geen extra spanning veroorzaken.