Feb 282015
 

150228“Het zou mooi zijn als we met dat malende hoofd van mij koffiebonen konden malen”, zeg ik tegen K. in een poging om een luchtig grapje te maken over mijn piekerende hoofd. “Konden we er geld mee verdienen.”

We hebben net een eind langs het strand gewandeld – niet alleen omdat het daar mooi weer voor was en als alternatief voor hardlopen waarin we allebei niet heel veel zin hadden, maar ook om mijn hoofd uit de piekermodus te krijgen.

Helemaal gelukt is het niet.

Behalve mijn malende hoofd, probeer ik ook voortdurend door mijn borstkas jagende vlagen paniek in toom te houden.
“Vandaar dat ik weinig zeg”, verklaar ik aan K. “Ik ben bang dat ik gierend ga ademhalen als ik mijn mond opendoe.” Huuuuuu, huuuuuu, huuuuuu, doe ik voor.
“Kun je morgen dan wel op pad?” vraagt K.
“Nou, ik ga liever nergens heen, zeg ik eerlijk. “En juist daarom ga ik wel.” Ik zie uit naar de afleiding die ik daardoor zal hebben en ondertussen probeer ik al te bedenken welk rondje ik zondag kan gaan rennen.

Bewegen, bewegen, bewegen. Het is het enige dat helpt bij niet te stoppen gepieker en gierende paniek.

En ondertussen hoop ik dat ik volgende week ofzo ook geen flauw idee heb waar dit blogje nou eigenlijk over gaat.

Feb 252015
 

150225

Eén van de belangrijkste redenen waarom ik nu dan toch eindelijk eens een boek wilde schrijven, is niet dat ik nou eenmaal mijn hele leven al een boek wil schrijven. Nee, wacht – dat is natuurlijk wel de belangrijkste reden, maar niet de reden om het nú te doen. Ik bedoel, dan zou het toch ook volgend jaar kunnen.

De urgentie zit in mijn handen.

Mijn handen die regelmatig heel erg pijn doen. Al heel lang doen ze dat – ik geloof dat ik 14 jaar was toen er in het ziekenhuis foto’s van zijn gemaakt. Van één hand toen trouwens maar, en van die ene hand van maar één vinger. Ik dacht dat er door volleybal tijdens de gymnastiekles op school misschien iets was gebroken of gescheurd of gekneusd. Maar in het ziekenhuis zagen ze niks wat daarop wees.
“Jeugdreuma misschien”, zeiden ze tegen mijn moeder. En daar bleef het bij. Plus dat de gymnastiekjuf me maar een aanstelster vond.

Met de jaren kwamen er meer pijntjes in meer vingers en in beide handen. Niet al te erg. En niet constant. Tot afgelopen september. Mán. Ik had het kunnen weten van migraine, maar toch wist ik niet dat pijn zó alles kan beïnvloeden. En toen dacht ik: nu kan het nog, een boek schrijven. Straks, binnenkort, ooit heb ik misschien zoveel pijn dat het niet meer kan. Vandaar.

Inmiddels gaat het weer een stuk beter. Zo erg als in september is het niet meer geweest. Niet spontaan in elk geval. Wel als ik veel op m’n laptop werk. En tja, laat ik voor het schrijven van mijn boek nou net veel op mijn laptop werken…

Jeugdreuma, artritis, artrose, RSI, whatever. Pijn is niet fijn. Plus één boek schrijven smaakt naar meer boeken schrijven.

Welkom, toetsenbord ;-)

Feb 172015
 

150217

Het leek me zo heerlijk: om gewoon eens rechttoe rechtaan chagrijnig te zijn. Blóedchagrijnig, bij voorkeur. Geen gedoe met stemmingswisselingen, geen diepe, donkere putten, geen grauwe somberheid, geen wurgende onzekerheid en twijfel, niks van dat alles. Gewoon alleen maar chagrijnig.

En nou was ik gisteren chagrijnig.
Bloedchagrijnig zelfs.
En er was niks heerlijks aan.
Het was alleen maar hoogst irritant.
En ik kon het geeneens op iemand botvieren. Want ik was alleen thuis. En dus was ik zelf de enige die er last van had.

Maar het was wel interessant om eens mee te maken, zo’n chagrijnige bui. Zo vaak komt namelijk dat niet voor, dus doe er je voordeel mee, dacht ik. Iedereen die weleens somber, zwaarmoedig of depressief is geweest heeft weleens gehoord van mensen om hen: je moet gewoon iets leuks gaan doen!
Heb je niks aan als je depressief bent. Dan kun je leuke dingen doen tot je een ons weegt, maar lol beleef je er echt niet aan.

