Sep 042014
 

140904 Hallo wereld, daar ben ik weer

Een prettige middag, wensen collega’s me deze week toe als ik rondom lunchtijd naar huis vertrek. En ze wensen me dat ik van de zon geniet en leuke dingen doe.
Het is lief, bezorgd en zorgzaam bedoeld en ik stoor me er niet aan.

Alleen is het natuurlijk niet echt leuk om vanwege een door te veel stress op hol geslagen hoofd halve dagen te moeten verzuimen van werk. Om te merken dat ik mijn werk wel aan kan, maar dat ik minder goed kan dealen met alles wat afleidt: daar schiet mijn spanningsniveau direct weer van omhoog. Dat vreet energie – en dus ben ik best moe als ik na zo’n half dagje weer thuis ben.

Maar het heeft ook zo z’n charmes, die ‘vrije’ middagen – vandaag trouwens een ochtend, vanwege een bijeenkomst waar ik vanmiddag bij wil zijn.
Ik hoef niet naar huis te racen om zo snel mogelijk Hond uit te kunnen laten, bijvoorbeeld: ik ben toch maar even weg geweest, haasten is niet nodig. Als je niet op je fiets voorbij sjeest, kunnen mensen je aanspreken om de weg te vragen. Gebeurde deze week al enkele keren. Binnenpretjes geeft me dat altijd, want als iemand regelmatig de weg kwijt is, ben ik het wel. En dan mij de weg vragen…?! ;-)
Voor de ommetjes met Hond heb ik alle tijd en dus tilde ik haar gistermiddag in de auto voor een dip in zee.
“Mevrouw!” word ik aangesproken, nog voordat ik in Katwijk goed en wel m’n auto heb geparkeerd. “Wilt u mijn parkeerticket hebben?”
“Wat lief!” stamel ik als het papiertje even later bij een klein rood autootje door een glimlachende dame op leeftijd in mijn handen wordt gedrukt.

Ik hou zo van praatjes met vreemden. Nu pas realiseer ik me echt hoe afgesloten ik me wekenlang heb gevoeld door alle stress.
Ja, het is goed dat ik even wat minder werk. Hallo wereld, hier ben ik weer.


Onderzoek suggereert dat mensen gelukkiger zouden kunnen zijn als ze zich meer bezighouden met de onbekende mensen om zich heen. Een artikel over dat onderzoek stond onlangs in NRC.

Sep 032014
 

140903 Een stap vooruit

“Om te kunnen werken”, vertel ik in mijn workshops, “doe ik buiten werktijd niets. Ik ga doordeweeks niet uit eten, niet naar de bioscoop, ik ga niet ergens iets drinken met collega’s of vrienden, ik ben nergens lid van, ik ga nergens naar toe – ik ga hooguit een rondje hardlopen en ik ga op tijd naar bed.”

Dat klinkt sneuer dan het is. Een uithuizig type ben ik nooit geweest, dus dit is wat ik gewend ben. Er leven wel meer mensen zo, ook mensen voor wie dat voor hun psychische balans niet noodzakelijk is. Ik ken niet eens genoeg mensen om ’s avonds regelmatig mee op stap te gaan.

Het is niet zo dat ik avond aan avond met niks om handen op de bank eenzaam en somber voor me uit zit te staren. Ik heb altijd wel iets om handen – ik vind het moeilijk om zomaar wat te zitten. Niet alleen omdat mijn hoofd dan meestal gaat malen (en vaak op hol slaat), maar ook omdat niks doen me enorm onrustig maakt. Alsof ik mijn tijd zit te verdoen. Terwijl tijd is iets dat ik altijd tekort kom. Tenminste, zo voelt dat.

Dus nee, ik ben niet zielig, maar toch had ik er al een tijdje behoefte aan om ook eens buiten werktijd onder de mensen te komen. En ik wilde ook eigenlijk weer eens iets gerichter aan sport doen dan alleen maar op eigen houtje hard te lopen.

Een proeftraining bootcamp volgde, na lang wikken & wegen en aarzelen. Om mijn neiging tot impulsief beslissen te omzeilen en om niet in mijn valkuil van direct alles of niets te stappen, bootcampte ik gisteravond ook ergens anders een proefles mee. En het beviel me goed.

Eerlijk gezegd word ik een beetje nerveus van het idee. En tegelijkertijd voelt het als een stap vooruit: mijn besluit dat er voortaan op dinsdagavond een uithuizigheid in mijn agenda mag staan.

Sep 022014
 

140903 De afleiding van het gewone leven

Toen ik vorige week bedacht dat ik mezelf echt een halt moest toeroepen en daarvoor geen andere mogelijkheid zag dan me voor halve dagen ziek te melden, stelde ik me voor hoe die halve dagen thuis tot ontspanning zouden leiden. Lezen, Hond uitlaten, lekker buiten zitten, beetje rondkeutelen…

Dat was voordat mijn hoofd op hol sloeg.

Gisteren ging ik alsnog halve dagen werken. Al voelde mijn hoofd nog nauwelijks alsof-ie weer op z’n plaats zat, de schroefjes nog niet aangedraaid – ik heb me vaker kwetsbaar gevoeld, maar dit was weer een heel nieuwe variant. Alsof ik heel voorzichtig, voetje voor voetje, de wereld opnieuw moest leren kennen en alsof het lichtste zuchtje wind me al omver zou kunnen blazen. Onrustig voelde ik me erdoor. Opgelucht haalde ik adem toen mijn ochtend werken erop zat. Gauw naar huis en al die ontspannende dingen doen!

