Sep 192014
 

140919 Slimme hardwerkende meid

Vannacht heb ik goed geslapen. Ik voel me redelijk rustig en mijn stemming is goed. Ik hoef niks. Ik hoor via mijn rechteroor wat vogeltjes fluiten en Hond zachtjes snurken. Ik drink een heerlijke kop koffie met opgeklopte, warme melk. Een fijn begin van het weekend.

Ware het niet dat via mijn linkeroor al zeker een uur het scheurende geluid van een heggenschaar naar binnen knalt. Harde stemmen van tegen elkaar schreeuwende werklieden. Het schrapende geluid van een schep over trottoirtegels. Nu ook nog eens aangevuld door de geluiden van het speelkwartier van de basisschool verderop in de straat. Geluiden die er altijd zijn en die ik soms niet eens hoor.

Maar vandaag schiet mijn spanningsniveau (hartslag, bloeddruk, spierspanning) omhoog. Ik trommelvliezen trillen. Ik knijp met mijn ogen alsof het licht te fel is. Mijn handen bibberen en voelen klam. Er beginnen allerlei gedachtenflodders en fragmenten van gesprekken door mijn hoofd te spoken die me, buiten hun context, onrustig maken. Ik probeer ze vast te grijpen en tot zwijgen te brengen, maar als stukken natte zeep ontglippen ze me. Mijn concentratie op het typen van dit blogje verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Gelukkig sliep ik goed en nachtmerrie-loos, waardoor ik me bij het opstaan redelijk rustig voelde en de dag begon in een goeie stemming. Dat maakt de kans iets kleiner dat ik mijn hoofd verlies.

Het liefst zou ik nu razendsnel naar mijn werk gaan. Afleiding, iets zinnigs om handen, een to-do-lijstje om systematisch af te werken, me ergens verantwoordelijk voor voelen, mensen om me heen.

“Working really hard is what successful people do”, zegt de kalender vandaag tegen me.
“Slimme hardwerkende meid met een psychische kwetsbaarheid”, staat in mijn Twitter-bio. Vanwege een psychische kwetsbaarheid, moet dat zijn. Want working really hard is wat ik doe om mijn kwetsbaarheid te kunnen hanteren.

En wat mijn kwetsbaarheid tegelijkertijd enorm triggert.

Thuis zijn het spelende kinderen en een heggenschaar.
Op werk zijn het vragen van collega’s, mailtjes met verzoeken om snel iets te doen, het to-do-lijstje dat nooit korter wordt, mijn eigen verantwoordelijkheidsgevoel, de geluiden van mensen om me heen. Ik zou niet zonder willen.

Maar godverdomme, wat is het moeilijk om mijn grenzen te bewaken als die zich elk moment ergens anders bevinden.

Sep 152014
 

140915 Valse plooien gladstrijkenDat ik dit doe is toch eigenlijk te gek voor woorden, dacht ik al na de eerste dag van mijn virtuele retraite. Goed, geen prikkels via Twitter en Facebook: ongetwijfeld heeft dat z’n voordelen. Maar leuk is anders. Het is als tegen je vrienden, door wie je je juist zo gewaardeerd voelt, zeggen dat je ze voorlopig niet wil zien, omdat ze zoveel gezellige drukte met zich meebrengen.

Frappant, dacht ik na die eerste dag in mijn virtuele hutje op de hei, frappant dat ik er verdomme net als altijd voor kies om mezelf te straffen voor iets dat van zichzelf al naar genoeg is. Dat mijn stressniveau toch weer veel te hoog is, dat ik opnieuw ben omgevallen ook al doe ik alsof dat niet zo is – doe ik dat voor mijn lol? Is dat mijn eigen schuld? Moet ik mezelf daarom iets ontzeggen waaraan ik juist plezier beleef?

Ja, ik had op werk mijn grenzen beter kunnen moeten bewaken. Maar dat ik zo overbelast ben geraakt, komt juist doordat ik mijn grenzen wilde bewaken en ze in plaats daarvan telkens moest oprekken. Ik ben mezelf inmiddels een enorme lastpak gaan vinden, juist omdat ik op mijn grenzen probeerde letten en daar af en toe ondersteuning bij vroeg. Zo langzamerhand ben ik zelfs gaan denken dat ik met mijn behoefte aan grenzen niet geschikt ben voor dit werk.

