Nov 182014
 

141118 Wat zou jij doen

Het is een drukke tijd op werk geweest en druk zal het nog wel even blijven. Belangrijk dus om te ontspannen. Je kunt daarvoor deze dinsdagavond kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je kunt vanaf 16:00 uur mee met het teamuitje. Borrelen en daarna lekker eten met bijna al je collega’s – een mannetje of 100.
  2. Je kunt niét meegaan met het teamuitje en in plaats daarvan in je eentje naar je bootcamptraining gaan.

Het zou een vraag in mijn Poco Loco-workshops kunnen zijn.
Het was een vraag die ik mezelf moest stellen toen ik een paar weken terug de uitnodiging voor het teamuitje kreeg.

Lang was het mijn reflex om met teamuitjes sowieso niet mee te gaan. Een dagje uit met zo’n grote groep mensen, bovendien vaak zonder te weten wat je gaat doen, of je tussentijds weg kunt, of er momenten zijn om je even terug te trekken, dát wilde ik wel – maar de gevolgen daarvan niet. Dat je me de dag daarna kunt opvegen. Dat ik tenminste één dag emotioneel uit balans zal zijn en een nacht nachtmerries zal hebben, gewoon door teveel indrukken, teveel geluid aan mijn hoofd, vermoeidheid.

Vorig jaar ging ik voor de verandering wel mee. Je kón me de volgende dag opvegen – ach, het was toch mijn deeltijddag. Maar de gezelligheid met mijn collega’s maakte dat de balans niet helemaal negatief uitsloeg.

Maar op dinsdagavond, na een werkdag, uit eten met zoveel mensen? Terwijl ik de volgende dag ook weer moet werken?

Ik wil wel.
Je moest eens weten hoe graag ik dit wel wil.
Maar het gaat niet.
En dus ga ik niet.

Ik ga vanavond naar bootcamptraining. Omdat zelfs zonder teamuitje een reboot en een boost van mijn psychische balans aan het begin van de werkweek al heel noodzakelijk is.


De afbeelding boven deze post vond ik op Proud2Bme. Onlangs besteedde Proud2Bme aandacht aan het filmpje dat Fonds Psychische Gezondheid over mij maakte en wat een mooie reacties kreeg ik van de lezers van die site! :-)

Nov 172014
 

141117 Geachte mevrouw Klijnsma

Vanmiddag zal ik u horen spreken over kansen op werk voor iedereen. Ongetwijfeld zult u de aanwezigen oprecht uit uw hart vragen om korte metten te maken met stigma’s – u zult met veel bevlogenheid spreken.
Geen stigma’s meer: dat is wat u wil bereiken met de Participatiewet.

Maar geachte mevrouw Klijnsma, niet eerder werd ik zó geconfronteerd met stigma’s als sinds ik voor u bezig ben met de invoering van de Participatiewet. Dagelijks hoor ik mensen praten over de ‘moeilijke’ en ‘kwetsbare’ doelgroep die op gemeentes afkomt. Er zijn handleidingen, werkwijzers, gespreksrichtlijnen en inspiratieboeken geschreven om te leren omgaan met mensen met psychische aandoeningen – niet eerder was ik me ervan bewust dat ik blijkbaar zó anders ben dat er door de komst van de Participatiewet zelfs hele trainingen voor het omgaan met mij bestaan.

Maar Marieke, zult u tegen mij zeggen, en veel mensen zeggen dat tegen mij, het gaat niet om mensen zoals jij. Jij functioneert normaal.
Inderdaad, ik functioneer normaal – zolang ik de rest van mijn leven aanpas aan mijn werk. Met mij lijkt aan de buitenkant niks mis, maar van binnen voer ik voortdurend strijd om op de been te blijven.

Nadat ik 6 jaar geleden de diagnose kreeg, duurde het lang voordat “ik heb borderline” niet meer de eerste, belemmerende gedachte was als ik wakker werd. Het was moeilijk om me van het zelfstigma te bevrijden. Sinds de Participatiewet me met de neus op de stigmatiserende feiten drukt, moet ik daarmee helemaal opnieuw beginnen.

