Jan 272015
 

150127

Vooraf had ik me van alles voorgesteld over het effect van het filmpje op mij. Het klopte allemaal: dat het zowel gek als te gek is, dat het kracht geeft en verlegenheid tegelijkertijd en dat het je boven jezelf uit tilt en je ook heel bewust van jezelf maakt. Wat ik me niet zo had voorgesteld was wat het me zou doen om mezelf mijn eigen verhaal te zien doen, om mezelf te horen uitleggen wat mijn psychische aandoening voor mij betekent: nadat ik eraan gewend was geraakt dat ik zo’n trage oogopslag heb, steeg ik een klein beetje in mijn eigenwaarde. En voor zover ik nog wel eens dacht dat ik onzichtbaar was, weet ik sinds het filmpje dat ik dat dus echt niet ben.

Hoe ik me diep van binnen voel, was altijd al moeilijk om uit te leggen aan anderen. Het bijzondere effect van dit filmpje bleek nog veel lastiger over te brengen.

Is het misschien een idee, vroeg ik daarom vrij snel nadat het filmpje online kwam, om een bijeenkomst te organiseren met iedereen over wie zo’n filmpje is gemaakt? Zodat we dit in elk geval met elkaar kunnen delen?

Gisteren was het zover. Geen van de andere gefilmden ontmoette ik eerder, toch had ik het gevoel dat ik naar een reünie ging. Met andere online bekenden die ik voor het eerst in real life ontmoet, is er vrijwel altijd direct een bijzondere vanzelfsprekendheid – met deze mensen is het net alsof we elkaar altijd al kenden. Zo verschillend zijn we, zulke andere levens leiden we allemaal, uit heel verschillende hoeken van het land komen we en geen achtergrond is hetzelfde, en toch herkennen we elkaar. We herkennen elkaar in de peilloze diepten die we zagen. Nog veel meer herkennen we elkaar in onze kracht.

En dat terwijl ik met dat woord altijd moeite heb. Zo krachtig voel ik me niet. Ik wil alleen maar niet omvallen. En dat is wat ons bindt.


De filmpjes van mijn collega-ambassadeurs Ester, John, Karen, Mandy en Melissa en mij kun je vinden op het YouTube-kanaal van Fonds Psychische Gezondheid. In ‘onze’ reeks komt er binnenkort nog een filmpje bij, dus abonneer je op dit kanaal en mis niets!

  •  Tuesday 27 January 2015
  •  Posted by on Tuesday 27 January 2015
  •   No Responses
  •  Tagged with:
Jan 262015
 

“Jij doet in ons eigen huis aan couch surfen!” grapt K. als Stine Jensen in het programma Dus ik ben couch surft in Ierland.
Ik grinnik. Inderdaad lijkt het een nieuwe gewoonte te worden als ik niet kan slapen, om dan naar de slaapbank op mijn werkkamer te vertrekken. Werkt net zo goed of misschien wel beter dan een oxazepammetje.

Couch surfen in eigen huis deed ik als kind al. Maar dan alleen als het stormde en de takken van de boom voor ons huis tegen mijn slaapkamerraam tikten. Doodsbang was ik dan. Ik wist wel dat het alleen maar de takken waren die ik hoorde en toch wist ik zeker dat het raam elk moment zou kunnen barsten. Beneden op de bank in de woonkamer lag ik een stuk rustiger.

Als kind was ik trouwens ook al een niet zo goeie slaper. Nu word ik vaak rond een uur of drie wakker en is het een worsteling om weer in slaap te vallen; toen had ik moeite met inslapen.
Ik herinner me hoe ik me een keer gefrustreerd bij mijn moeder meldde: “Ik kan niet slapen!” Ik was een jaar of 14 en het was een uur of half tien ’s avonds.
“Maar jij gaat ook veel te vroeg naar bed!” reageerde mijn moeder tot mijn stomme verbazing. Ik wist niet beter dan dat ik om half negen in mijn bed moest liggen. Ik had er zelfs niet zo lang daarvoor nog ruzie over gemaakt toen er iets om half negen op tv was wat ik wilde zien, maar niet mocht. Niemand had mij verteld dat er sindsdien iets veranderd was.

Misschien doe ik het nog steeds wel verkeerd en ga ik nog steeds veel te vroeg naar bed. In elk geval wel volgens dit artikel.
Voortaan maar tot op z’n vroegst middernacht zien op te blijven.

  •  Monday 26 January 2015
  •  Posted by on Monday 26 January 2015
  •   No Responses
  •  Tagged with:
Jan 242015
 

150124

Ik vind van mezelf dat ik maar soft ben tegen mezelf. Maar in feite, realiseer ik me als ik heel langzaam opknap van een zeer heftige migraineaanval, in feite ben ik erg hard tegen mezelf.

K. schiet in de lach als ik deze ontdekking deel.
“Toen jij donderdag vroeg of ik naar huis kwam”, zegt ze, “zei ik tegen m’n collega: Marieke is ziek en vraagt of ik naar huis kom. En Marieke is kei- en keihard voor zichzelf, dus als zij zoiets vraagt, dan is dat niet zomaar.” Ik vroeg het trouwens niet eens. Ik whatsappte alleen maar dat ik me zo ziek voelde.

En dat was inderdaad niet zomaar, want deze migraineaanval was de hel en ik had geen idee wat K. daaraan zou kunnen veranderen – ik had überhaupt over niks een idee, mijn hoofd deed alleen maar pijn en dat was alles wat ik wist – maar ik wist ook dat ik niet alleen thuis wilde zijn. En dat vond ik dus behoorlijk slap van mezelf.

