Feb 142015
 

150214Vroeger hadden wij thuis een plastic, gele, eeuwigdurende kalender. De dagen, data en maanden waren noppen en  om de juiste dag, datum en maand schoof je een rubber ringetje. Een dagelijks terugkerend klusje dat ik graag uitvoerde.

Ik weet niet of ik vanwege het dagelijkse ritueel van het markeren van een nieuwe dag van kalenders houd. Het kan ook zijn dat ik graag een hulpmiddeltje heb om in de pas te blijven met de dagen en maanden, die in mijn hoofd nog wel eens door elkaar willen raken.

Hoe het ook zit, ik heb op dit moment twee scheurkalenders.
En dat komt dan weer omdat de eerste niet zo beviel en ik dus een tweede kocht. Ze doen allebei zo’n beetje hetzelfde: ze geven soms nuttige, soms overbodige tips over werk & leven. En tot nu toe volgden ze daarbij een heel ander spoor.
Maar gisteren bleken ze elkaar naadloos aan te vullen.

“Als je aarzelt, groeit je angst. Als je waagt, groeit je moed”, verkondigde gisteren kalender 2. Maar ja, hoe waag je? Hoe kun je moed kweken?
Daar had kalender 1 antwoord op. De kalender noemt het winnen, maar dat is alleen maar het resultaat – soms dan. Wat je daarvoor doet, dat is wagen. En dat vind ik veel stoerder.

Een aantal manieren om te winnen te wagen, volgens kalender 1 (met aanvullingen van mij):

  • Grijp de kansen die er zijn (en luister niet al te veel naar de ja maren in je hoofd).
  • Hou vol & zet door (soms tegen beter weten in).
  • Je kunt niet opkrabbelen zonder te vallen (en zolang je maar weer opstaat, maakt het echt niet uit hoe vaak je valt).
  • Blijf doen wat goed voelt (en als het dan toch even niet goed voelt, denk dan terug aan een keer dat het wel goed voelde).

Eerlijk gezegd heb ik er zelf niet naar gekeken, maar volgens kalender 1 zie je in dit filmpje alle tips om een winnaar te worden. 

Feb 122015
 

150212

De eerste jaren dat ik mijn rijbewijs had durfde ik nauwelijks in mijn eentje in de auto te stappen. Als het onvermijdelijk was omdat openbaar vervoer geen optie was, sliep ik de nacht ervoor niet, kroop ik praktisch hyperventilerend achter het stuur en reed ik liefst zo dicht mogelijk bij de vluchtstrook, voor de zekerheid. Voortdurend wist ik zeker dat ik een lekke band had, dacht ik dat op het dashboard allerlei rode lichtjes knipperden en botste er in mijn hoofd duizend-en-een angstscenario’s op elkaar. Ik reed bovendien altijd verkeerd.

Wie had ooit gedacht dat ik autorijden nog eens leuk zou gaan vinden?

Oké – ik kan in de auto aardig te keer gaan over mede-weggebruikers, vooral tegen van die angsthazen zoals ik vroeger zelf op de weg was. Maar in de auto kan ik mezelf ook het beste relativeren en het hardst om mijn eigen gescheld lachen. In de beslotenheid van mijn auto heb ik het gewoon erg naar mijn zin.

En waarom eigenlijk? vroeg ik me gisteren af, toen ik voor de derde keer in een week richting Utrecht tufte en daar eigenlijk wel een beetje moe van was. Wat maakt dat ondanks mijn ergernis over anderen op de weg, files en verkeerd rijden, de auto toch één van de beste plekken is om me te ontspannen?

Omdat ik niks anders kan doen dan rijden, snapte ik gisteren eindelijk.

Ik stuur, ik geef gas, ik rem, ik schakel, ik luister naar de radio of zing mee met muziek en ik volg de aanwijzingen van de navigatie op (of niet) en ik focus op de weg. Verder doe ik niks. Ik kan niets anders doen, ik kan niet aan heel veel verschillende dingen denken – ik kan alleen maar rijden. Hoe overzichtelijk.

Steeds vaker verlang ik ernaar dat zo mijn hele leven is.

Feb 082015
 

150208

Heel lang, zeg maar zo ongeveer mijn hele leven, had ik bij hevige moodswings of tijdens zwarte dagen de behoefte om te verdwijnen. In de meest milde vorm zag ik voor me hoe ik me in m’n eentje enkele dagen ergens in een hotel zou terugtrekken. Even niemand om me heen voor wie ik me groot moest of wilde houden, met niemand praten, met niets en niemand rekening houden, alleen maar me, myself and I.
In mijn verbeelding zou ik als herboren terugkomen. Of in elk geval voldoende gereset om het leven weer aan te kunnen.

Sinds afgelopen zomer is er geen enkele variant van de verdwijntruc meer in mijn hoofd geweest. Dat is een enorme opluchting.

Toen ik ging uitzoeken hoe laat ik morgen in Nieuwegein moet zijn, en dus hoe laat ik de trein of de auto moet nemen, en dus hoe laat ik dan moet opstaan, kwam ik erop uit dat ik mijn wekker rond 5 uur zou moeten zetten. Tenminste, als ik me niet wil hoeven haasten. En ik wil me niet hoeven haasten, want daar kan ik slecht tegen. En al ‘s ochtends vroeg iets doen waar ik slecht tegen kan terwijl ik nog een pittige dag voor de boeg heb, is geen goed idee.

En dus boekte ik voor mij alleen een hotel.

Vaak genoeg heb ik in hotels geslapen, maar nog nooit alleen. Maar ik heb al zo vaak in gedachten in mijn eentje nachten in hotels doorgebracht, dat het me niet afschrikt. Ik verheug me zelfs al op het waarschijnlijk lekker strak opgemaakte hotelbed.

En dat is het enige rare. Dat één van de verdwijntrucs die ik bedacht en nooit uitvoerde, toch nog eens zo goed van pas zouden komen.

  •  Sunday 8 February 2015
  •  Posted by on Sunday 8 February 2015
  •   No Responses
  •  Tagged with:
Feb 062015
 

150206

“Zou jij vertellen dat je een psychische aandoening hebt als je zou solliciteren?” vroeg een deelnemer aan een workshop die ik afgelopen zomer gaf.
Ik schoot in de lach. “Ik kan moeilijk anders”, zei ik. “Google mij en je weet het!”

Maar nu ik sinds kort aan het solliciteren ben, moet ik toegeven dat ik een moment van paniek had: wat als mijn openheid tegen me werkt?
Ik kon het snel weer van me afzetten. Als een organisatie me daarom afwijst, dan zou het waarschijnlijk toch geen goeie match zijn.

Inmiddels ben ik drie keer afgewezen. En weet ik zeker dat het toch door mijn psychische aandoening komt. Niet dat ik daardoor ben afgewezen, maar wel dat ik daardoor geen geschikte kandidaat ben. Want mijn loopbaan die zo gestaag in een duidelijke richting verliep, maakt wonderlijke kronkels sinds ik in de dagbehandeling in het psychiatrisch ziekenhuis terechtkwam. Ik weet wat ik wil en wat ik kan en toch is het alsof ik daarmee maar geen vaste grond meer onder mijn voeten krijg. Wat ik wil en kan is sinds de dagbehandeling namelijk geen eenduidig pakketje meer, maar een versnipperde verzameling van heel veel en van alles wat.

En natuurlijk, dat heeft ook absoluut zijn waarde. Sterker nog, ik weet beter dan ooit wat ik wil en wat mijn kwaliteiten en vaardigheden zijn. Sinds ik ziek werd, weet ik bovendien wat ik belangrijk vind en wat ik voor wie wil en kan betekenen. Wat me alleen niet duidelijk is, is wat voor functie daar nou bij hoort. Hoe kunnen werkgevers dan weten dat ik heel geschikt ben voor hun vacature?

Ik heb er zo’n mazzel mee gehad dat ik sinds het psychiatrisch ziekenhuis van de ene functie in de andere rolde. Had het nog maar heel lang zo door kunnen gaan.

Drie sollicitaties nog maar. Drie afwijzingen. Ik mag niet wanhopen.

Feb 032015
 

150203

De grenzen van mijn antidepressiva zijn hartstikke duidelijk. Nul mg is de absolute ondergrens, minder dan dat kun je niet gebruiken, en meer dan 325 mg mag je niet slikken, staat er in de bijsluiter. Daar tussenin zijn allerlei variaties mogelijk, maar altijd in eenheden van 75 mg, want dat is nou eenmaal de maat van de capsules.

Heb je het over de grenzen van hoe schoon je huis moet zijn, dan wordt het al iets ingewikkelder. Op zich zou het geen kwaad kunnen om nu even met de stofzuiger door de woonkamer te rauzen. Maar ach, ik verwacht geen bezoek en zolang de zon niet rechtstreeks naar binnen schijnt valt het stof alleen mij op – en ik heb nu iets anders te doen dan schoonmaken.

Waar je grenzen liggen in contacten met anderen is weer een ander verhaal. Privé vind ik het niet makkelijk als iemand een mailtje niet beantwoordt of onduidelijk is in het maken van afspraken, maar er is mee te dealen.
Op werk is dat al wat lastiger. Moeten gissen naar antwoorden, niet verder kunnen gaan met waarmee je bezig bent en niet je eigen plan kunnen trekken: daaraan kan ik me flink ergeren. Maar als je er niet uitkomt, dan zijn er nog altijd collega’s of een leidinggevende bij wie je aan de bel kunt trekken.

Als je naast je vaste baan en met een psychische aandoening zzp’er bent, is het stellen van grenzen meer dan noodzakelijk. Beperkte flexibiliteit in tijd, maar zeker ook beperkte psychische flexibiliteit dwingen daartoe. Een Poco Loco-dingetje doen betekent keuzes maken en goed plannen, en kiezen voor wat plezier en energie geeft.

Twee weken lang had ik letterlijk maagpijn, voordat mijn zzp’ende ik doorhad dat voortdurende onduidelijkheid over afspraken en verwachtingen geen ergernis zijn, maar een grens.

Ik zei ja tegen mijn grens – en de maagpijn was over.