Aug 292015
 

Zeven spiegels telt het huis van mijn schoonouders. Acht, als je het spiegelende deurtje van de oven meetelt. En als we op die toer gaan, zijn het er 9 want dan doet de glazen deur van de douchecabine ook mee. Waar in huis je ook bent, vrijwel overal word je met je jezelf geconfronteerd.

Ik moest daar vreselijk aan wennen toen ik hier nog maar net over de vloer kwam. Of beter gezegd: ik kon er maar niet aan wennen.

Thuis moet ik inmiddels een hele verzameling aan zakspiegeltjes hebben, alleen ruim ik die telkens zo goed op dat ik ze niet terugvind. Dan zijn er drie spiegels waarin ik net genoeg van mijn hoofd kan zien om mijn haar goed te doen en mijn mascara te laten belanden waar het hoort. Dat in een kast ook nog een passpiegel hangt, is iets wat ik telkens vergeet.

Ik hou niet van spiegels. Iedere keer dat ik mezelf voorbij zag schuiven of in de ogen keek, schrok ik. Huh? Ben ik dat? Zoals het me erover verbaasde om mijn eigen schaduw te zien, zo was het iedere keer weer vreemd om mijn eigen spiegelbeeld te zien.

——————

Tot zover was ik gisteravond met dit blogje gekomen. Terwijl ik vanochtend wat door mijn Twitter-timeline scrollde, peinsde ik over het vervolg ervan toen ik op deze blog van @EindelijkRick stuitte.

Mijn transitie was er geen van vrouw tot man. Mijn transitie was er één van een instabiele, ongelukkige ik in een onzichtbaar lichaam naar een vrolijke, tamelijk evenwichtige mij in een sterk lijf. Maar verder: waarom opschrijven wat Rick al schreef?

Ooit, tot nog maar heel kort geleden, schrok ik in dit huis voortdurend van mijn eigen spiegelbeeld. Voelde ik me de hele tijd met mezelf geconfronteerd. Het verbaasde me dat ik gisteren maar 7 spiegels telde.

Aug 282015
 

150828

“Oeps!” mompel ik.
“Wat is er?” reageert K.
“Ik klikte per ongeluk op Vind ik leuk op een berichtje op Yammer, over wie ons teamuitje wil organiseren”, leg ik uit.
“Als ze nou maar niet denken dat jíj het wil organiseren!” zegt K.

Toen deze week het dagje uit in de teambijeenkomst werd genoemd, had ik mijn tong er al af moeten bijten om me niet impulsief als mede-organisator aan te melden. Net op tijd dacht ik aan mijn Look & Feel Monitor en wat er staat bij fase groen: al wil ik het nog zo graag, geen extra taken op me nemen!
Het wordt al uitdagend genoeg om in september vrijwel dagelijks 1 of 2 trainingen te geven, terwijl ik naast het werk begin met de wandelcoachopleiding en er van alles voor mijn boek moet gebeuren. Ik kan er maar beter nog niet al te veel bij stilstaan, want ik zou er misschien maar van in paniek raken.
Dus in plaats van mee te helpen met het organiseren van een dagje uit voor mijn team, kan ik komende maand beter wat dagjes tussen de hectiek uit voor mezelf organiseren.

Vandaag oefen ik daar alvast mee. Ik vier een mini-vakantie van een dag in Zeeland.

Aug 242015
 

150824

Toen ik een jaar of 15 was, vloog er toen ik onderweg was van school naar huis een wesp in mijn mond. Nog net wist ik te voorkomen dat ik hem doorslikte, maar hij stak me wel in mijn keel en in mijn tong. Meteen voelde ik mijn keel en tong hevig opzwellen en vrijwel zeker wist ik dat ik zou stikken. Op zich had ik in die tijd niks tegen doodgaan, maar zo midden op straat leek me dan weer een minder goed idee, dus zo snel als ik kon fietste ik door naar huis. Eenmaal thuis propte ik mijn mond vol ijsklontjes en liep het allemaal met een sisser af.

Sindsdien was ik niet bang voor wespen, maar wel om er door eentje gestoken te worden.

Gisteren gebeurde het toch, toen ik na een rondje hardlopen wat stond te rekken en te strekken.
Auw!
Maar ook: hè hè, eindelijk. Eindelijk de confrontatie waar ik al zo lang bang voor was. En die weliswaar (nu nog steeds een beetje) pijnlijk is, maar toch ook wel meevalt.

En hoe vaak is dat niet het geval bij angsten? Hoe vaak vermijd je niet van alles totdat je tot je opluchting ontdekt dat je angst veel groter was dan nodig?

Niet dat ik ervoor wil pleiten dat je voortaan maar dwars door al je angsten heen moet gaan.
Mijn telefoonangst, mijn tankfobie, mijn angst voor vergiftiging waardoor ik bijvoorbeeld vaatwastabletten niet durf aan te raken, gebroken ruiten… Er zijn een hoop dingen die me angst aanjagen en dat ga ik lekker zo laten. Totdat het een keer zo uitkomt dat ik er echt niet omheen kan en dat dan blijkt dat ik de confrontatie overleef.

