Jul 272015
 

150727

“Neehee!” roep ik lachend tegen het bord dat zegt dat ik moet oppassen voor malle beren. “Hoe vaak moet ik nog zeggen dat ik niet bang ben voor beren op de weg?!” Het is maandagochtend en ik ben in mijn eentje aan het wandelen. Om me heen niets anders dan gras, koeien en zwaluwen. En een blaffende hond.
U bevindt zich op particulier terrein, staat er op een bord ter hoogte van het erf van de hond. Niets beschadigen of meenemen, geen rommel achterlaten en de dieren geen schrik aanjagen.
“Ik weet dat dit jouw terrein is”, zeg ik geruststellend tegen de hond. “Ik zal braaf zijn. Geen zorgen.”

Een kilometer verderop kom ik erachter dat ik met al mijn goede gedrag toch een bewegwijzering gemist moet hebben. Pal onder het particulier terrein-bord hing een pijltje naar rechts. Via een smal bruggetje, bijna niet te zien door het hoge riet eromheen, had ik een slootje moeten oversteken.
“Zie je, dat krijg je er nou van als je teveel met anderen bezig bent”, mompel ik tegen een stel schapen dat voor me uit rent als ik mijn route weer oppak. Tegelijkertijd stel ik tevreden vast dat het verkeerd lopen me niet van de wijs heeft gebracht. Pas geleden liep ik in hetzelfde gebied een andere route, waardoor ik erop vertrouwde dat het wel goed zou komen – desnoods met een omweg.
“Je kunt echt erg veel parallellen trekken tussen wat je tegenkomt tijdens het wandelen en het echte leven”, vertel ik aan de koeien die lui liggen te herkauwen.

En dan kom ik toch nog beren tegen die me niet bang, maar wel nogal onzeker maken – in de vorm van schrikdraad, het moeten oversteken van een erf, een zwanenpaar met jongen en het niet zien van een volgende routeaanduiding. En dat allemaal op hetzelfde moment. Maar ik zie ook waar ik heen wil.

“Hup”, zeg ik tegen mezelf. Ik kus de malle beren en kruip onder het schrikdraad door.


Malle beren kun je tegenkomen op de Achthovenroute (die verlengd is van 5,6 naar 7,5 km). Vlakbij, maar zonder beren, vind je de Hondsdijkroute.

Jul 232015
 

150723

“Ik kan het allemaal niet overzien, heb het gevoel dat ik van alles moet doen, dus ik weet niet of ik maandag iets kan afspreken”, laat ik weten aan een vriendin. Ik heb vijf dagen vrij, waarvan ik er twee gebruik om al wandelend lekker uit te waaien aan het IJsselmeer en ik er één, namelijk vandaag, inderdaad wat dingen moet doen.

En toch lijkt het alsof ik geen grip op de tijd heb en te weinig ruimte voor mezelf. Alsof mijn hoofd in een bankschroef zit, wat mijn denken belemmert. En alsof ik voortdurend scheel kijk, waardoor ik niet om me heen kan kijken. Het is een teken aan de wand, al weet ik niet precies waarvan.

Als het minder goed met me gaat, als ik me voortdurend gespannen voel, als ik last heb van angst en paniek, als ik somber of depressief ben, dan betekent dit dat het tijd is voor een onmiddellijke pas op de plaats, dat ik ervoor moet zorgen dat ik één of meer dagen alleen thuis ben met een lege agenda. Meestal noodzakelijk na een periode waarin ik veel mensen zag en/of er veel afspraken waren.

Het gaat nu niet minder goed met me. Ik heb niet de indruk dat ik erg veel mensen zag. Mijn agenda staat niet bol van de afspraken. Op mijn werk heb ik het vrij rustig – vergeleken dan met hoe het was in mijn vorige functie, waar mijn oren voortdurend keihard floten als gevolg van de drukte en de stress. Maar blijkbaar is dat niet de vergelijking die ik moet maken.

Blijkbaar is een pas op de plaats iets wat ik ook zonder drukte en spanning af en toe nodig heb.
Na drukte en spanning heb ik het nodig om weer tot mezelf te komen. Zonder drukte en spanning om bij mezelf te blijven.

Jul 132015
 

150713

“Heb je de laatste tijd iets aan mij gemerkt?” vroeg ik tijdens de vakantie aan K.
Vragend kijkt ze me aan.
“Heb je gemerkt dat ik vriendelijker ben?” voeg ik toe.

Behalve K. merkt vrijwel niemand dat mijn stemming van het ene op het andere moment kan omslaan. Totaal onverwacht kan ik tegen K. heel kortaf worden en grauwen en snauwen. Tegenover andere mensen hou ik me in. Wie me goed kent, zal misschien merken dat ik stiller word en er met m’n gedachten niet meer bij ben. Als het even kan, zal ik me zo snel mogelijk uit de voeten maken.

