Apr 152015
 

150415Eigenlijk voelde ik me al een beetje te moe om vandaag op stap te gaan met mijn wandelcoach. Dus dat een na twee pillen nog niet helemaal weggetrokken migraine daar een stokje voor stak, was bijna een opluchting – ware het niet dat migraine nooit een opluchting is.

Eigenlijk had ik allang een opdracht moeten doen voor een cursusdag die ik morgen heb, eigenlijk had ik vandaag willen schrijven, eigenlijk hebben we een hele zwik boodschappen nodig en eigenlijk is het een zooitje in huis. Eigenlijk had ik misschien niet naar bootcamptraining moeten gaan gisteren, omdat ik ook daarvoor te moe was – eigenlijk denk ik dat ik dan ook geen migraine had gehad.

“Hou je er wel rekening mee dat een nieuwe baan heeeeel veel energie kost? En die energie moet uit de lengte of uit de breedte komen!” zei J. gisteravond via Facebook tegen me.

Ze kon niet weten dat ik ’s middags, toen ik thuis kwam uit werk, tegen K. had gezegd dat het voelde alsof mijn hersens zich in een andere vorm moeten vouwen. Meer dan een jaar lang voelden mijn hersens zich als een net iets te ver opgerekt elastiekje en ik begon al te denken dat ik daar maar aan moest wennen – ik dacht dat het misschien een borderline-dingetje was. Ik dacht dat het misschien hoorde bij being me.

Maar het kan dus anders. Een nog net zo drukke baan, maar in een veel minder hectische omgeving en ik voel me meteen veel stabieler.

Heel veel energie kost het inderdaad wel, wennen aan een baan die me blij maakt, aan een hoofd dat tot rust komt.
En tegelijk voel ik me nu al veel energieker.

Apr 112015
 

150411

“Wat vind je tot nu toe van mijn zorgzaamheid?” vraag ik half voor de grap, half serieus aan K.

K. onderging afgelopen dinsdag een kleine operatie en voelt daar de nawerking van, en bovendien is ze daarna geveld door een stevige verkoudheid. En dus laat ik niet twee, maar vier keer per dag Hond uit, ik kook elke avond, wat ik normaal gesproken hooguit één of twee keer per week doe, ik doe voor het eerst in maanden meer boodschappen dan alleen wat broodjes voor de lunch, ik maak schoon, ik doe de was én ik zorg voor kopjes koffie en thee en voor opbeurende woorden.

En al die zorgzaamheid is niet echt mijn ding.

Voor Hond kan ik prima zorgen, voor mezelf wordt het al een stuk lastiger en voor anderen zorgen vind ik moeilijk. Reken maar niet al te veel op mij als het op werk gaat om koffie halen voor de hele kamer. Als je bij mij thuis komt, heb ik eigenlijk maar liever dat je zelf pakt wat je hebben wil.

In een verlegen stuntelaar verander ik, op het moment dat het de bedoeling is dat ik iets inschenk of uitdeel. Ik weet niet hoe dat komt – zo moeilijk is het niet. En toch slaat altijd weer de twijfel toe. Is het wel het goede moment? vraag ik me dan bijvoorbeeld af. Hoe onderbreek ik het gesprek? Hoe vraag ik het? Hoe vaak bied ik iets aan? Hoe hoort het?

Die twijfel heb ik dan weer niet als ik voor K. zorg. Dan is het alleen maar zo véél. Al die dingen die we anders delen, doe ik nu alleen. Plus nog wat extra voor de zieke. Ik wil er niet over klagen, want K. heeft er tenslotte ook niet om gevraagd.

“Tot nu toe doe je het erg goed”, vindt K.
Gelukkig.

  •  Saturday 11 April 2015
  •  Posted by on Saturday 11 April 2015
  •   1 Response
  •  Tagged with:
Apr 032015
 

150403

Dodelijk verlegen.

Je gelooft het misschien niet, maar dat is wat ik ben. De hele dag door en iedere dag weer ben ik bezig mezelf te overwinnen, om me er niet door te laten weerhouden, om toch te doen wat ik wil, om mijn dromen na te jagen. Ik slaag daar behoorlijk goed in, al zeg ik het zelf. Steeds beter lukt het me. Maar waar ik niet in slaag is om minder dodelijk verlegen te worden.

Ik mag van mezelf toegeven dat ik nogal wat dingen spannend vind. Dat het me nerveus maakt om iets nieuws te ondernemen. Dat ik de avond voor de eerste werkdag in mijn nieuwe functie bloody nervous word. Lees: dat ik uit alle macht vlagen van enorme paniek moet onderdrukken.

Ik mag van mezelf rode vlekken in mijn gezicht en nek krijgen van de spanning. Ik moet me van mezelf voortdurend over drempels heen duwen, maar ik mag van mezelf ook heel veel laten. Want ik hoef van mijn dagen nou ook weer niet 24/7 een hordeloop te maken.
En ik mag er niet al te vaak bij stilstaan hoe dodelijk verlegen ik in werkelijkheid ben.