Net zoals ik het zwak vind van mezelf dat ik niet kon werken (en mag ik van mezelf ook niet toegeven hoe zeer ik me op mijn werk niet meer thuis voel, want wat een mega-afgang is dat), dat ik de afspraak met m’n redacteur moest afzeggen en dat ik na 30 uur slapen, overgeven, knallende koppijn, nachtmerries, me koortsig voelen en niets eten nog niks anders kan dan alleen maar op de bank hangen.
Doorgaan moet ik, in beweging blijven, m’n hoofd hoog houden, alles kunnen, het beste van mezelf eisen, mezelf bewijzen.
Altijd.
Het heeft me ver gebracht.
Maar nu – nu weet ik niet meer hoe ik verder moet.

“Je weet dat je een doemdenker bent, als je migraine hebt”, zegt K.
Ik weet het.

En ik denk ook dat ik veel te lang veel te hard voor mezelf ben geweest.

Jan 222015
 

Like a roller in the ocean, life is motion
Move on
Like a wind that’s always blowing, life is flowing
Move on
Like the sunrise in the morning, life is dawning
Move on
How I treasure every minute
Being part of it, being in it
With the urge to move on

Hoe ik het beste kan omgaan met mijn psychische ziekte: daar weet ik na jaren vallen en opstaan alle ins & outs wel van, vermoed ik. Waarmee ik trouwens niet wil beweren dat ik het altijd goed aanpak en al helemaal niet dat het daardoor altijd goed gaat – dat is nou precies de pest van een psychische aandoening, als je het mij vraagt. Dat de gebruiksaanwijzing voortdurend verandert. Wat tegelijkertijd wel verklaart waarom ik sterk geloof in altijd blijven leren en altijd open staan voor vernieuwing: ik moet wel. Stilstand is achteruitgang. Achteruitgang is angst en depressiviteit.

Het onhandige is dat mijn vernieuwingsdrang niet altijd de vernieuwingsdrang van anderen is. Op werk loop ik daar bijvoorbeeld nogal tegenaan. Ik weet wel dat anderen misschien juist gedijen als dingen blijven zoals ze zijn. Alleen snap ik daar helemaal niks van.

Waar ik ook helemaal niks van snap is hoe je omgaat met lichamelijke kwalen. Iets wat ik heb gegeten, lijkt helemaal verkeerd gevallen te zijn, of misschien is het gewoon een virus. Wat het ook is: sinds dinsdag heb ik last van mijn maag, daar kwam woensdag ook nog eens hoofdpijn bij en voelde ik me hondsberoerd.
En dan? Bij psychische hondsberoerdheid is het de truc om in beweging te blijven, om zonder wat ik voel te ontkennen, me toch niet te laten kennen. Dat trucje blijkt niet te werken bij misselijkheid, buikpijn en koppijn.

“Ik ben bijna nooit ziek”, zei ik afgelopen dinsdag nog op het Ministerie van SZW, waar ik mijn bijdrage aan het congres Mensenwerk besprak.
Ik had daar natuurlijk nooit over moeten opscheppen. Dan word je meteen gestraft.

Meebewegen met mijn psychische kwetsbaarheid vind ik niet makkelijk. Maar stilstand, zelfs als die door  maag, buik en hoofd afgedwongen wordt, vind ik pas echt moeilijk.


Jan 182015
 

150118“Je moet hier links rijden”, zei ik vrijdagnacht in mijn slaap. Je moet naar links hier, maakte K. ervan toen ze het opschreef.

Pas toen ik zaterdagavond op Netflix de eerste aflevering van de Welshe serie Hinterland zag, wist ik weer wat bijbehorende droom was: K. en ik zouden in een Wales-achtige omgeving in een leuk, eenvoudig huisje gaan wonen. Ik was blij en bedacht waar ik bloemen kon zaaien.
Maar nog voordat we ons goed en wel konden settelen, bleken Engelssprekende mensen van het huis gebruik te maken om naar hockeywedstrijden te kijken en om naar de wc te gaan. Dat hadden ze altijd al gedaan en onder geen voorwaarde wilden ze van deze gewoonte afwijken.

Dus stapten we in de auto om op zoek te gaan naar een ander huis. K. reed, en vergat steeds links te rijden. Pas op het allerlaatste moment week ze uit voor een politieauto die ons met gillende sirene tegemoet kwam.

We stopten bij wat de zee of een groot meer leek, maar het was een vallei die onder water stond. In een weiland stonden en lagen paarden, met alleen hun hoofd boven water – ze leken eraan gewend te zijn, maar ik vond het verontrustend. Vooral toen ik zag dat de weg ook half onder water stond.

Voor veel mensen is het huis een heel persoonlijke metafoor, voor zichzelf of voor een periode in hun leven. En voor jou? vroeg droomcoach Nicoline me toen ik twitterde over een andere droom over een huis.

Huizen zijn al jaren een terugkerend element in mijn dromen. Naast veerboten op ruwe zee, paarden, vogels in mooie kleuren, cavia’s die alleen nog maar incidenteel voorkomen en gelukkig nooit meer oorlogen.
Huizen gaan bij mij over er niet (meer) bij horen, over me niet (meer) thuis of veilig voelen.
Huizen gaan bij mij tegenwoordig vaak over mijn werk.

Deze droom was een goeie samenvatting van de afgelopen werkweek.