Oct 102014
 

141010Vandaag heeft de vorm van cupcakes“Wat voel je dan, als je je ontspannen voelt?” vraagt K. woensdag als ik zeg dat het zo fijn is om me na al die stress, paniek en emotionele onevenwichtigheid eindelijk weer ontspannen te voelen.
Ik som op: “Dan heb ik niet meer het gevoel dat er een strakke band om mijn hoofd zit, ik voel niet voortdurend een diepe frons in mijn voorhoofd, er is geen grote drukte meer in mijn hoofd, geen gespannen spieren in mijn nek, schouders en rug, en geen wisselende stemmingen.”
Ik beweeg makkelijker, als ik lach voelt het van binnen niet als huilen, ik ben minder snel uit het veld geslagen door van alles en nog wat en ik ben minder anders gevoelig voor reacties van anderen: ik interpreteer dingen minder snel als kritiek en hecht meer waarde aan positieve signalen. Ik kan me goed concentreren. De to do’s vliegen van mijn lijstje af.
Reden genoeg voor een vreugdedansje.

En bovenstaande geldt nog steeds, hoor.

Alleen blijkt zo’n hele week werken, 28 uur in mijn geval, er toch veel meer in te hakken dan ik had verwacht. De signalen: hoofdpijn, maagpijn, een zenuwticje boven mijn linkermondhoek, niet kunnen bedenken of ik nou vorige week vakantie had of alweer langer geleden en niet gewoon moe, maar hangerig. Huilerig, eigenlijk. Een tikkeltje instabiel.

En toch kost het me de grootste moeite om daarom een afspraak af te zeggen. Ik vind het verschrikkelijk. Ik schaam me. Ik baal van mezelf. Ik vind mezelf een slappeling, een sukkel, een loser.

En ik weet dat al die gevoelens nergens voor nodig zijn. Dat ik ziek werd kwam tenslotte niet nergens vandaan. Dat kwam doordat ik te vaak onvoldoende rekening houd met de vorm van de dag – omdat ik altijd denk wens dat ik meer kan dan ik kan.

Maar vandaag luister ik naar de signalen. Vandaag ga ik ontspannen door te bakken. Vandaag heeft de vorm van cupcakes.


Vanmiddag zou ik bij Samen Sterk zonder Stigma deelnemen aan een groepsinterview door TNO (in opdracht van het ministerie van VWS) over werken met een chronische psychische aandoening.

Eén van de te bespreken thema’s is wat er nodig is om met een (chronische) psychische aandoening duurzaam inzetbaar te blijven.
Nou, zie hierboven: het is noodzakelijk om voortdurend mijn grenzen te bewaken en om steeds weer een passende balans werk/privé te zoeken. Wat dus helaas ook betekent dat ik in mijn vrije tijd dingen moet afzeggen om te kunnen blijven werken.

Oct 082014
 

Ik had er leuk werk, ik werd gezien en ik werd gewaardeerd, ik was er misschien wel op m’n best – zonder miljoen angsten stapte ik op iedereen af, ik voelde me thuis, ik had er plezier. Het gebouw was prettig en de koffie was goed. Voor kantoorkoffie dan.

En toch vind ik het zo moeilijk als ik er nu voor overleggen of bijeenkomsten naartoe moet, hor sporadisch dat ook is. En terwijl de collega’s van toen me nog altijd enthousiast begroeten en oprecht geïnteresseerd zijn.

Het is de donkere schaduw die over die tijd heen hangt. Want toen ik daar werkte, in dat gebouw, werd ik depressief. Ging ik in therapie. Kwam ik terecht in de psychiatrische dagbehandeling. Kwam ik terecht in de WAO, raakte ik niet alleen een aantal toekomstdromen maar ook mijn werk kwijt en kwam ik er via een re-integratietraject terug om archiefwerk te doen – gelukkig zat de bedrijfspsycholoog een paar kamers verderop en zag hij dat ik in andere dingen veel beter ben dan in archiefwerk, en werd ik zijn assistente. En mocht ik en passant voor de lol wat beroepskeuzetests doen. Rarara wat eruit kwam: iets met schrijven ;-) .

Oja. Mijn ouders wonen er ook vlakbij. Het is de omgeving van mijn kinderjaren. Mijn keel wordt altijd een beetje dichtgeknepen als ik daar ben. Het is best logisch dat ik juist daar en toen depressief werd. En dat ik in die omgeving nog steeds, net zoals ik altijd al wilde, heel snel en heel ver weg wil vluchten.

Met een powergirl-outfit aan en op mijn powerheels ging het allemaal best oké. En de koffie is er nog altijd goed – voor kantoorkoffie.

Oct 032014
 

image

Ze kunnen heus wel werken, zei de vorige bestuursvoorzitter van Ggz Nederland over mensen met een psychische aandoening, alleen moet je er als werkgever niet gek van opkijken als ze zomaar op een dag niet verschijnen. Want dan zitten ze met een fles whiskey in de trein naar Parijs.

Nou heb ik een psychische aandoening, ik heb deze week vrij dus m’n werkgever verwacht me niet, ik drink geen whiskey wat bagage scheelt , ik heb m’n eigen auto bij me en ben dus niet afhankelijk van de Thalys en ik was bovendien al in Frankrijk, dus wat houdt me tegen om op de terugweg naar huis even naar Parijs te gaan?

Tja.