Nooit eerder had ik het gevoel dat ik niet volledig bij de maatschappij hoor. Niet eerder voelde ik me ‘moeilijk’. Nog nooit voelde ik me zó kwetsbaar. Niet eerder had ik het gevoel dat ik mezelf steeds moet bewijzen – ik heb er zoveel spanning door dat ik voortdurend op het randje van overbelast manoeuvreer. Is dat wat normaal functioneren is?

Mevrouw Klijnsma, excellentie, vanmiddag luister ik naar u. Ik hoop dat u mij binnenkort ook een keertje hoort.

Hoogachtend,
Marieke


Vanmiddag ga ik voor mijn werk naar het congres Investeren in Participeren. Staatssecretaris Jetta Klijnsma is één van de aanwezige prominente gasten.

Nov 072014
 

141107 Verknipt (98)Minder medicijnen: sindsdien viel ik een kilo of 5 af, gaat hardlopen lekkerder, slaap ik beter, voel ik me wakkerder, ben ik alerter, is mijn hoofd helderder, mijn denken samenhangender en logischer, ben ik levendiger en besluitvaardiger.
Minder medicijnen: sindsdien ben ik misschien wat gevoeliger. Heb ik meer nachtmerries. En ben ik een tikkeltje labieler.

Maar misschien ook wel niet. Misschien lijkt het maar zo. Misschien ben ik me alleen maar meer bewust van wat zich in mij afspeelt. Omdat ik me wakkerder voel en alerter ben.

Zoals op dit moment, terwijl ik dit schrijf. Ik voel me ellendig, eerlijk gezegd. Somber. Verdrietig. Verloren. Ik kan wel janken.

Het is niks nieuws.
Wat wel nieuw is, is dat ik het snap. Omdat mijn hoofd helder is en mijn denken samenhangender.

Waardoor ik begrijp dat wat ik voel, gewoon het effect is van een week op werk waarin ik me verbaasde, ergerde, boos maakte, stuurloos voelde.
Waarbij ik bedenk dat ik deze week op werk ook hard werkte, complimenten kreeg, knopen doorhakte, beslissingen nam, keuzes maakte.
Waardoor ik me er door de ellendigheid heen van bewust dat ik ook opluchting voelde, en blijdschap, en kracht.
Waardoor ik me realiseer dat het niet nodig is om me te laten meesleuren door die somberheid, dat verdriet, die jankerigheid.
Het hoeft heus niet meteen weg – maar het hoeft niet erger.
Want ik ben geen sukkel, geen loser, geen niet serieus te nemen overgevoelige zeurkous, geen waardeloos figuur. Ik ben stoer, trots, capabel, verstandig en sterk.

Minder medicijnen: dat is meer emoties en meer stemmingswisselingen ervaren. Minder medicijnen: dat lijkt het gevaar in zich te hebben dat ik sneller mijn verstand verlies. Maar minder medicijnen is vooral: veel meer helderheid en daardoor sneller weer op de rails.

Minder medicijnen: sindsdien kan ik inderdaad als dat noodzakelijk is mijn verstand op nul zetten en dan gaan nadenken.

Nov 022014
 

141102 Hoe ik het mezelf moeilijk maakSoms kun je van die enorme vraagstukken in he hoofd hebben die bijna heel je denken en doen beheersen – en die eigenlijk nergens over gaan.

Tenminste, ik kan dat.

Het is minder dan het was, veel minder, dat wel.
Ik ben niet meer dagenlang bezig met de vraag wanneer ik voor printercartridges naar de winkel zal gaan. Of, als ik dan eenmaal bedacht had wanneer ik naar die winkel zou gaan, of ik dan meteen in één moeite naar de bakker doorga. Of dat ik misschien eerst naar de bakker ga en dan naar de winkel. Of dat die bakker misschien toch niet nodig is want er zijn nog crackers dus dan eet ik die wel. En ach, die cartridges, die kunnen dan ook wel wachten – of zal ik toch? Maar wanneer dan? En zal ik dan ook meteen maar…?
Nou, zó erg is het dus niet meer. Meestal weet ik de laatste tijd snel waar ik met mezelf aan toe ben en hoeven er in mijn hoofd geen ellenlange onoplosbare discussies meer plaats te vinden. Het maakt het leven een heel stuk eenvoudiger.