Ik weet niet of ik nu voor altijd niet meer bang ben om door een wesp gestoken te worden. Winst was ook al dat ik er gisteren een heel relaxte zondag door had.


Het beestje op de foto is een bij. Wespen willen niet stilzitten voor de foto, is tot nu toe mijn ervaring 😉

Aug 212015
 

150821

Dat het beterder dan ooit gaat, is niet hetzelfde als dat het rechttoe rechtaan alleen maar goed gaat.
Zo zit mijn hoofd vol met indrukken, ideeën, informatie, flarden van gevoerde gesprekken, dingen die ik wil of moet doen en nog veel meer. Door de afgelopen eerste maanden in mijn nieuwe functie kwam er een overdosis aan input mijn hoofd in en door mijn totale focus op het schrijven van mijn boek kon ik daar even helemaal niks mee.

Het gevolg?
Behalve flinke vermoeidheid, een keihard fluitend rechteroor. Gek word ik ervan, wilde ik bijna schrijven, maar dat is niet waar. Het is wel ongelooflijk irritant, omdat het enige wat ik juist nu wens rust en stilte is.

Die fluit in mijn oor gilt tegen me dat er hoognodig van alles uit mijn hoofd moet. Makkelijker gezegd dan gedaan. Het is zo’n grote kluwen daarboven dat ik geen idee heb waar te beginnen. En misschien maakt het ook wel niet uit. Het is net zoiets als wanneer je dringend je huis moet opruimen. Het lijkt eerst onoverkomelijk, totdat je gewoon maar wat gaat doen. En ondertussen geen nieuwe troep maakt.

Wat maakt dat het beterder dan ooit gaat, is dat mijn stemming goed blijft. No moodswings. Geen huil- of driftbuien. Zelfs nauwelijks chagrijnigheid.
Nu is het de kunst om het ook zo te houden. Ik moet er mijn eigen Look & Feel Monitor voor raadplegen. Wat er bij fase oranje en rood staat, weet ik uit mijn hoofd, maar wat te doen in fase groen?


Waaraan is te herkennen dat ik in fase groen zit, ofwel dat ik me goed voel?

  • Ben open, naar buiten gericht, ik maak contact
  • Ik praat makkelijk (en veel), sta open voor social talk en grapjes, vrolijk, heb neiging tot druk gedrag
  • Kan me ook bij afleiding goed concentreren
  • Voel me fit en (meestal) uitgerust, slaap goed, heb weinig/geen nachtmerries

Wat kan ik er zelf (op het werk) aan doen om het zo te houden?

  • Goed op structuur blijven letten: pauzeren, op tijd naar huis, grenzen bewaken
  • Mezelf afremmen in enthousiasme
  • Terughoudendheid bij het op me nemen van extra taken

Wat kan een ander doen:

  • Me niet overschatten: ik ben minder sterk dan ik lijk
  • Overlaad me niet met informatie
  • Bij veel praten en/of druk gedrag: help me/herinner me eraan rust te nemen/in te bouwen
Aug 202015
 

150820

De schilder, de loodgieter, de slotenmaker: de spaarrekening wordt momenteel geplunderd door onderhoudsmannetjes en even zag ik een beeld voor me van een volledig ingestort huis.
Dat zou een droombeeld kunnen zijn, maar waar ik werkelijk over droomde was over cavia’s. Over heel lieve, goed gevoede, prima verzorgde en tevreden snoezelende cavia’s die bij mij op schoot zaten en die ik zachtjes over hun snuitjes aaide.
“Zou je nu dan toch misschien helemaal beter zijn?” vroeg K. toen ik het vertelde.

Helemaal beter: dat geloof ik niet. Maar beterder dan ooit: dat wel. Getuige onder andere het ontbreken van nachtmerries. Met heel veel dank aan het schrijven van mijn boek, wat me meer over mezelf leerde dan ik dacht dat er nog te leren was en waardoor ik voor het eerst van mijn leven letterlijk een beeld van mezelf kreeg. Sinds ik mijn boek schreef weet ik zeker dat ik niet onzichtbaar ben. Al vergis ik me nog weleens als ik op straat bekenden tegenkom. Dan passeer ik die zonder te groeten – dat ze me toch niet zien, zit niet meer in mijn overtuiging, maar nog wel in mijn systeem.

Over mijn boek had ik dinsdagavond een gesprek met mijn redacteur Jan en met de uitgever, om precies te zijn met Bram Bakker. Die kun je kennen als psychiater, als schrijver, als hardloper, als publicist en/of van tv. Hij geeft dus ook boeken uit via uitgeverij Lucht. En hij vroeg me om dit boek te schrijven, nadat hij het filmpje van Fonds Psychische Gezondheid over mij had gezien.
Werken als een gek, wordt zeer waarschijnlijk de titel en het streven is dat het eind februari 2016 verschijnt.
Maar nu gaat eerst de eindredacteur checken of alle punten en komma’s goed staan. En weet je? Dat is iemand met een dwangneurose. Die van die kwetsbaarheid haar kracht heeft gemaakt.

En dat is nou precies waar mijn boek over gaat :-)