Nov 072014
 

141107 Verknipt (98)Minder medicijnen: sindsdien viel ik een kilo of 5 af, gaat hardlopen lekkerder, slaap ik beter, voel ik me wakkerder, ben ik alerter, is mijn hoofd helderder, mijn denken samenhangender en logischer, ben ik levendiger en besluitvaardiger.
Minder medicijnen: sindsdien ben ik misschien wat gevoeliger. Heb ik meer nachtmerries. En ben ik een tikkeltje labieler.

Maar misschien ook wel niet. Misschien lijkt het maar zo. Misschien ben ik me alleen maar meer bewust van wat zich in mij afspeelt. Omdat ik me wakkerder voel en alerter ben.

Zoals op dit moment, terwijl ik dit schrijf. Ik voel me ellendig, eerlijk gezegd. Somber. Verdrietig. Verloren. Ik kan wel janken.

Het is niks nieuws.
Wat wel nieuw is, is dat ik het snap. Omdat mijn hoofd helder is en mijn denken samenhangender.

Waardoor ik begrijp dat wat ik voel, gewoon het effect is van een week op werk waarin ik me verbaasde, ergerde, boos maakte, stuurloos voelde.
Waarbij ik bedenk dat ik deze week op werk ook hard werkte, complimenten kreeg, knopen doorhakte, beslissingen nam, keuzes maakte.
Waardoor ik me er door de ellendigheid heen van bewust dat ik ook opluchting voelde, en blijdschap, en kracht.
Waardoor ik me realiseer dat het niet nodig is om me te laten meesleuren door die somberheid, dat verdriet, die jankerigheid.
Het hoeft heus niet meteen weg – maar het hoeft niet erger.
Want ik ben geen sukkel, geen loser, geen niet serieus te nemen overgevoelige zeurkous, geen waardeloos figuur. Ik ben stoer, trots, capabel, verstandig en sterk.

Minder medicijnen: dat is meer emoties en meer stemmingswisselingen ervaren. Minder medicijnen: dat lijkt het gevaar in zich te hebben dat ik sneller mijn verstand verlies. Maar minder medicijnen is vooral: veel meer helderheid en daardoor sneller weer op de rails.

Minder medicijnen: sindsdien kan ik inderdaad als dat noodzakelijk is mijn verstand op nul zetten en dan gaan nadenken.

Nov 022014
 

141102 Hoe ik het mezelf moeilijk maakSoms kun je van die enorme vraagstukken in he hoofd hebben die bijna heel je denken en doen beheersen – en die eigenlijk nergens over gaan.

Tenminste, ik kan dat.

Het is minder dan het was, veel minder, dat wel.
Ik ben niet meer dagenlang bezig met de vraag wanneer ik voor printercartridges naar de winkel zal gaan. Of, als ik dan eenmaal bedacht had wanneer ik naar die winkel zou gaan, of ik dan meteen in één moeite naar de bakker doorga. Of dat ik misschien eerst naar de bakker ga en dan naar de winkel. Of dat die bakker misschien toch niet nodig is want er zijn nog crackers dus dan eet ik die wel. En ach, die cartridges, die kunnen dan ook wel wachten – of zal ik toch? Maar wanneer dan? En zal ik dan ook meteen maar…?
Nou, zó erg is het dus niet meer. Meestal weet ik de laatste tijd snel waar ik met mezelf aan toe ben en hoeven er in mijn hoofd geen ellenlange onoplosbare discussies meer plaats te vinden. Het maakt het leven een heel stuk eenvoudiger.

Maar soms moet het dus toch nog even. Vandaag bijvoorbeeld. Vandaag is de vraag, en die vraag stelde ik mezelf gisteren al: wanneer ga ik hardlopen?
Gisteren suste ik mezelf met het antwoord dat ik gewoon ‘s ochtends zou gaan, als ik vroeg genoeg wakker zou worden. Maar toen ik vannacht pas tegen 1 uur m’n bed inrolde, wist ik al dat er vandaag een nieuw antwoord moest komen. Ik zal maar niet zeggen hoeveel ingewikkeldheden, mitsen en maren, voorwaarden en eisen mijn hoofd bij elke suggestie verzon. En niet gaan is geen optie. Dat wil zeggen: voor mij wel, maar voor mijn hoofd niet.