Maar soms moet het dus toch nog even. Vandaag bijvoorbeeld. Vandaag is de vraag, en die vraag stelde ik mezelf gisteren al: wanneer ga ik hardlopen?
Gisteren suste ik mezelf met het antwoord dat ik gewoon ‘s ochtends zou gaan, als ik vroeg genoeg wakker zou worden. Maar toen ik vannacht pas tegen 1 uur m’n bed inrolde, wist ik al dat er vandaag een nieuw antwoord moest komen. Ik zal maar niet zeggen hoeveel ingewikkeldheden, mitsen en maren, voorwaarden en eisen mijn hoofd bij elke suggestie verzon. En niet gaan is geen optie. Dat wil zeggen: voor mij wel, maar voor mijn hoofd niet.

En dus ga ik vanmiddag waarschijnlijk ineens en, voor zover daarvan nog sprake kan zijn,  impulsief hardlopen. Om van mijn eigen gezeur af te zijn. En omdat ik nu al weet dat ik me daarna intens tevreden zal voelen.

En voor dat laatste is die hele innerlijke strijd niet eens nodig :-)


Wie schrijft die blijft, is het gezegde en daar ontbreekt een stuk aan. Want het moet zijn: wie schrijft die blijft niet piekeren ;-) . Want terwijl ik dit blogje schreef, wist ik ineens het antwoord op het hardloopvraagstuk. Ik ga hardlopen na de lunch, en voordat de uitzending van de New York Marathon op Eurosport begint.

En zo bewijst zich het nut van een brain dump: knal alles in je hoofd dat je belemmert om vooruit te kijken op papier en je kunt weer verder. Mijn tip daarbij is om  wel grenzen te stellen in tijd of lengte aan hoe lang je dumpt. Anders raak je juist weer verstrikt in de hoeveelheid.

Nov 012014
 

141101 Move-emberNovember alweer. Ik begrijp niet waar die maand zo ineens vandaan komt. Waar is oktober gebleven? Op één of andere manier heb ik die maand nauwelijks meegekregen. Wat trouwens ook geldt voor september. Het is één van de dingen die met mijn hoofd misgaan als ik veel en veel te ver over mijn grenzen heenga.

November dus ineens.

Op 4 november komt voor de eerste keer de projectgroep Richtlijn Depressie bij elkaar. Ik zit erin als patiëntvertegenwoordiger en de taak van de groep is om voor bedrijfsartsen een richtlijn op te leveren voor het goed begeleiden van depressieve werknemers.

Op 7 november heb ik een spannende afspraak met iemand over mijn boekidee. ‘n Afspraak die ik te danken heb aan mijn filmpje, dat ik dan weer te danken heb aan Poco Loco.

Op 11 november heb ik een workshop over verandercommunicatie en daar heb ik ongelooflijk veel zin in. In mijn allerdepressiefste periode die uiteindelijk tot de psychiatrische dagbehandeling en WAO leidde, was mijn houvast de communicatie-opleiding die ik deed. Dat ik me daarin niet verder heb kunnen ontwikkelen is misschien wel het grootste verlies door mijn ziekte. Ik doe wel wat op het gebied van communicatie – of meer: ik doe maar wat. Ik ben zo blij dat ik er eindelijk weer iets over ga leren en er misschien mee aan de slag kan zoals ik ooit, voor alles anders liep, zo graag wilde.

November is de maand waarin 15 jaar geleden werd vastgesteld dat ik ‘knetterdepressief’ was. Het is de maand waarin 6 jaar geleden de diagnose borderline gesteld werd, ik dat tegen mijn toenmalige leidinggevende vertelde en door haar reactie het allereerste idee kreeg voor wat nu Poco Loco is.

November. Veel mannen noemen deze maand Movember. Ik zie het meer als Move-ember. Omdat alles wat de afgelopen jaren vertraagde of tot stilstand kwam, nu weer of meer in beweging lijkt te komen.