Aug 152015
 

150815

Terwijl ik bezig ben met het noteren van mijn ideeën voor een Poco Loco-wandelcoachtraject, dwalen mijn gedachten af naar de wandeling die ik eerder deze week met C. maakte.

“Wilgen en essen moeten hier staan”, las ik voor uit de wandelgids toen we een zijpad inliepen en twijfelden of het ‘t goede zijpad was.
“Nou, ik herken alleen maar deze”, wees C. een boom aan. “Maar hoe heet hij nou toch ook alweer…”

Hetzelfde geldt voor mij. Hoe zeer ik de laatste jaren de natuur ook ben gaan waarderen, van de meeste planten en bomen heb ik geen idee wat het zijn. Alleen als er kastanjes aan hangen, herken ik een kastanjeboom en dat de boom die C. aanwees een lijsterbes was, zag ik alleen maar dankzij de oranje bessen.
Een mooi plantje waarvan de blaadjes naar munt ruiken, noemden we tijdelijk basilicum totdat, eenmaal thuis, Google me vertelde dat het watermunt was.
Enigszins geïrriteerd, en in elk geval gefrustreerd, raakten we toen we het getsjilp van een vogel niet konden herkennen. Ook niet toen we de vogel in kwestie zagen vliegen en mijn vogelherkenningskaart toch geen uitsluitsel gaf.
“Wat zou dat toch zijn”, vroeg C. zich even later af toen we naar een bloemetje staarden waarvan we geen van beiden de naam kenden, “dat je dan wil weten wat het is? Alsof je er alleen maar goed van kunt genieten als je dat weet.”

Vandaar dat ik me tijdens het nadenken over het Poco Loco-wandelcoachtraject laat afleiden door een zoektocht naar natuurgidsen. En ik uiteindelijk een app kocht die me schijnt te kunnen vertellen welke vogel ik hoor. In het Engels. Terwijl ik eigenlijk zocht naar een bomenherkennings-app.

Want dat een wandelcoach een eik van een berk kan onderscheiden lijkt me toch wel het minste wat je mag verwachten 😉

Aug 132015
 

150813

Al enkele nachten regent het vallende sterren, maar het schijnt dat je het vooral vannacht goed kon zien. En wie een vallende ster ziet, mag een wens doen. Toch?

Nou, ik heb geen vallende ster gezien, en toch mag ik een wens doen. Sterker nog, ik móet iets wensen.

Het is één van de voorbereidende opdrachten voor de wandelcoachopleiding waarmee ik half september begin – augustus kan wat mij betreft om die reden niet snel genoeg voorbij gaan.
“Geef jezelf de ruimte om alles te wensen”, luidt de oefening. Ik moet er minstens 10 opschrijven. Tweeënhalve week geleden ging ik op pad met deze opdracht in mijn achterhoofd. Zo’n 10 kilometer stapte ik door het Zuid-Hollandse polderlandschap: dat had mooi één wens per kilometer kunnen opleveren. Ik kwam niet verder dan maar eentje.

Een paar dagen later doe ik er nog eens mijn best op, met hetzelfde resultaat. Eén wens. Nog steeds dezelfde, dat dan weer wel. Bij die wens blijft het ook in de twee of drie wandelingen die ik daarna maak.
Eén wens komt er steeds naar boven, heb ik opgeschreven. En dat is om naast Poco Loco-workshops ook wandelcoaching te bieden.

Ik hoefde namelijk niet na te denken of het mogelijk of haalbaar is, zei de oefening ook.

  •  Thursday 13 August 2015
  •  Posted by on Thursday 13 August 2015
  •   1 Response
  •  Tagged with:
Aug 082015
 

150808

“Ik heb nog iets meer dan anderhalve strip antidepressiva…”
“Ik voel ‘m aankomen!” onderbreekt K. me grijnzend.
“Inderdaad”, grijns ik terug, “en als die strip op is, dan stop ik er maar eens mee.”

Niet eerder, nooit eerder, ging het zo goed met mij als de afgelopen maanden.
Weg is de voortdurende rusteloosheid, het niet kunnen aarden, het nooit tevreden zijn met wat ik doe, de snelle verveling, het weer dóór willen gaan, het bijna dwangmatig steeds weer inslaan van andere richtingen. Verdwenen is de eeuwige zoektocht naar verbinding en verbondenheid, het holle gevoel van eenzaamheid, de knagende onzekerheid over mijn toegevoegde waarde voor de wereld.
En, best belangrijk als je wil stoppen met antidepressiva: ik ben af van het altijd sluimerende gevoel van depressiviteit, alsof ik elk moment mijn balans kan verliezen en zo weer die diepe donkere put in kan glijden.

Wat er voor nodig was om zo ver te komen?