Naast de paniek die opnieuw door me heen dreigt te gaan gieren als gevolg van de stress, is dat het ergste: het in mijn hoofd opgepopte idee dat misschien wel gedacht wordt dat ik mijn werk niet aan kan.

De afleiding van Twitter en Facebook helpt bij het gladstrijken van dergelijke valse plooien in mijn hersenen. Het voordeel van mijn virtuele hutje op de hei is dat ik daar achter kwam.


Op de foto:
De kaart “Don’t cross the borderline, I’m on your site” is van de Socialrun, een non-stop estafetteloop van 555 kilometer in 48 uur om aandacht te vragen voor de vaak moeilijke positie van mensen met een psychiatrische aandoening.
De kaart “Als je vraagt hoe het gaat…” is van Samen Sterk zonder Stigma.

Sep 122014
 

Op 1 september sprak ik met de bedrijfsarts af dat ik 2 weken slechts halve dagen zou werken. Of dat een goed idee was, wist ik niet zeker: mijn hoofd voelde verre van normaal. Wat ik wel zeker wist, was dat thuis blijven een slecht idee zou zijn. Zonder afleiding, zonder nuttige dingen om handen, zonder een praatje hier en een babbeltje daar zou mijn hoofd beslist op hol slaan. En dus 2 weken slechts halve dagen werken – en die 2 weken zouden eigenlijk in totaal maar 5 dagen zijn omdat precies in die weken al tijdenlang 3 vrije dagen in mijn agenda prijkten.

In totaal ging het 3 dagen zoals de bedoeling was.

Op de 4e dag zag ik met mijn collega hetzelfde gebeuren als wat er met mij gebeurd was: door hoge werkdruk, een groot verantwoordelijkheidsgevoel en geen half werk willen afleveren, sloeg ook haar stressmetertje zwaar in het rood uit. Natuurlijk had ik mijn ogen daarvoor kunnen sluiten, na 4 uur werken mijn biezen kunnen pakken en het haar zelf laten uitzoeken. Ik deed dat niet.
Afgelopen dinsdag werd een overleg gepland waarvan mij werd verteld dat het dringend noodzakelijk was en waarbij alle genodigden aanwezig moesten zijn – ik ook, al zou ik die dag een vrije dag hebben. Ook was er opnieuw collegiale eerste hulp bij stress vereist en 4 uur werd wat meer.
Gisteren fietste ik na bijna 7 uur werken naar huis: opnieuw was het vanwege hulp aan collega’s niet gelukt om me aan mijn maximaal 4 uur werken te houden.

Vijf dagen zou ik 4 uur per dag werken, 20 uur in totaal. Het werden 6 dagen en ongeveer 30 uur. Mijn herstel, dat de eerste drie dagen zo goed leek te gaan, is gestagneerd.
Je doet het jezelf aan, zeggen verschillende mensen.

Het zal wel. Ik ben iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik ben iemand met een sterke teamgeest: ik laat mijn collega’s niet in de kou staan als ze een beroep op mij doen en kennelijk niet bij iemand anders terecht kunnen.
Het zijn eigenschappen die als competenties in mijn functieprofiel staan.

Toch zou je bijna denken dat ik me maar volledig moet ziek melden. Vanwege die competenties. Uit zelfbescherming.
Maandag heb ik een vervolgafspraak bij de bedrijfsarts.

Sep 102014
 

“Het kan mij niet schelen of een medewerker een fobie voor liften heeft”, zei een manager onlangs tijdens een Poco Loco-workshop. “Als die medewerker op werk gewoon met de trap kan, dan is er toch niks aan de hand?”

Terwijl ik luisterde naar de discussie in de groep, dacht ik een andere locatie van werk. Het is een locatie waar ik graag ben, want het is er ruim, licht, vriendelijk, rustig en overzichtelijk. Alleen hangt er in het trappenhuis een groot glas-in-lood-achtig kunstwerk dat uit deels gebarsten glas bestaat. Het jeugdtrauma dat nog altijd zo mijn leven bepaalt, heeft van alles met kapot glas te maken. Gebroken glas iets om te vermijden en zeker niet iets om via een trap pal langs te lopen.

