Jul 032015
 

150703“Jij maakt ook nooit iets af!” riep mijn vader boos uit toen ik na jarenlang zwoegen nog altijd geen zuivere noot uit mijn viool kreeg. Met steeds meer lood in mijn schoenen ging ik elke week naar les en naar het strijkersensemble. Niets liever wilde ik dan ermee ophouden. Hetzelfde gold voor hockeyen, waar ik gepest werd door de kinderen van de coach, een man die mij ook regelmatig uitschold en die een vriend van mijn ouders was.
Bij je opvoeding hoort muziekles en sport, vonden mijn ouders. Of ik er plezier in had, deed er niet toe.

Ik kreeg het voor elkaar om toch te stoppen met vioolles en hockey, maar de uitroep van mijn vader bleef door mijn hoofd spoken. Ik begin aan van alles en ik maak nooit iets af. Ik heb geen doorzettingsvermogen, ik ben een sukkel en een loser.
Het duurde lang voordat ik erachter kwam dat je dingen kunt doen omdat je ze leuk vindt. En dat het dan weinig moeite kost om ermee door te gaan. Nog altijd heb ik eerder de neiging om dingen te doen omdat het zo hoort of omdat iedereen het doet, dan omdat ik het zelf wil.

Zo was het niet met het popkoor. Ja, ik werd flink door iemand aangemoedigd om me aan te melden, maar het was wat ik zelf wilde. En toch speelde het jij-maakt-nooit-iets-af-duiveltje hoog op toen ik er woensdagavond naartoe fietste.
Goed naar jezelf luisteren, prentte ik mezelf in voordat ik naar binnen ging.

“Met plezier heb ik meegezongen”, mailde ik gisteren naar de organisatie achter het koor. “Ik vond het leuk, maar ik ben er niet voldoende door gegrepen om ermee door te gaan.”

Het was een reuzenstap om in een koor te zingen. Het was een nog grotere stap om toe te geven dat het toch niet echt iets voor mij is.

Jun 302015
 

150630

De laatste keer dat ik kampeerde was vlak voordat ik aan de dagbehandeling in het psychiatrisch ziekenhuis begon. Anderhalf jaar zou die behandeling duren en in die periode was vakantie nemen niet toegestaan – en dus zouden we het ervan nemen. Drie weken lang wilden we met fiets en tent door Frankrijk trekken. Een leuk rondje hadden we uitgestippeld, maar nog nauwelijks daaraan begonnen ging het al mis: mijn fiets ging kapot. Toen die weer gerepareerd was, liet het weer het afweten. Bewolkt, koud en nat werd het. Ik herinner me picknicks in bushaltes en kamperen bij de boer in halfopen schuren. De door ons bedachte dagafstanden bleken bovendien iets te ambitieus. We schoten maar niet op en ik kwam steeds minder hard vooruit. Onze fietskampeervakanties had ik altijd leuk gevonden maar nu haatte ik alles: mijn fiets, de tent, het weer, de Fransen, de sanitaire voorzieningen op de campings, de campings zelf en bovenal haatte ik mezelf. Na tien dagen werden we opgehaald door K.’s ouders.

Nooit meer op fietsvakantie en nooit meer kamperen, wilde ik na deze ervaring.

Blokhutten staan op campings. Blokhutten hebben geen douches en wc – blokhutten hebben niet eens stromend water. Blokhutten hebben dan wel (stapel)bedden, een kookstelletje en (in Noorwegen dan) een kacheltje en in blokhutten kun je rechtop staan, maar verder zijn blokhutten eigenlijk gewoon tenten van hout. In blokhutten kampeer je.

Vandaar dat ik een beetje opzag tegen onze reis langs blokhutten in Noorwegen.

Zo’n grote vergissing als toen die reis was, zo’n perfecte keuze was nu deze vakantie. Zo slecht als kamperen toen beviel, zo heerlijk vond ik het nu. Zo ellendig als ik me toen in Frankrijk voelde, zo goed voelde ik me nu in Noorwegen. Zo graag als ik toen naar huis wilde, zo graag had ik nu nog willen blijven.

Ik ben weer thuis.

Jun 112015
 

150611

Ken je het Panel Psychisch Gezien? Dat is een door het Trimbos Instituut gecoördineerd landelijk panel van en voor mensen met psychische aandoeningen. Een keer of twee per jaar krijg je al deelnemer een enquete met vragen over werk, eenzaamheid, hulpverlening enzo. Heel waardevolle gegevens halen ze daarmee op voor onder andere de politiek en verbetering van het hulpaanbod.

Een vaste vraag is hoe je je sociale leven ervaart. Ben je tevreden met de sociale activiteiten die je hebt? Zou je meer activiteiten buitenshuis willen? Zit je vaker thuis dan je lief is?

En ja, hoeveel ik ook hou van thuis zijn, in m’n eentje, in alle rust: dolgraag zou ik meer sociale reuring willen. Maar ja, denk ik altijd, dat kan niet. Want rust & regelmaat zijn tenslotte heilig.
Vandaar dat ik even een beetje jaloers was toen ik hoorde dat een vriendin zich bij een popkoor heeft aangemeld. Zulke dingen wil ik ook kunnen doen.