En dus ga ik vanmiddag waarschijnlijk ineens en, voor zover daarvan nog sprake kan zijn,  impulsief hardlopen. Om van mijn eigen gezeur af te zijn. En omdat ik nu al weet dat ik me daarna intens tevreden zal voelen.

En voor dat laatste is die hele innerlijke strijd niet eens nodig :-)


Wie schrijft die blijft, is het gezegde en daar ontbreekt een stuk aan. Want het moet zijn: wie schrijft die blijft niet piekeren ;-) . Want terwijl ik dit blogje schreef, wist ik ineens het antwoord op het hardloopvraagstuk. Ik ga hardlopen na de lunch, en voordat de uitzending van de New York Marathon op Eurosport begint.

En zo bewijst zich het nut van een brain dump: knal alles in je hoofd dat je belemmert om vooruit te kijken op papier en je kunt weer verder. Mijn tip daarbij is om  wel grenzen te stellen in tijd of lengte aan hoe lang je dumpt. Anders raak je juist weer verstrikt in de hoeveelheid.

Nov 012014
 

141101 Move-emberNovember alweer. Ik begrijp niet waar die maand zo ineens vandaan komt. Waar is oktober gebleven? Op één of andere manier heb ik die maand nauwelijks meegekregen. Wat trouwens ook geldt voor september. Het is één van de dingen die met mijn hoofd misgaan als ik veel en veel te ver over mijn grenzen heenga.

November dus ineens.

Op 4 november komt voor de eerste keer de projectgroep Richtlijn Depressie bij elkaar. Ik zit erin als patiëntvertegenwoordiger en de taak van de groep is om voor bedrijfsartsen een richtlijn op te leveren voor het goed begeleiden van depressieve werknemers.

Op 7 november heb ik een spannende afspraak met iemand over mijn boekidee. ‘n Afspraak die ik te danken heb aan mijn filmpje, dat ik dan weer te danken heb aan Poco Loco.

Op 11 november heb ik een workshop over verandercommunicatie en daar heb ik ongelooflijk veel zin in. In mijn allerdepressiefste periode die uiteindelijk tot de psychiatrische dagbehandeling en WAO leidde, was mijn houvast de communicatie-opleiding die ik deed. Dat ik me daarin niet verder heb kunnen ontwikkelen is misschien wel het grootste verlies door mijn ziekte. Ik doe wel wat op het gebied van communicatie – of meer: ik doe maar wat. Ik ben zo blij dat ik er eindelijk weer iets over ga leren en er misschien mee aan de slag kan zoals ik ooit, voor alles anders liep, zo graag wilde.

November is de maand waarin 15 jaar geleden werd vastgesteld dat ik ‘knetterdepressief’ was. Het is de maand waarin 6 jaar geleden de diagnose borderline gesteld werd, ik dat tegen mijn toenmalige leidinggevende vertelde en door haar reactie het allereerste idee kreeg voor wat nu Poco Loco is.

November. Veel mannen noemen deze maand Movember. Ik zie het meer als Move-ember. Omdat alles wat de afgelopen jaren vertraagde of tot stilstand kwam, nu weer of meer in beweging lijkt te komen.

Oct 272014
 

141027 Verknipt (97)Hoe later je naar bed gaat en hoe later je opstaat, hoe intelligenter je bent, zou onlangs uit onderzoek gebleken zijn, las ik laatst. Wat verklaart waarom ik om te beginnen mezelf lang niet altijd begrijp: ik lig meestal rond 22:00 uur in bed en als ik om 8:30 uur nog niet ben opgestaan, vind ik dat al zonde van mijn dag.

Door het ingaan van de wintertijd werd ik vanzelf een uurtje later wakker dan normaal, alleen was dat natuurlijk maar een kunstmatig uurtje. Een kunstmatig uurtje waarvan ik wel echt last kan hebben, omdat van de ene op de andere dag de tijd niet meer klopt met mijn beleving.
Als ik labiel ben, is mijn tijdsbesef daar één van de signalen van: dan zou ik kunnen denken dat het binnenkort zomer wordt, of weet ik zeker dat het al december is, en geen 2014.
Wintertijd voelt dus als labiliteit en het is hard werken om mezelf daardoor niet in de luren te laten leggen.

