Oct 202014
 

Squats, dancing crabs, push ups, leg raises, dead lifts, prisoner squats, military press squats… Wie denkt dat bootcamp training gaat over kracht en conditie, help ik bij deze uit de droom: het is een taalcursus.
Een taalcursus terwijl je kracht en conditie traint, dat wel. Mountain climbers, burpees, planking, lunges, suicide drills… Pardon, wat voor drills?

Ik schrok toen ik de eerste keer het woord suicide drills hoorde. Djiezus. Dan sport je om depressiviteit buiten de deur te houden en angst zo beheersbaar mogelijk, word je onverwacht en laconiek geconfronteerd met iets wat jarenlang veel te vaak een rol speelde in mijn gedachten. Inderdaad ga je in de bootcamp training best wel kapot van suicides. Maar ze doen lang niet zo’n pijn als gedachten eraan.

Gisteren stuurde ik het laatste mailtje aan mijn online therapeut. Niet omdat het nodig was. Integendeel. Ik mailde omdat het kon. Omdat dat de afspraak was. En omdat het fijn is om voor de derde of vierde achtereenvolgende keer te kunnen melden dat het lang niet altijd goed gaat, maar toch zo ontzettend veel beter dan dat het ging. Want hoeveel last ik ook kan hebben van angst, van paniek, van stemmingswisselingen, van nachtmerries – niets is zo erg als die gedachten.

Zaterdag sta ik te staren naar een matje waarop we sommige bootcamp-oefeningen doen, als de trainer de suicide drills aankondigt. Kletsend en lachend loop ik met de groep mee naar de oranje pilonnetjes waartussen we heen en weer gaan sprinten.

In shape, in control: naar die woorden op het matje stond ik te staren en ik bedacht me hoe waar die zijn. Zonder die nare gedachten voel ik me zo veel sterker. Zelfs als ik me kwetsbaar voel.

Gisteren stuurde ik het laatste mailtje naar de online therapeut en schreef ik me in voor de bootcamp training van morgen.

Oct 182014
 

141018 De Mt Everest beklimmen“Kun je nog iets over jouw kracht zeggen?” opperde Iris van Fonds Psychische Gezondheid aan het einde van de opnamedag van mijn filmpje.
Even dacht ik over de suggestie na. De verleiding was groot om dat inderdaad te doen, want zo voelde ik me op dat moment: krachtig, sterk, alsof ik de hele wereld aankon.
Maar ik schudde mijn hoofd.
“Nee”, zei ik. “Want straks lig ik hier voor pampus op de bank. En ik heb het hele weekend nodig om van deze dag bij te komen. Ik wil niet de indruk wekken dat ik alles aankan.”

Ik dacht vaak aan de opnamedag toen ik kort daarna steeds heviger gestresst raakte, en me, bijna rijp voor een telefoontje met de psychiatrische crisisdienst, uiteindelijk eind augustus ziek meldde. Die week thuis, gespannen, met voortdurende huilbuien en paniekaanvallen: een groter contrast met de Marieke in het filmpje kon er bijna niet zijn.

De week voordat het filmpje online kwam, voelde ik me eindelijk weer rustig en min of meer evenwichtig. Werkte ik voor het eerst in 5 weken weer al mijn uren. Dat lijkt zo normaal in de ogen van velen. Maar zoals iemand op de Facebook-pagina van FPG  naar aanleiding van mijn filmpje schreef: voor mensen met borderline is dat zoiets als de Mount Everest beklimmen zonder armen en benen.

Boven op hoge bergen is het bijzonder en mooi – maar koud. De wind giert om je hoofd, je wenkbrauwen zijn bevroren, je bent moe. Je weet dat het geweldig is dat je de top hebt gehaald en voor de vorm poseer je voor de foto, maar echt ervan genieten komt later wel. Nu wil je alleen maar terug naar het basiskamp en zo diep mogelijk in je slaapzak wegkruipen.

Dus daar zit ik nu, in mijn basiskamp. En wat me zo raakt in alle reacties is dat blijkt dat zoveel mensen dat nu snappen.