Even flitste het door mijn hoofd, gisteren, vlak voordat ik op mijn fiets stapte om naar mijn nieuwe werk te gaan. Hoe dodelijk verlegen ik ben. Ik schreef het op: dodelijk verlegen. Op papier, uit mijn hoofd. Ik voelde dat ik er de hele dag tegen zou moeten strijden. Ik weet dat ik er nog een aantal weken mee in gevecht moet. Meer dan anders. Omdat heel veel hetzelfde blijft, en toch alles anders is.

Het is me nooit gelukt om minder dodelijk verlegen te worden. Het lukt me wel elke dag om mezelf te overwinnen.

En dat is elke dag reden voor een feestje.
Dat is het goede nieuws ;-)

Apr 022015
 

150402

Mijn twee parttime dagen zijn mijn schrijfdagen. Mijn twee parttime dagen zijn ook mijn dagen om mijn hoofd weer stil te krijgen en mijn oren te laten stoppen met fluiten, mijn dagen om mee te zingen met muziek en mee te deinen op mijn wisselende stemmingen, mijn dagen om lekker alleen thuis te zijn en mijn dagen om helemaal mij te zijn. Dagen die ik hard nodig heb om in balans te blijven. Dagen waaraan ik gehecht ben.

Sinds gisteren heb ik een nieuwe functie, maar kan ik koffie tappen uit dezelfde koffieautomaten, heb ik dezelfde inlogaccounts met dezelfde wachtwoorden, gebruik ik dezelfde kopieerapparaten, heb ik hetzelfde personeelsnummer, hetzelfde e-mailadres, hetzelfde telefoonnummer en hetzelfde toegangspasje. Ik heb niet dezelfde collega’s, maar zie wel een heleboel vertrouwde gezichten. Bij lange na heb ik niet dezelfde taken, maar ik doe geen volstrekt nieuwe dingen. Net als nu heb ik een parttime dag op vrijdag.

En sinds gisteren heb ik niet net als nu ook een parttime dag op maandag, maar voortaan op woensdag.
Woensdag is ook K.’s parttime dag.
Het is natuurlijk best gezellig om allebei vrij te zijn, máár! Maar wat? Maar dit en maar dat. Maar van alles.

“Maar weet je”, zei ik tegen K. toen ik dinsdag terugkwam van bootcamptraining, “het is toch wel oké, om voortaan op woensdag vrij te zijn. Als een soort reset. Omdat anders te veel hetzelfde blijft. Het is tenslotte een nieuwe functie.”

Maar ik moet er wel aan wennen.

Mar 312015
 

150331

Ik ben een ster in magisch denken. Je weet wel, van die gedachtes van het type als…dan. Als ik zorg dat ik onzichtbaar ben, dan houdt het getreiter van Grote Broer wel op. Als ik eenmaal ga studeren, dan krijg ik eindelijk vrienden. Als eenmaal die afspraak/die week/dat moment voorbij is, dan kan ik weer ontspannen. Als ik eenmaal een nieuwe baan heb, dan kan ik me weer blij voelen.

Meestal leiden dergelijke gedachtes tot niks. Nouja, tot teleurstelling, vaak. Maar ze helpen me wel om door te gaan.

Die laatste gedachte, als ik eenmaal een nieuwe baan heb, dan kan ik me weer blij voelen, hield me deze winter op de been. Totdat ik hoorde dat ik inderdaad een andere functie heb en ik wel opgelucht was, en ook wel blij, maar er toch iets niet klopte.

Want ik wilde ’s avonds liefst al vroeg gaan slapen en had ’s ochtends veel moeite mijn bed uit te komen. Ik kon me er nauwelijks toe zetten om naar bootcamptraining te gaan en ging ook niet van harte hardlopen. Ik had niet veel zin in mensen om me heen. Op mijn vrije dagen schrijfdagen liep ik maar te dralen. Wou ik eerder huilen dan schrijven.

En dat was het alarmsignaal.
Want Marieke die niet wil schrijven? Dat is een depressieve Marieke.
Dreigend depressief, besloot ik. Klonk beter.

En dus moest ik vooral veel doen om de dreiging af te wenden. Wel rennen, wel naar bootcamptraining, wel schrijven, vroeg opstaan, goed eten, opruimen, naar buiten, om me heen kijken, doorgaan.

En ik moest mocht iets laten. Ik stopte met in de MedAlert-app aan te geven hoe ik me voel. Ik werd er al nooit blij van om dat te doen – tijd om ermee te kappen.
Het hielp.

Of misschien was het niet dát wat hielp. Maar de donkere wolk die me op de hielen zat? Die is weg.