  • Ik stapte met veel pijn en moeite uit een complexe en onrustige werksituatie waarin ik dolgraag had willen blijven en had willen floreren. Maar al vind ik dat nog zo spijtig, het is het beste wat ik kon doen. Mijn nieuwe, letterlijk en figuurlijk overzichtelijke werkplek doet me goed.
  • Ik begon met bootcamptraining op een moment dat ik er psychisch bijzonder slecht aan toe was. En ontdekte hoeveel kracht ik dan toch nog heb. Niet alleen om met kettlebells enzo in het rond te zwaaien, maar ook om mentaal op te krabbelen en de juiste beslissingen te nemen.
  • Ik hield vol om 2 à 3 keer per week te gaan hardlopen. Ik deed het soms vloekend, ruziënd of huilend, maar ik deed het. Omdat ik dat tevreden gevoel en lege hoofd na afloop zo hard nodig heb.
  • En ik schreef een boek en werd voor het eerst één met wie ik ben – hoe zweverig dat ook klinkt. Ik zag eindelijk wie ik ben. Ik voel eindelijk dát ik ben.

Het zal voortaan stil zijn om 7.05 uur ‘s ochtends, als mijn pillen-appje me niet meer zijn dagelijkse herinnering stuurt.

Aug 072015
 

150807

Zuchtend en steunend kom ik donderdagochtend beneden. Ik had makkelijk nog een uurtje langer kunnen slapen, de bootcamptraining van dinsdagavond heeft er toch meer ingehakt dan ik dacht, mijn ogen tranen en mijn rechteroor zit dicht.
47 jaar ben ik, en dat is te voelen.

Toen ik nog een kind was, was je in mijn ogen oud als je voorbij de dertig was. Als je voorbij de dertig was, dan droeg je als vrouw van die treurige jurken van zweetstof zoals mijn oma altijd aan had, was je haar helemaal grijs en droeg je dat in een knot.
Verder was je als je oud was zoals mijn moeder was: altijd moe, nooit vrolijk, altijd snel geïrriteerd en niet meer op de hoogte van trends en ontwikkelingen.

In werkelijkheid werd ik op mijn 30e nog aangezien voor iemand van begin twintig. Woedend werd ik daar altijd om.
“Joh, wees blij”, zeiden anderen dan. “Over twintig jaar wou je dat dat nog zo was.”

47 jaar ben ik nu, en het komt nog maar zelden voor dat iemand me veel jonger schat dan ik ben.
Ik spring ’s ochtends niet meer kwiek uit bed, sporttrainingen hakken er wat harder in dan enkele jaren geleden en ik heb een beetje last van PHPD* – maar oud voel ik me nog altijd niet.

En dus lees ik donderdagochtend vol verbazing de eerste zin van de dagelijkse lezerscolumn in NRC: “Ik hoop binnenkort 50 jaar te worden, maar voel me nog jong van geest.”
Hoezo ‘maar ik voel me nog jong van geest’? Natúúrlijk voel je je op je 50e nog jong van geest! Sterker nog, ík voel me nu veel jonger van geest dan toen ik in de dertig en zwaar depressief was.

Ik ben 47, en mijn leven is nog maar net begonnen.


*PHPD = Pijntje Hier, Pijntje Daar

Aug 062015
 

150806

In mijn vorige functie werd ik zo overspoeld door mailtjes, dat ik van pure ellende m’n Outlook-account zo instelde dat deze opende in de agenda-weergave. Zag ik tenminste niet meteen first thing in the morning de stapels nieuwe mailtjes en cc’tjes. Waarmee ik over het algemeen trouwens niets hoefde te doen, maar waar ik me toch doorheen moest worstelen om dat te kunnen constateren.
Ook zette ik alle meldingen uit en keek ik uiteindelijk nog maar twee keer per dag of er iets nieuws was.

Waar ik nu werk, lopen we bij elkaar langs om dingen te bespreken. Mailen doen we nauwelijks. Ik heb de meldingen voor nieuwe berichten maar weer aangezet. Anders zou ik het enkele mailtje dat ik wel krijg, nog missen ook.

Met die op werk gevonden mail-rust, viel het des te meer op wat een chaos ik thuis van mijn mailbox heb gemaakt. Van mijn mailboxen, moet ik zeggen. Want als gevolg van eerdere ideeën om overzicht op mijn mail te houden, had ik er zes. Geloof ik. Zeven, als je ook nog een gezamenlijke mailbox van K. en mij samen meerekent. En nog meer, als je de twee of drie mailaccounts meetelt die ik ongevraagd kreeg en waarvan ik me afvraag wat ik er eigenlijk mee moet – en die ik dus volledig negeer. Facebook bijvoorbeeld scheept je zomaar op met een e-mailaccount, wist je dat?

Zoveel mailboxen. En daar kreeg ik ook nog eens heel wat mail in. Helemaal onrustig werd ik ervan. Gejaagd. Alsof er steeds iets in mijn nek hijgde. Al een paar weken geleden bedacht ik hoe ik dat zou oplossen. Van veel te veel mailboxen terug naar maar eentje. Zo simpel kan het zijn.

(Al heb ik het mezelf met een mooie onderverdeling in die ene mailbox waarschijnlijk toch nog veel te moeilijk gemaakt 😉 .)