Oct 132014
 

141013 Dwars door de hokjes heen

Deze zomer deed ik mee aan een workshop Out Of The Box Denken. Nadat we wat oefeningen hadden gedaan, moesten we in kleine groepjes ideeën op onorthodoxe wijze verder uitwerken. Die uitwerking moesten we vastleggen… op een formulier. Een formulier met vragen en vakken om de antwoorden op die vragen in te vullen.

Alsof ik mijn vingers eraan brandde, duwde ik het formulier van me af.
“Hier kan ik niks mee!” riep ik uit.
Probeer je buiten de kaders te denken, word je toch in een stramien geduwd. Toen ik over mijn frustratie heen was, zag ik er ook wel weer de humor van in. En besloot ik om dan maar dwars door de hokjes heen te schrijven.

Ik denk aan de workshop als ik aan de slag ga met een online formulier dat ik moet invullen voor mijn functioneringsgesprek.
“Zijn er bijzondere omstandigheden die het functioneren deze periode hebben beïnvloed?” is één van de vragen. In een klein vakje moet ik mijn antwoord invullen.
“Wat is er deze periode van het [in een eerder gesprek] benoemde resultaat bereikt?” is een andere vraag. Voor het antwoord daarop is er een joekel van een vak beschikbaar.
“Welke zaken zijn er te bespreken rondom verzuim?” staat verderop. Het antwoordvak daarvoor is even groot als het vak bij een vraag die ik met één woord kan beantwoorden.

Het verwart me.

Welke omstandigheden zijn zo bijzonder dat ze je functioneren beïnvloeden maar toch in een klein vakje passen? Wat zou ik allemaal kunnen opschrijven over mijn resultaten dat er zoveel ruimte voor is? De bijzondere omstandigheid is dus niet mijn ziekteverzuim, en welke zaken zijn er rondom verzuim eigenlijk te bespreken?

Je kunt je afvragen of ik die workshop Out Of The Box Denken wel nodig had. Als het me al zoveel moeite kost om mijn antwoorden in hokjes te proppen.


Formulieren invullen vindt jij hopelijk minder lastig dan ik… want ik zou het heel fijn vinden als je mijn enquête over mijn boekidee zou willen invullen! :-)

Oct 102014
 

141010Vandaag heeft de vorm van cupcakes“Wat voel je dan, als je je ontspannen voelt?” vraagt K. woensdag als ik zeg dat het zo fijn is om me na al die stress, paniek en emotionele onevenwichtigheid eindelijk weer ontspannen te voelen.
Ik som op: “Dan heb ik niet meer het gevoel dat er een strakke band om mijn hoofd zit, ik voel niet voortdurend een diepe frons in mijn voorhoofd, er is geen grote drukte meer in mijn hoofd, geen gespannen spieren in mijn nek, schouders en rug, en geen wisselende stemmingen.”
Ik beweeg makkelijker, als ik lach voelt het van binnen niet als huilen, ik ben minder snel uit het veld geslagen door van alles en nog wat en ik ben minder anders gevoelig voor reacties van anderen: ik interpreteer dingen minder snel als kritiek en hecht meer waarde aan positieve signalen. Ik kan me goed concentreren. De to do’s vliegen van mijn lijstje af.
Reden genoeg voor een vreugdedansje.

En bovenstaande geldt nog steeds, hoor.

Alleen blijkt zo’n hele week werken, 28 uur in mijn geval, er toch veel meer in te hakken dan ik had verwacht. De signalen: hoofdpijn, maagpijn, een zenuwticje boven mijn linkermondhoek, niet kunnen bedenken of ik nou vorige week vakantie had of alweer langer geleden en niet gewoon moe, maar hangerig. Huilerig, eigenlijk. Een tikkeltje instabiel.

En toch kost het me de grootste moeite om daarom een afspraak af te zeggen. Ik vind het verschrikkelijk. Ik schaam me. Ik baal van mezelf. Ik vind mezelf een slappeling, een sukkel, een loser.

En ik weet dat al die gevoelens nergens voor nodig zijn. Dat ik ziek werd kwam tenslotte niet nergens vandaan. Dat kwam doordat ik te vaak onvoldoende rekening houd met de vorm van de dag – omdat ik altijd denk wens dat ik meer kan dan ik kan.

Maar vandaag luister ik naar de signalen. Vandaag ga ik ontspannen door te bakken. Vandaag heeft de vorm van cupcakes.