En dus moet ik, iedere keer dat op die verder zo prettige locatie moet zijn, zelfs al iedere keer dat ik zie dat op die locatie iets gepland is, mezelf over een berg angstgevoelens heen zetten en houdt het me bezig of ik met de trap langs het kunstwerk zal gaan of de lift zal pakken. Iedere keer dat ik toch de trap neem, zoals laatst bijvoorbeeld voor mijn afspraak met de bedrijfsarts die op de 1e etage zit, draaf ik zo snel mogelijk met afgewend hoofd langs het gebarsten gedeelte. Of ik nou met de trap ga of met de lift: iedere keer moet ik bewust mijn verstand ver boven mijn gevoel plaatsen.

Mijn baas hoeft inderdaad niet te weten welke beelden ik zie als ik word geconfronteerd dat kunstwerk. En door dat verstand-boven-gevoel-trucje beïnvloedt deze angst mijn werk meestal niet. Maar persoonlijk vind ik het wel prettig als mijn baas beseft dat zoiets kleins net de druppel kan zijn als mijn spanningsniveau door andere factoren al veel te hoog is.

En ik heb dus ‘alleen maar’ last van angst. Laat staan hoe het is als je een fobie hebt.


Vandaag is in Den Haag het nationaal congres Anders denken over psychische aandoeningen. Ik ben erbij als werkambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma en als lid van de Raad van Advies van het project Stigma & Werk van SSzS.
Bovendien werd ik vorige week benaderd door Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland, met de uitnodiging om plaats te nemen in een panel dat, naar aanleiding van de productie ANGST van PodiumT (zie filmpje boven deze blog), met de zaal in discussie gaat over werk en angst.

Op Twitter kun je het congres volgen via de hashtag #adpa.

Sep 082014
 

140908 Moet ik een hoed op

“Maar je leek op je trouwdag nog zo gelukkig!” reageerden mensen verbouwereerd toen ik kort daarna door depressiviteit niet meer kon werken. Ik wás ook gelukkig op mijn trouwdag – al leidde de depressie toen al enkele maanden een sluimerend bestaan.

“Weet je nog dat jouw ouders vonden dat we je hele familie moesten uitnodigen?” herinnert K. zich als onze trouwdag ter sprake komt. In november is het alweer 15 jaar geleden en het voelt als een heel leven. Geregistreerd partnerschap is het trouwens officieel, maar dat is zo’n mond vol. En klinkt zo zakelijk bovendien.

Ik weet het nog. Zó kwaad was ik erover. Onze trouwdag was het en dus deden wij het op onze manier. “Zet er dan tenminste een advertentie over in de krant!” vond mijn vader. We weigerden.

“Moet ik een hoed op?” was mijn moeders zorg.
Een hoed?
Ken je je dochter als iemand die verwacht dat je een hoed draagt tijdens haar geregistreerd partnerschapsdag? Ik zou zelf niet eens een trouwjurk dragen, want dat K. een jurk zou dragen was geen optie. Zij ging in pak. En dus droegen we allebei een pak. Omdat ik niet wilde dat de indruk zou kunnen ontstaan dat één van ons meer de man of de vrouw is dan de ander.

Maar goed. Afgezien van een wonderlijke uitspraak van mijn moeder tijdens haar speech (“Tja, K., jou kennen we natuurlijk niet echt…” – K. en ik waren op dat moment al bijna 9 jaar bij elkaar), was ik gelukkig op mijn trouwdag. Het was zo bijzonder dat al die mensen speciaal voor ons hadden vrij genomen en vanuit alle hoeken en gaten van het land waren gekomen om te horen dat K. en ik elkaar best wel leuk vinden.

Vanmiddag trouwen C. en H. Ik verheug me er intens op. Omdat ik het zo bijzonder vind dat K. en ik daar bij mogen zijn.


Op de foto zie je een kaart die gemaakt is van ‘plantable paper': er zitten bloemzaadjes in die je met kaart en al in de grond kunt stoppen. Een ontzettend leuk product van nikoniko.nl.