Eenmaal in m’n eentje thuis, zonder doel, zonder vastomlijnd plan, merkte ik het meteen: niet verstandig. Mijn gedachtes sloegen onmiddellijk weer op hol. Nou, ik kan je vertellen dat dat héél eng is als je net hebt ervaren hoe dicht je daarmee in de buurt komt van volledige ontsporing.
In mijn agenda stond aan het einde van de middag een afspraak die ik eigenlijk zou moeten afzeggen. Want tamelijk ver rijden, redelijk intensief en op een tijdstip dat zowel van de middag als van de avond niet veel overliet. Op een gewone maandag zou het al iets te vermoeiend zijn – laat staan na zo’n eerste werkdag na een week lang bijna gek te zijn geweest.

Maar f*ck, dacht ik. Óf weer vechten tegen mezelf. Óf kiezen voor de afleiding van het gewone leven, van structuur, van mensen die me graag zouden zien komen.

Ik koos de afleiding.
Ik koos goed.

Soms is afleiding inspanning. En soms is inspanning ontspanning. Sinds gisteravond lijken de schroefjes iets beter aangedraaid te zijn.

Aug 312014
 

140831 5 tips

Gisteren schreef ik dat ik dankzij K., tante Migraine en andere externe factoren de paniek kon bezweren en doordraaien voorkwam. Maar ik deed zelf ook veel.

  1. Ik probeerde zo goed mogelijk voor mezelf te zorgen. Opstaan (en weer naar bed) op min of meer de gebruikelijke doordeweekse tijd, douchen, gewone kleding aantrekken waarvoor ik me niet hoefde te schamen als ik onverwacht bezoek zou krijgen, koffie met lekkere opgeschuurde warme melk voor mezelf maken en mezelf daarbij op een stroopwafel trakteren – dat soort dingen.
  2. Ter afleiding van m’n gepieker downloadde ik het spelletje Candy Crush maar weer eens, maar dat werkte niet zo goed. Te druk aan m’n ogen en vervelend. Alleen die kleurtjes bevielen me wel en dus was de kleurplaat in Flow een welkom alternatief.
  3. Normaal gesproken helpt het me om mijn hoofd te beteugelen door wat zich daar afspeelt samen te persen in een blogje van zo’n 300 woorden. Dat lukte me nu niet. In plaats daarvan schreef ik veel – vanwege de goede herinneringen deed ik dat expres met pennen die afkomstig zijn uit Canadese hotels waar we deze zomer waren, en ik schreef op papier. Het schijnt dat je beter denkt door met de hand te schrijven, volgens dit artikel. Ik voelde bijna fysiek hoe de kronkels in mijn hoofd iets minder op knopen gingen lijken.
  4. Per ongeluk knipte ik een teennagel iets korter dan m’n teen leuk vond – ik raad het niet aan, maar het kwam goed uit: het verlegde mijn aandacht, het trok me weg uit mijn eigen maalstroom.
  5. Het lukte niet doordat ik eerst een uitgewrongen vaatdoekje was door al m’n gehuil en vervolgens 3 dagen migraine en hoofdpijn had, maar hardlopen zou me vast geholpen hebben. Weg uit mijn hoofd, alleen maar mijn lichaam, mijn adem en de wind. RunKeeper trok al aan de bel: it’s time for a quick jaunt again!

Vandaag herken ik voor het eerst in lang mijn eigen hoofd weer. En trek ik eindelijk mijn roze schoenen weer aan.

Aug 302014
 

“Ik dacht: je gaat gillen en schreeuwen en je houdt niet meer op, je komt hier niet meer uit”, bekent K. “Ik zag mezelf al bij jou op bezoek zijn in het psychiatrisch ziekenhuis.”

Wat K. zegt, verbaast me niet. Het kwam erg goed uit dat K. niet alleen woensdag gewoon haar parttime dag had, maar donderdag ook vanwege flinke verkoudheid besloot thuis te werken: als ik alleen thuis was geweest, was het misschien wel echt mis gegaan. Op de werkconferentie op het ministerie leefde bij sommigen de veronderstelling dat mensen met een psychische aandoening „zomaar, van het ene op het andere moment kunnen doordraaien” – nou, ik kan niet voor iedereen spreken, maar bij mij was daar 8 maanden opgebouwde spanning voor nodig. Het ging nét niet helemaal mis, maar het totale controleverlies kwam gevaarlijk dichtbij.

Ik draaide bijna door omdat ik terechtkwam in vicieuze cirkel van paniek om wat er gebeurde, piekeren over een oplossing en maar blijven redeneren om de boel te resetten, waarna er weer meer gebeurde, ik weer verder piekerde, en opnieuw begon te redeneren…

Ik draaide niet door omdat ik dankzij dat piekeren ontdekte waarmee ik bezig was.

En vooral dankzij K. die toevallig thuis was en die me af en toe tot de orde riep.
Dankzij tante Migraine die eiste dat ik in totaal zo’n 18 uur droomloos sliep.
Dankzij twee bakens in de vorm van een afspraak bij de bedrijfsarts, al ging die niet door, en een telefoontje dat ik vrijdagmiddag om 15:30 uur moest plegen.

Vier dagen lang werd ik in een woeste draaikolk door elkaar geschud en uit elkaar getrokken en binnenstebuiten gekeerd en heen en weer gesmeten.
Ik voel me nu alsof ik net wakker ben uit een lange, koortsachtige slaap vol nachtmerries. Met verwondering zie ik dat de rest van de wereld nog op z’n plaats staat.

En nu moet mijn hoofd gereset worden. Ik bedoel, djiezus, man, wat is er gebeurd de afgelopen week? Waar was ik, de afgelopen weken? Net niet doorgedraaid. Maar wel ontvoerd door mijn eigen hoofd.

Als ik nu huil, dan is dat omdat ik met de schrik ben vrijgekomen.