Over werken gesproken: een artikel in de NRC van zaterdag 25 oktober 2014 adviseert om dat extra uur nuttig te gebruiken door ‘m aan je carrière te besteden. Waarschijnlijk ben je deze maandag toch te vroeg wakker, staat erin, verdoe die tijd niet in je bed, maar ga naar je werk en geef je loopbaan een boost. Er staat een aantal best goeie tips in het artikel.

Toch kijk ik wel uit om een uur extra te werken, al vind ik mezelf daardoor ontzettend star. Want dat ik ziek werd door overbelasting, door onder andere mijn eigen te grote verantwoordelijkheidsgevoel en te vaak te lang werken – dat heeft er flink ingehakt. Ik voel me nog steeds kwetsbaarder dan voor die tijd.

Dus ja, als ik eerder wakker ben zal ik het uur nuttig besteden. Maar niet op mijn werk.


De tips uit het artikel die niet alleen tijdens de wintertijd de moeite waard zijn:

  • Zorg voor een daglicht-lamp. Op mijn kamer op werk hangen die dingen, en het is prettig helder licht. Ik heb onder die lampen zelfs minder last van mijn gebruikelijke middagdip dan op de kamer waar ik eerst zat, waar echt daglicht is.
  • Ga wandelen. En niet alleen tijdens je lunchpauze. Let er ook eens op hoe snel je op je werk loopt, naar de printer bijvoorbeeld of naar de koffieautomaat. Als ik er op let om ook dan meer te wandelen dan te rennen, voel ik me een heel stuk minder gestrest.
  • Maak doelen concreet. Vaak ben je algauw geneigd om de waan van de dag te laten bepalen wat je doelen zijn. Geeft niks, maar zorg dat je binnen die doelen je eigen doelen stelt. En vooral: doe een vreugdedansje als je een doel hebt bereikt.
Oct 242014
 

“Wees toch eens niet zo kritisch, Marieke!” “Jij bent wel kritisch, hè?” “Misschien moet je proberen om wat minder kritisch te zijn, Marieke.”

In honderden varianten en vanuit alle hoeken heb ik het te horen gekregen. Meestal nadat ik eerst was aangemoedigd om van me af te bijten, wat meer mijn stem en mijn mening mocht laten horen, niet zo verlegen en/of onzeker hoefde te zijn, voortaan gewoon maar “fuck it” moest denken en me niets van anderen hoefde aan te trekken.

Ik ben ook kritisch. Ik stel hoge eisen. Aan mezelf. Ik heb grote verwachtingen. Van mezelf. Dat is niet altijd handig en ik maak het mezelf bepaald niet makkelijk. Dat heb ik mezelf lang kwalijk genomen. Maar hoe lastig ik mezelf ook vind, ik vind het eigenlijk wel oké dat ik zo ben.

Die kritische houding, die hoge eisen en die grote verwachtingen: die heb ik in een light-versie ook voor mijn omgeving. Vanzelfsprekend, zou ik bijna denken. En niks mis mee, dacht ik ook altijd. Totdat ik leerde om mijn stem en mijn mening te laten horen.

Sindsdien vind ik het ingewikkeld. Ik moet dus wel over van alles iets vinden en dat uitspreken, maar ik mag eigenlijk niet zeggen wat ik vind. Waardoor ik vaak boos op mezelf loop te zijn, omdat ik iets wel had willen zeggen maar het niet deed, of omdat ik iets niet had moeten zeggen en dat wel deed, of omdat ik iets kennelijk anders had moeten zeggen dan ik deed.

Gisteren werd ik gebeld door iemand van het ministerie van SZW.
“Jij bent kritisch hè”, vroeg ze.
Mijn hart maakte een sprongetje van schrik.
“Daarom wil ik graag jouw mening over de vooraankondiging van een congres over de bevordering van de participatie van mensen met een psychische beperking. Zodat we zeker weten dat het goed is.”
Even later prijkt in mijn mailbox een tekst die opgesteld is namens de staatssecretarissen Jetta Klijnsma en Martin van Rijn.

Kun je je mijn meer dan kamerbrede glimlach voorstellen?

  •  Friday 24 October 2014
  •  Posted by on Friday 24 October 2014
  •   1 Response
  •  Tagged with: