Apr 032015
 

150403

Dodelijk verlegen.

Je gelooft het misschien niet, maar dat is wat ik ben. De hele dag door en iedere dag weer ben ik bezig mezelf te overwinnen, om me er niet door te laten weerhouden, om toch te doen wat ik wil, om mijn dromen na te jagen. Ik slaag daar behoorlijk goed in, al zeg ik het zelf. Steeds beter lukt het me. Maar waar ik niet in slaag is om minder dodelijk verlegen te worden.

Ik mag van mezelf toegeven dat ik nogal wat dingen spannend vind. Dat het me nerveus maakt om iets nieuws te ondernemen. Dat ik de avond voor de eerste werkdag in mijn nieuwe functie bloody nervous word. Lees: dat ik uit alle macht vlagen van enorme paniek moet onderdrukken.

Ik mag van mezelf rode vlekken in mijn gezicht en nek krijgen van de spanning. Ik moet me van mezelf voortdurend over drempels heen duwen, maar ik mag van mezelf ook heel veel laten. Want ik hoef van mijn dagen nou ook weer niet 24/7 een hordeloop te maken.
En ik mag er niet al te vaak bij stilstaan hoe dodelijk verlegen ik in werkelijkheid ben.

Even flitste het door mijn hoofd, gisteren, vlak voordat ik op mijn fiets stapte om naar mijn nieuwe werk te gaan. Hoe dodelijk verlegen ik ben. Ik schreef het op: dodelijk verlegen. Op papier, uit mijn hoofd. Ik voelde dat ik er de hele dag tegen zou moeten strijden. Ik weet dat ik er nog een aantal weken mee in gevecht moet. Meer dan anders. Omdat heel veel hetzelfde blijft, en toch alles anders is.

Het is me nooit gelukt om minder dodelijk verlegen te worden. Het lukt me wel elke dag om mezelf te overwinnen.

En dat is elke dag reden voor een feestje.
Dat is het goede nieuws ;-)

Apr 022015
 

150402

Mijn twee parttime dagen zijn mijn schrijfdagen. Mijn twee parttime dagen zijn ook mijn dagen om mijn hoofd weer stil te krijgen en mijn oren te laten stoppen met fluiten, mijn dagen om mee te zingen met muziek en mee te deinen op mijn wisselende stemmingen, mijn dagen om lekker alleen thuis te zijn en mijn dagen om helemaal mij te zijn. Dagen die ik hard nodig heb om in balans te blijven. Dagen waaraan ik gehecht ben.

Sinds gisteren heb ik een nieuwe functie, maar kan ik koffie tappen uit dezelfde koffieautomaten, heb ik dezelfde inlogaccounts met dezelfde wachtwoorden, gebruik ik dezelfde kopieerapparaten, heb ik hetzelfde personeelsnummer, hetzelfde e-mailadres, hetzelfde telefoonnummer en hetzelfde toegangspasje. Ik heb niet dezelfde collega’s, maar zie wel een heleboel vertrouwde gezichten. Bij lange na heb ik niet dezelfde taken, maar ik doe geen volstrekt nieuwe dingen. Net als nu heb ik een parttime dag op vrijdag.

En sinds gisteren heb ik niet net als nu ook een parttime dag op maandag, maar voortaan op woensdag.
Woensdag is ook K.’s parttime dag.
Het is natuurlijk best gezellig om allebei vrij te zijn, máár! Maar wat? Maar dit en maar dat. Maar van alles.

“Maar weet je”, zei ik tegen K. toen ik dinsdag terugkwam van bootcamptraining, “het is toch wel oké, om voortaan op woensdag vrij te zijn. Als een soort reset. Omdat anders te veel hetzelfde blijft. Het is tenslotte een nieuwe functie.”

Maar ik moet er wel aan wennen.

Mar 312015
 

150331

Ik ben een ster in magisch denken. Je weet wel, van die gedachtes van het type als…dan. Als ik zorg dat ik onzichtbaar ben, dan houdt het getreiter van Grote Broer wel op. Als ik eenmaal ga studeren, dan krijg ik eindelijk vrienden. Als eenmaal die afspraak/die week/dat moment voorbij is, dan kan ik weer ontspannen. Als ik eenmaal een nieuwe baan heb, dan kan ik me weer blij voelen.

Meestal leiden dergelijke gedachtes tot niks. Nouja, tot teleurstelling, vaak. Maar ze helpen me wel om door te gaan.

Die laatste gedachte, als ik eenmaal een nieuwe baan heb, dan kan ik me weer blij voelen, hield me deze winter op de been. Totdat ik hoorde dat ik inderdaad een andere functie heb en ik wel opgelucht was, en ook wel blij, maar er toch iets niet klopte.

Want ik wilde ’s avonds liefst al vroeg gaan slapen en had ’s ochtends veel moeite mijn bed uit te komen. Ik kon me er nauwelijks toe zetten om naar bootcamptraining te gaan en ging ook niet van harte hardlopen. Ik had niet veel zin in mensen om me heen. Op mijn vrije dagen schrijfdagen liep ik maar te dralen. Wou ik eerder huilen dan schrijven.