Hoe anders is dat bij chagrijnigheid. Dan kun je dus wel de knop omzetten. Ik zag het zonnetje schijnen en wist: ik kan daar van gaan genieten. Ik zag de lieve snuit van Hond en voelde: ik kan me daardoor laten vertederen. Ik had een lekker stuk stokbrood bij de lunch en bedacht: ik kan daarvan gaan smullen. En ik kon het ook allemaal niet doen.

De hele ochtend bleef ik me ergeren aan mijn eigen chagrijn. En toen had ik er genoeg van. Zonde van mijn dag, van de zon die scheen, van mijn lieve Hond en van een lekkere lunch. Zonde ook van de kans om het nu eens wel zelf te kunnen bepalen.
Ik had een keuze. En ik koos.

Natuurlijk was mijn humeur niet meteen goed. Maar goed was het wel.

Feb 162015
 

150216

Ik raas nogal over alle onderwerpen heen, was mijn eigen observatie toen ik iets langer dan een maand geleden de  allereerste schrijfsels voor mijn boek opstuurde naar mijn redacteur. Even iets aanstippen of alleen maar in een bijzinnetje noemen kun je doen in blogjes – er doet zich altijd wel weer een moment voor om er verder op in te gaan. Of niet, en dat is ook goed. Dat past bij de vluchtige aard van blogjes. Voor een boek ligt dat toch net even anders.
Inderdaad, vond ook mijn redacteur, moest ik maar proberen om alles wat ik tot dan toe geschreven had, wat meer uit te diepen.

Dus dat is wat ik de afgelopen week deed.

Of het allemaal voor het boek bruikbaar is, is nog even de vraag. Schrappen kan altijd weer.
Voor mezelf was deze uitdiepingsactie in elk geval bijzonder bruikbaar. Het leverde me namelijk onverwacht waardevolle inzichten over werk op.

Namelijk dat ik iedere keer vastloop in hetzelfde patroon: dat ik door mijn sterke ambitie steeds weer meer wil dan mogelijk is.

Voordat ik in de psychiatrische dagbehandeling terecht kwam, was dat geen probleem. Dan ging ik op zoek naar een andere baan en kon ik weer even vooruit. Alleen was ik toen maar heel zijdelings bezig met wat ik zelf nou echt wou. Ik had altijd voornamelijk gedaan wat anderen wilden, verwachtten, deden.
Pas vlak voor de dagbehandeling vond ik mijn oorspronkelijke ambitie terug. Om ‘m vervolgens aan de kant te schuiven. Want rust, reinheid en regelmaat. Leven op de handrem.

Tot de afgelopen jaren. Ambitie trekt zich niks van handremmen aan. Gelukkig maar. Want waar word je gelukkiger van dan van doen wat je echt graag wil? En waarom zou ik me daarvan laten afleiden als ik daardoor steeds in dezelfde valkuilen stap?

Ik schrijf een boek en er ontstond een plan.
Woensdag zet ik stap 1.

Feb 142015
 

150214Vroeger hadden wij thuis een plastic, gele, eeuwigdurende kalender. De dagen, data en maanden waren noppen en  om de juiste dag, datum en maand schoof je een rubber ringetje. Een dagelijks terugkerend klusje dat ik graag uitvoerde.

Ik weet niet of ik vanwege het dagelijkse ritueel van het markeren van een nieuwe dag van kalenders houd. Het kan ook zijn dat ik graag een hulpmiddeltje heb om in de pas te blijven met de dagen en maanden, die in mijn hoofd nog wel eens door elkaar willen raken.

Hoe het ook zit, ik heb op dit moment twee scheurkalenders.
En dat komt dan weer omdat de eerste niet zo beviel en ik dus een tweede kocht. Ze doen allebei zo’n beetje hetzelfde: ze geven soms nuttige, soms overbodige tips over werk & leven. En tot nu toe volgden ze daarbij een heel ander spoor.
Maar gisteren bleken ze elkaar naadloos aan te vullen.

“Als je aarzelt, groeit je angst. Als je waagt, groeit je moed”, verkondigde gisteren kalender 2. Maar ja, hoe waag je? Hoe kun je moed kweken?
Daar had kalender 1 antwoord op. De kalender noemt het winnen, maar dat is alleen maar het resultaat – soms dan. Wat je daarvoor doet, dat is wagen. En dat vind ik veel stoerder.

Een aantal manieren om te winnen te wagen, volgens kalender 1 (met aanvullingen van mij):

  • Grijp de kansen die er zijn (en luister niet al te veel naar de ja maren in je hoofd).
  • Hou vol & zet door (soms tegen beter weten in).
  • Je kunt niet opkrabbelen zonder te vallen (en zolang je maar weer opstaat, maakt het echt niet uit hoe vaak je valt).
  • Blijf doen wat goed voelt (en als het dan toch even niet goed voelt, denk dan terug aan een keer dat het wel goed voelde).

Eerlijk gezegd heb ik er zelf niet naar gekeken, maar volgens kalender 1 zie je in dit filmpje alle tips om een winnaar te worden.