Ik vind mezelf vreselijk als ik zo doe. Ik dacht dat ik er niks aan kon doen.

Maar helemaal per ongeluk kwam ik in een bij toeval ontstaan experiment terecht. Er ging geen rationele beslissing aan vooraf, ik had er ook niet over nagedacht, maar ineens gebeurde het gewoon. Als ik de neiging voelde om te snauwen, haalde ik diep adem en zei ik in plaats daarvan iets dat niet onaardig was. En omdat dat niet zo makkelijk is, zei ik soms gewoon maar niks. Tegelijkertijd werd ik op andere momenten wat attenter, zei ik bijvoorbeeld vaker dankjewel als K. me iets aangaf.

Fijn voor K., maar ook fijn voor mezelf. Want het stemde me milder, merkte ik. En minder vaak sloeg mijn stemming ineens om. Interessant.

Nou dacht ik dat ik in de vakantie in een artikel las dat leidinggevenden die aardiger doen, positiever zijn over de prestaties van hun medewerkers. Dat zij door vriendelijk(er) te doen dus ook mild(er) zijn. Fijn voor de medewerkers, fijn voor zichzelf.
Hé, dacht ik nog, dat is eigenlijk zo’n beetje wat ik zelf ervaar.

Het blijkt niet in het artikel te staan.
Ik denk dat het toch zo is.

En ja, K. heeft het gemerkt 😉


No Time to Be Nice at Work, heet het artikel uit de New York Times dat ik las. Over wat de positieve effecten zijn op de gezondheid en werkprestaties van werknemers, als leidinggevenden hen met aandacht en vriendelijkheid benaderen. Ongeveer wat ik ook uitdraag met Poco Loco.

Jul 062015
 

150706

Al een tijdje had ik een vermoeden: dat ik zónder lenzen of bril even goed zie als mét lenzen of bril. Of misschien een beetje beter, zelfs wel. Maar ja. Dat is een raar verhaal natuurlijk.

Wel een verhaal dat me bevalt. Want hoewel ik liever mijn lenzen draag dan mijn bril, draag ik mijn lenzen niet heel graag. Niet dat ik er last van heb. Maar een beetje gedoe vind ik het wel. En soms heb ik er trouwens wel last van. Als ik vrijwel de hele dag buiten ben bijvoorbeeld, zoals in Noorwegen, en de buitenlucht en de wind mijn lenzen uitdroogt. Wat ook gebeurt als ik juist veel binnen ben. Dat is geen prettig gevoel. Plus dat ik dan wel niets meer scherp zie.

Het was onderweg naar Noorwegen dat ik een onderzoeker van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam op de radio hoorde. Ze had onderzoek gedaan naar bijziendheid. Eén op de drie Nederlanders schijnt daar last van te hebben, waaronder ik. Mijn lenzen en bril zijn varifocus, dus ook voor verziendheid. Bijziendheid kan overgaan, had de onderzoeker ontdekt. Door veel buiten te zijn als het licht is.

In Noorwegen was het heel licht. Het is er zomers veel langer licht dan in Nederland, en het licht is helderder. Misschien dat twee weken in dat prachtig mooie land goed zijn geweest voor mijn ogen. Misschien waren mijn lenzen en bril al eerder minder nodig dan ik dacht. Mijn afwijking is ook maar minimaal. Al moest ik laatst wel een collega vragen een handleiding te ontcijferen. Maar de letters daarvan waren dan ook wel echt microscopisch klein.

Hoe dan ook. Gisteren deed ik spontaan mijn lenzen niet in. En ik zette mijn bril niet op. Het voelde erg bloot, maar ik zag alles.

Het is een raar verhaal. En soms is daar niks mis mee.

Jul 052015
 

150705

Heel goed ging het vijf jaar geleden niet met mij. Ik zat midden in de groepstherapie bij de GGZ, die eerder bijdroeg aan meer in plaats van minder labiliteit. Mijn stemmingen zwiepten heen en weer, net als mijn rusteloze benen die mijn nachtrust verstoorden – als nachtmerries dat al niet hadden gedaan. Ik kon me niet voorstellen dat het ooit beter zou kunnen gaan en het leek me al heel wat als het in elk geval niet nog slechter zou worden.

Als ik terugdenk aan die tijd, voel ik verwarring en lijkt alles donker en koud.
Op één herinnering na.

En dat is een herinnering aan een prachtige, zonnige, warme dag die ik in de berm van de N255 richting Goes doorbracht. Daar zou de Tour de France langskomen en al uren van te voren zat ik er klaar voor. Nog altijd denk ik er met veel plezier aan terug.

Vandaag komt de Tour weer daar in de buurt. We hebben overwogen om te gaan. Het bleek om allerlei redenen een tikkeltje te ingewikkeld. Jammer. Maar des te meer plezier beleef ik nog steeds aan die ene keer, vijf jaar geleden.