En dat was het alarmsignaal.
Want Marieke die niet wil schrijven? Dat is een depressieve Marieke.
Dreigend depressief, besloot ik. Klonk beter.

En dus moest ik vooral veel doen om de dreiging af te wenden. Wel rennen, wel naar bootcamptraining, wel schrijven, vroeg opstaan, goed eten, opruimen, naar buiten, om me heen kijken, doorgaan.

En ik moest mocht iets laten. Ik stopte met in de MedAlert-app aan te geven hoe ik me voel. Ik werd er al nooit blij van om dat te doen – tijd om ermee te kappen.
Het hielp.

Of misschien was het niet dát wat hielp. Maar de donkere wolk die me op de hielen zat? Die is weg.

Mar 302015
 

150330Mijn hardloopliefde begon dus op de loopband in de fitnessruimte van het psychiatrisch ziekenhuis.

Twee keer in de week hadden we psychomotorische therapie, op dinsdag en op donderdag. Op dinsdag ging je individueel aan de slag in de fitnessruimte, op donderdag deden we in de naastgelegen gymzaal dingen als badminton en volleybal. Zowel het sporten in de fitnessruimte als het samen sporten vond ik vreselijk. Het samen sporten leidde altijd bij iedereen om verschillende redenen tot veel spanning; bij het fitnessen moest je zeggen waaraan je ging werken en daarmee bedoelde de therapeut dan niet één of andere spiergroep. Ik had geen idee hoe ik in die krappe ruimte waar dan ook aan kon werken. Maar toen ik eenmaal had ontdekt dat op de loopband mijn gedachten op nul gingen, wilde ik altijd alleen maar rennen.

Misschien kwam het doordat ik een hekel had aan het gedreun van mijn voeten op de loopband. Misschien kwam het doordat ik niet elke dinsdag op de loopband terecht kon en ik toch wilde rennen.
Hoe dan ook: ik ging ook thuis, buiten, hardlopen. En op aanraden van één van de therapeuten ging ik bij een club.

Als iemand mij vraagt hoe ik met hardlopen ben begonnen, is de fitnessruimte van het psychiatrisch ziekenhuis het eerste waaraan ik denk. Natuurlijk is dat niet wat ik direct aan iedereen kwijt wil.

Maar dat de tijd in het psychiatrisch ziekenhuis, na mijn kinderjaren, de eenzaamste periode ooit was en dat de herinneringen eraan nog altijd rondspoken in mijn hoofd – dat komt vooral omdat het iets is wat ik niet zomaar vertel. Omdat ik er vaak omheen praat. Omdat ik niet altijd de hele waarheid vertel.

Niet omdat ik daar moeite mee heb.
Maar omdat anderen dat hebben.

En dat voelt bijna nog eenzamer dan kindertijd en dagbehandeling bij elkaar.


De resultaten van mijn enquête geven aan dat de meeste mensen een deel van de hele waarheid zouden vertellen: ‘op de loopband bij fitness’ scoort het beste. De reacties op de open antwoorden zijn waarschijnlijk allemaal ook waar (‘om te zien of ik me beter zou gaan voelen’, ‘doordat er iets over een loopgroep in de krant stond’ e.d.), maar niet de werkelijke reden.

Mar 262015
 

150326

Officieel heb ik geen andere baan. Officieel ga ik dus ook niet echt weg. Officieel ga ik alleen maar een jaar ergens anders mijn vaardigheden en talenten inzetten. Officieel kom ik na dat jaar weer terug in mijn huidige functie.

Niet dat mijn huidige functie dan nog is zoals die nu is. Die functie komt binnenkort in een ander team met een andere teammanager en het gevolg zal ongetwijfeld andere taken en anders wel andere prioriteiten zijn.
En wie weet welke andere kansen ik ondertussen grijp.
Maar officieel ga ik dus niet echt weg. En ik neem dus ook niet officieel afscheid.

Maar ik sluit wel een belangrijke periode af.

Iets meer dan 11 jaar geleden kwam ik uit de dagbehandeling in het psychiatrisch ziekenhuis, was ik het werk dat ik had kwijt en zat ik in de WAO. En toen kon ik gaan werken op de afdeling waar ik nu, drie functies, 6 leidinggevenden, meerdere reorganisaties, 8 kantoorkamers, een diagnose of 4, meer dan 600 door mij geschreven intranetberichten, 2 (of 3?) depressies, veel te veel living-on-the-edge-periodes, 3 therapieën, 2215 blogposts, 1 huis, 1 eigen bedrijf, heel veel Poco Loco-presentaties en 1 boek-in-wording verder, nog steeds werk.

De jaren voorafgaand aan de dagbehandeling waren ingrijpend en de dagbehandeling zelf was ingrijpend. Maar de meest ingrijpende, vormende, bepalende jaren, de meest moeilijke en tegelijkertijd meest gelukkige jaren in mijn hele leven waren deze 11 jaren.

“Dus je komt na een jaar gewoon weer terug?” vragen collega’s me deze dagen vaak.
Ik ga niet officieel weg.
Maar na 11 te gekke en tegelijkertijd gekke jaren, weet ik één ding zeker.

Gewoon kom ik niet terug ;-)