Sterker nog, zingen is één van mijn favoriete bezigheden – alleen wel heel erg in het geheim. Ik durf niet eens mee te zingen voor iemands verjaardag. Of als de deur naar de tuin openstaat. Want ooit was mijn stemgeluid één van de redenen voor Grote Broer om me hardhandig de grond in te boren.
Los van gewoon leuk, zou het een enorme overwinning op mezelf en op mijn verleden zijn om te zingen terwijl anderen dat kunnen horen.

Twijfel alom dus. Durf ik dit, kan ik dit, wil ik dit, wat wil ik eigenlijk? Om het nog moeilijker te maken, deed zich ook een mogelijkheid voor om iets met toneel (nog zo’n geheime liefhebberij) en het onderwerp borderline te doen. Is dat niet passender?

“Gewoon iets doen omdat je er lol in hebt is ook belangrijk”, whatsappte mijn vriendin. Ik pakte mijn shovel en schoof al mijn twijfels aan de kant.

Gistermiddag kreeg ik een mailtje. Op 1 en 8 juli mag ik op proef meezingen met het popkoor :-) .

Jun 092015
 

150609

Op de lagere school was de laatste gymles voor de vakantie altijd de leukste gymles. Geen gedoe met softbal, trefbal of andere balsporten waar ik de regels niet van kon onthouden, maar… apenkooien!
De bok, het paard, de evenwichtsbalk, de ringen, de rekstok en al die andere apparaten waarop ik wel behendig was werden tevoorschijn gehaald en spelen maar! Liefst hing ik de hele les opgevouwen in de ringen alsof ik een vogelnestje was of buitelde ik alle kanten op aan de rekstok.
Maar iets van interactie in de vorm van samen een spel doen was wel de bedoeling. En dus jaagde ik tegen mijn zin in over de attributen heen achter mijn klasgenootjes aan en zij achter mij.
Veel minder leuk.

Helemaal bij toeval is vandaag, de laatste werkdag voor mijn vakantie, ook een soort apenkooien.
De hele dag mogen al mijn collega’s en ik workshops naar keuze volgen – onder andere ga ik een bezoekje brengen aan wat de diepste parkeergarage van Nederland moet worden.
Net als op de lagere school zou ik liefst helemaal mijn eigen gang gaan, maar dat dit evenement kennisdag heet is niet alleen omdat je als een spons allerhande kennis kunt opzuigen. Het idee is ook dat je kennis maakt met andere collega’s. Dat je netwerkt, dus. Je kon je daarvoor zelfs voor een soort blind lunchdate aanmelden.
Allemaal mooi en nuttig natuurlijk.

Maar ik ben moe. Ik heb geen zin meer om met nog meer mensen te praten dan ik de afgelopen tijd al deed. Ik heb even geen zin om nog meer mensen te leren kennen. Ik weet zelfs niet zeker of ik er wel zin in heb om nog meer nieuwe kennis op te doen.

Aaarghh, die allerlaatste loodjes voor de vakantie. Waarom wegen die krengen toch altijd zo zwaar?

Jun 082015
 

150608

“Hoe is jouw relatie met je moeder?” vroeg ik vrijdag aan een vriendin.
“Nou, wel goed, denk ik”, antwoordde ze. Misschien dat dit voor anderen een duidelijk antwoord is, maar ik kan er geen chocola van maken.
“K. belt elke week minstens een keer naar haar moeder”, zei ik, zoekend naar een referentiekader. In betere tijden belde mijn moeder me één keer per maand.
“O, ik ook hoor”, zei mijn vriendin. “Ik bel mijn moeder zeker twee keer per week.”
En weet je moeder dan hoe je vrienden heten, wat je zoal uitspookt in het leven en bij wijze van spreken zelfs wat je lievelingskleur is, wil ik weten. Ik weet van K. dat moeders dergelijke dingen kunnen weten, maar nog altijd kan ik dat nauwelijks bevatten. Mijn vriendin knikte: ja, haar moeder weet misschien niet alles, maar wel veel.

Eerder die dag kreeg ik een bericht van Kleine Broer over de verjaardag van mijn moeder. Ze wordt 80 binnenkort. Of het geen goed idee zou zijn om haar een foto cadeau te doen waarop mijn broers en ik, onze partners en de kleinkinderen staan?

Nou, nee, laat ik hem zondag weten nadat ik het zowel met mijn vriendin als met K. heb besproken. Ik zie me al netjes ingelijst staan op de piano, alsof we een doodnormale familie zijn. Misschien zijn mijn ouders en mijn broers dat wel met elkaar, maar ik ervaar het anders. Ik heb me daar inmiddels bij neergelegd. Wat niet hetzelfde is als dat het me niets meer doet.

En dat merk ik als ik zondag de uitnodiging voor het verjaardagsfeestje voor mijn moeder lees. Vrijdag zei ik nog tegen mijn vriendin dat ik me tegenwoordig niet meer bodemloos voel.

Maar eenzaam voel ik me wel, als ik probeer te bedenken in welke bewoordingen ik zal afzeggen.