Vanmiddag zou ik bij Samen Sterk zonder Stigma deelnemen aan een groepsinterview door TNO (in opdracht van het ministerie van VWS) over werken met een chronische psychische aandoening.

Eén van de te bespreken thema’s is wat er nodig is om met een (chronische) psychische aandoening duurzaam inzetbaar te blijven.
Nou, zie hierboven: het is noodzakelijk om voortdurend mijn grenzen te bewaken en om steeds weer een passende balans werk/privé te zoeken. Wat dus helaas ook betekent dat ik in mijn vrije tijd dingen moet afzeggen om te kunnen blijven werken.

Oct 082014
 

Ik had er leuk werk, ik werd gezien en ik werd gewaardeerd, ik was er misschien wel op m’n best – zonder miljoen angsten stapte ik op iedereen af, ik voelde me thuis, ik had er plezier. Het gebouw was prettig en de koffie was goed. Voor kantoorkoffie dan.

En toch vind ik het zo moeilijk als ik er nu voor overleggen of bijeenkomsten naartoe moet, hor sporadisch dat ook is. En terwijl de collega’s van toen me nog altijd enthousiast begroeten en oprecht geïnteresseerd zijn.

Het is de donkere schaduw die over die tijd heen hangt. Want toen ik daar werkte, in dat gebouw, werd ik depressief. Ging ik in therapie. Kwam ik terecht in de psychiatrische dagbehandeling. Kwam ik terecht in de WAO, raakte ik niet alleen een aantal toekomstdromen maar ook mijn werk kwijt en kwam ik er via een re-integratietraject terug om archiefwerk te doen – gelukkig zat de bedrijfspsycholoog een paar kamers verderop en zag hij dat ik in andere dingen veel beter ben dan in archiefwerk, en werd ik zijn assistente. En mocht ik en passant voor de lol wat beroepskeuzetests doen. Rarara wat eruit kwam: iets met schrijven ;-) .

Oja. Mijn ouders wonen er ook vlakbij. Het is de omgeving van mijn kinderjaren. Mijn keel wordt altijd een beetje dichtgeknepen als ik daar ben. Het is best logisch dat ik juist daar en toen depressief werd. En dat ik in die omgeving nog steeds, net zoals ik altijd al wilde, heel snel en heel ver weg wil vluchten.

Met een powergirl-outfit aan en op mijn powerheels ging het allemaal best oké. En de koffie is er nog altijd goed – voor kantoorkoffie.

Oct 032014
 

image

Ze kunnen heus wel werken, zei de vorige bestuursvoorzitter van Ggz Nederland over mensen met een psychische aandoening, alleen moet je er als werkgever niet gek van opkijken als ze zomaar op een dag niet verschijnen. Want dan zitten ze met een fles whiskey in de trein naar Parijs.

Nou heb ik een psychische aandoening, ik heb deze week vrij dus m’n werkgever verwacht me niet, ik drink geen whiskey wat bagage scheelt , ik heb m’n eigen auto bij me en ben dus niet afhankelijk van de Thalys en ik was bovendien al in Frankrijk, dus wat houdt me tegen om op de terugweg naar huis even naar Parijs te gaan?

Tja.

Dat het dan toch handig is als je Een Plan Van Aanpak hebt. En, om een beetje de tijd te hebben, Een Hotel. De twee plannen die museumbezoeken bevatten, vallen in duigen. Het ene museum blijkt gesloten te zijn en het andere museum wordt verbouwd en daarom is er niet veel te zien – wat dan wel weer als voordeel heeft dat je er gratis in kunt. Gratis geldt natuurlijk nooit voor hotels, maar om nou een euro of 150 te betalen voor een hotel buiten de stad, exclusief parkeren, en dan moet je dus nog de stad in – dan blijk ik toch meer realistisch dan impulsief.

Het zou trouwens ook een omweg zijn, naar Parijs.
En dus reden we geheel planloos Lille binnen. Het enige dat vaststond was dat we in parkeergarage P5 of P8 wilden parkeren. Wat heerlijk om gewoon zomaar wat ronddwalend een leuke stad te ontdekken!

‘s Avonds laat ontdek ik bij thuiskomst een brief van mijn werkgever. Ik ben 4 weken of langer (gedeeltelijk) ziek, lees ik, en het is tijd voor Een Plan Van Aanpak.
Bijzonder. Want ik meldde me niet alleen begin deze week beter, ik voel me ook zoveel beter. En dan wil ik inderdaad graag weer aanpakken, maar kan ik dat ook zonder plan.