Dat het dan toch handig is als je Een Plan Van Aanpak hebt. En, om een beetje de tijd te hebben, Een Hotel. De twee plannen die museumbezoeken bevatten, vallen in duigen. Het ene museum blijkt gesloten te zijn en het andere museum wordt verbouwd en daarom is er niet veel te zien – wat dan wel weer als voordeel heeft dat je er gratis in kunt. Gratis geldt natuurlijk nooit voor hotels, maar om nou een euro of 150 te betalen voor een hotel buiten de stad, exclusief parkeren, en dan moet je dus nog de stad in – dan blijk ik toch meer realistisch dan impulsief.

Het zou trouwens ook een omweg zijn, naar Parijs.
En dus reden we geheel planloos Lille binnen. Het enige dat vaststond was dat we in parkeergarage P5 of P8 wilden parkeren. Wat heerlijk om gewoon zomaar wat ronddwalend een leuke stad te ontdekken!

‘s Avonds laat ontdek ik bij thuiskomst een brief van mijn werkgever. Ik ben 4 weken of langer (gedeeltelijk) ziek, lees ik, en het is tijd voor Een Plan Van Aanpak.
Bijzonder. Want ik meldde me niet alleen begin deze week beter, ik voel me ook zoveel beter. En dan wil ik inderdaad graag weer aanpakken, maar kan ik dat ook zonder plan.

Sep 302014
 

image

“Denk jij nog aan werk?” vraagt K. als we nog geen 24 uur op onze vakantiebestemming zijn.
“Ehm…”, antwoord ik. “Nu je werk noemt, heb ik wel een vaag beeld van kantoor. Maar dat is alles.”
Ik denk tijdens het wandelen aan vrijwel niks, en dat is behoorlijk zeldzaam. En met een niet-denkend hoofd is het op het gebied van heen en weer slingerende emoties ook rustig. Het is een verademing na de afgelopen weken waarin mijn hoofd niet stil te krijgen was.

Het zou zeer zijn gewaardeerd als ik vrij had genomen in plaats van me ziek melden, zei iemand pas geleden: “Je kunt niet alles op de werkgever afwentelen.” Kortstondig was ik hierover zo verward dat ik bijna weer net zo begon door te draaien als in de week waarin ik volledig ziek was. Wordt me iets verweten? Zijn er dingen rondom ziek melden en vrij nemen die ik verkeerd begrijp? Vrij nemen is toch iets wat je meestal uit vrije wil en vooraf gepland doet? Het is toch logisch om je ziek te melden omdat je gezondheid je verhindert om op werk te functioneren? Dat doe je toch ook als je koorts hebt?

“Vrij nemen in plaats van me ziek melden als ik zo in de war ben is volgens mij alleen een optie als ik zo’n lang eind kan gaan wandelen”, zeg ik ergens hoog op een Normandische klif tegen K., als ik toch even aan werk denk. “Omdat ik dan niet kan denken.” Al zou ik niet weten hoe ik in al mijn verwarring, angst en paniek de lange wandelingen van de afgelopen dagen had kunnen maken. Hoe ik hier überhaupt had kunnen komen.

Maar als het nog eens mis gaat, dan zal ik het uitproberen, neem ik me op die klif voor. Verder met denken kom ik niet: te druk met niet-denken. En met genieten.

Sep 282014
 

image

Heel lang was de kust van Normandië mijn toevluchtsoord – in mijn hoofd dan. Als het me allemaal te veel was, en ik het helemaal niet meer zag zitten, als ik tijdens de donkerste momenten in de diepste putten zat, en dat kon meerdere keren per week of per maand zijn, en soms meerdere keren per dag, dan dacht ik: ik pak de auto en ik rij hier naar toe en dan – ehm, nou, dan verdwijn ik, zeg maar. Dan besta ik daarna niet meer.

De gedachte dat ik altijd nog hiernaartoe kon rijden om te verdwijnen, was het enige lichtpuntje op zulke momenten en maakte dat ik dan toch weer dóór kon gaan.

Het zou niet gewerkt hebben, weet ik na de autorit van vandaag naar Normandië. Het is niet heel ver rijden, maar met een depressief, verward hoofd is het een heel eind weg. Met autorijden is het verder handig om goed voor je uit en om je heen te kijken – doe je dat figuurlijk, dan levert het je al een hoop op, maar ook letterlijk verruimt het je blik. En dus je denken. Bovendien ben ik pas enkele maanden bezig met het overwinnen van mijn tankangst, en je redt het naar hier net niet op één volle tank. En ik zou zijn gaan meezingen met de radio.

En als je zingt, schreef mijn online hulpverlener vorige week in het een na laatste email-contact waar ik recht op heb, als je zingt kun je niet piekeren. Misschien dat daarom mijn hoofd, juist als het beroerd gaat, in een jukebox verandert. Het enige wat tegen een jukebox-hoofd helpt, is muziek draaien en meezingen.

Het zou dus niks geworden zijn met die verdwijntruc van mij. Nog voor Antwerpen zou ik zijn omgekeerd. Gelukkig maar. Want daardoor kan ik niet nu lekker een paar dagen uitwaaien.


Afgelopen voorjaar had ik het helemaal gehad met mijn gedachtes aan de dood. Vandaar de (enorme en met veel aarzeling genomen) stap om 113online in te schakelen. Het was een gouden greep.