Oct 162014
 

141016 De macht van het getal

De macht van het getal zegt me nooit zoveel. Ik geloof meer in de kracht van het woord. Maar dat was voordat ik er bij stil had gestaan wat een filmpje teweeg kan brengen.

Dertien keer was het filmpje over mij van Fonds Psychische Gezondheid bekeken toen ik het maandagavond rond 18.30 uur voor het eerst deelde. Een uurtje later was het 60 keer bekeken en was ik daarvan zeer onder de indruk. Inmiddels is het (woensdagavond om 20.53 uur) 3.510 bekeken. Mijn berichtje van maandagavond is 30 keer geretweet en ik kan zo snel niet uitrekenen bij hoeveel mensen het dan terecht is gekomen. Op de Poco Loco-pagina op Facebook heeft mijn bericht over het filmpje 4.182 mensen bereikt. Het bericht erover op de Facebook-pagina van Fonds Psychische Gezondheid is meer dan 30.000 keer gezien. Even ter vergelijking: hier in Oegstgeest wonen net geen 23.000 mensen. Ik kan niet meer bijhouden hoeveel reacties ik tot nu toe heb gekregen – en vrijwel allemaal positief bovendien.

Ik ben er stil van. Beduusd. Overrompeld. Het is overweldigend, bijzonder, ongelooflijk. Het voelt bijna als iets wat niet echt gebeurt, alsof ik in mijn arm zou moeten knijpen om mezelf ervan te overtuigen dat het wel waar is. En ondertussen gaat het alledaagse leven gewoon door. Wat vermoedelijk maar goed is ook. Het voelt alsof ik mezelf daarmee afscherm van de werkelijke impact.

Want misschien is die wel een beetje te groot om te kunnen bevatten.


Tussen alle reacties op het filmpje in mijn mailbox, tref ik ook een factsheet aan van het panel Psychisch Gezien. Daaruit blijkt dat er op het gebied van werk voor mensen met een psychische aandoening nog (steeds) een hoop te verbeteren is. Ik hoop zó dat ik daar met mijn filmpje aan bijdraag!

Oct 132014
 

141013 Dwars door de hokjes heen

Deze zomer deed ik mee aan een workshop Out Of The Box Denken. Nadat we wat oefeningen hadden gedaan, moesten we in kleine groepjes ideeën op onorthodoxe wijze verder uitwerken. Die uitwerking moesten we vastleggen… op een formulier. Een formulier met vragen en vakken om de antwoorden op die vragen in te vullen.

Alsof ik mijn vingers eraan brandde, duwde ik het formulier van me af.
“Hier kan ik niks mee!” riep ik uit.
Probeer je buiten de kaders te denken, word je toch in een stramien geduwd. Toen ik over mijn frustratie heen was, zag ik er ook wel weer de humor van in. En besloot ik om dan maar dwars door de hokjes heen te schrijven.

Ik denk aan de workshop als ik aan de slag ga met een online formulier dat ik moet invullen voor mijn functioneringsgesprek.
“Zijn er bijzondere omstandigheden die het functioneren deze periode hebben beïnvloed?” is één van de vragen. In een klein vakje moet ik mijn antwoord invullen.
“Wat is er deze periode van het [in een eerder gesprek] benoemde resultaat bereikt?” is een andere vraag. Voor het antwoord daarop is er een joekel van een vak beschikbaar.
“Welke zaken zijn er te bespreken rondom verzuim?” staat verderop. Het antwoordvak daarvoor is even groot als het vak bij een vraag die ik met één woord kan beantwoorden.

Het verwart me.

Welke omstandigheden zijn zo bijzonder dat ze je functioneren beïnvloeden maar toch in een klein vakje passen? Wat zou ik allemaal kunnen opschrijven over mijn resultaten dat er zoveel ruimte voor is? De bijzondere omstandigheid is dus niet mijn ziekteverzuim, en welke zaken zijn er rondom verzuim eigenlijk te bespreken?

Je kunt je afvragen of ik die workshop Out Of The Box Denken wel nodig had. Als het me al zoveel moeite kost om mijn antwoorden in hokjes te proppen.


Formulieren invullen vindt jij hopelijk minder lastig dan ik… want ik zou het heel fijn vinden als je mijn enquête over mijn boekidee zou willen invullen! :-)