Jul 192014
 

140719 Zomaar wat gedachten

Rust en regelmaat, vertelde ik woensdagavond in Vlissingen, zijn essentieel. Doordeweeks kan ik ‘s avonds niet nog iets ondernemen – geen cursus volgen en alleen bij hoge uitzondering uit eten of naar de bios (en dan wel zorgen dat ik ruim voor bedtijd thuis ben, zodat ik nog kan schakelen). “Zoals hier ‘s avonds een presentatie geven, kan alleen omdat ik vandaag en morgen vrij genomen heb van mijn werk”, zei ik. Wat ik zelf nog altijd zwaar overdreven vind om te doen. Kom op zeg, ik ben toch zeker niet van suiker? En dus dacht ik tot en met dinsdagochtend dat ik vrijdag dan wel weer zou werken – ook al is dat mijn parttime dag.

Bij fase groen, “het gaat goed”, op mijn Look & Feel Monitor staat dat ik erop moet letten om mezelf niet te overvragen. Ik lijk wel veel aan te kunnen, en misschien is het ook wat meer dan wanneer het minder goed gaat, maar stouw m’n hoofd niet vol informatie. Zeker niet als zich in dat hoofd al een lange to-do-list bevindt met daarop, naast werk-dingetjes, voor Poco Loco een presentatie, een workshop en filmopnames. Plus nog wat privé-zaken. En er ook nog zoiets bestaat als huishouden en Hond uitlaten.

Kortom, dinsdagochtend liep mijn hoofd over en bedacht ik op de fiets naar werk: niks niet vrijdag werken. Vrijdag is gewoon mijn parttime dag en daarmee uit! Ook zwaar overdreven natuurlijk, dat ik zoveel vrije tijd (waarin ik wel voor Poco Loco aan de slag was, maar op een ontspannen laag pitje) nodig heb om in balans te blijven. Maar hoe zwaar overdreven het ook klinkt, het is wel zoals het is.

Dat is zoals het is als ik het heb over leven op de handrem. Ik wil wel zoveel meer, maar ik kan niet zoveel meer.
“Je moet jezelf gewoon niet vergelijken met andere mensen”, zei woensdagavond iemand uit het tegen me. Ik knikte: ik weet het. Maar soms is dat nou precies wat ik wel zo graag wil. Niet perse die andere mensen. Wel dat gewoon.

Zomaar wat gedachten die ik vanochtend bij het wakker worden dacht, terwijl ik voelde hoe moe ik ben. Héél moe. Ondanks vrije dagen. Maar verder gaat het goed. 

Jul 182014
 

Bijna stond hier als eerste zin: “Blijkbaar ben ik ongevoelig.” Maar dat zou wel een heel rare bewering zijn uit de mond van iemand die bij het minst of geringste uit het lood geslagen is, die kan huilen om de kleinste dingen en die kan stuiteren van blijdschap.

Het is ook niet zo dat het me niets doet, dat van dat vliegtuig, de MH17. Integendeel. Het is afschuwelijk – elk vliegtuig dat neerstort is afschuwelijk, of er 0 of 154 173 189 192 Nederlanders aan boord waren. Een passagiersvliegtuig dat uit de lucht wordt geschoten in een oorlog die toch al volstrekt overbodig is (en dat is elke oorlog, als je het mij vraagt), is nog afschuwelijker. Ga je op vakantie naar een exotisch land of je bent op weg naar een AIDS-conferentie, word je slachtoffer van zinloos oorlogsgeweld. En wat zijn de politieke gevolgen van dit incident? Een ongepast woord trouwens: incident. Incidenten zijn de meldingen die je op mijn werk bij ICT doet als je computer crasht en dat is toch wel even iets anders dan een vliegtuig dat crasht.

Natuurlijk ben ik geschokt, natuurlijk vraag ik me af hoe dit voelt als het jou persoonlijk raakt – en ik denk aan Theo met wie ik op de kleuterschool en in de eerste klas van de lagere school zat. Zijn moeder ving Grote Broer en mij op toen Kleine Broer en mijn moeder een ongeluk met de fiets hadden gehad. Ik herinner me witbrood en hagelslag en grapjes en genegenheid en hoe bijzonder ik dat vond. Het gezin kwam nooit meer terug uit Tenerife. Wekenlang, misschien wel maandenlang bleven de gordijnen van hun woonkamer gesloten.

Maar ik vind het ingewikkeld als ik hoor dat ook vandaag programma’s op radio en tv vervallen en lees dat mensen rouwen om vreemden.
Ben ik dan toch ongevoelig? vraag vroeg ik me af. Totdat ik tweets als deze zag.

140718 Gesloten gordijnen

 

(Profielfoto en (twitter-)naam heb ik uit deze tweet verwijderd. Privacy-overwegingen is niet het goede woord voor mijn overwegingen daarbij – eerder iets met piëteit.)

Jul 172014
 

140717 Zo ben ik nu eenmaal

“Misschien toch best relaxed dat ik niet nu al door de radio gebeld ben”, zei ik gisterochtend om 6.30u tegen K., terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef en gaapte. Toen ik de afspraak maakte om in Vlissingen een presentatie te komen houden, vertelde Irene erbij dat daaraan altijd aandacht wordt besteed op Radio Zeeland, en of ik daarvoor benaderd kon worden – “dat is wel al vroeg hoor”, waarschuwde ze daarbij. “Rond 6u.” Ik hoorde er daarna niets meer over, vroeg er zelf ook niet naar, en zo stond ik me dus gisterochtend slaperig uit te rekken toen mijn telefoon bliepte: Irene. Of ik al wakker was? Of ik nog op de radio wilde? Om ongeveer 8.20u? Live?
“Denk er nou even rustig over na”, zei K. terwijl ik door de woonkamer stuiterbalde.
“Jaja”, mompelde ik en een kwartier later had ik ja gezegd tegen Irene, via chat kennisgemaakt met de radioman en wist ik wat de eerste vraag zou zijn.

“Bij mensen met borderline kan het spanningsniveau in één keer enorm stijgen en is het lastig om het weer op een gewoon peil te krijgen”, zou de verpleegkundige ’s avonds vertellen tijdens de bijeenkomst over persoonlijkheidsstoornissen onder de titel Moeilijk? Zo ben ik nu eenmaal!
Inderdaad piekte mijn spanning gisterochtend nog voor 7u tot ver boven de grens die nog redelijk te noemen is, met als gevolgd dat het huilen me ’s middags door wat onbeduidende wissewasjes nader stond dan het lachen. Even vroeg ik me af hoe ik op die manier ’s avonds mijn presentatie zou kunnen houden – tot ik bedacht dat het me tot nu toe altijd is gelukt, hoe ik me ook voelde.

“Er komt vast niemand”, grapte Irene en ik tegen elkaar toen we vooraf in zonnig Vlissingen naar een terrasje zochten om wat te eten. Stampvol was het langs de boulevard vanwege een evenement met reddingshelikopters en stuntvliegers.

De zaal zat ’s avonds stampvol. En het was geweldig.

Jul 152014
 

140715 Niet te ver vooruit

“Te ver vooruit!” is de gevleugelde uitspraak die ik van L. leerde als ik… ehm… nou, te ver vooruit dacht, zeg maar. Inclusief bijbehorende piekerig- en paniekerigheid.
Ik was er heel goed in, heel ver vooruit denken en heel veel scenario’s bedenken voor allerlei als-dit-dan-dat-maar-wat-als-dit–of-dat-situaties – bepaald niet iets waar ik me gelukkig door voelde of waarmee ik mezelf op de rails hield.

Het is niet dankzij de uitspraak van L. waardoor ik te ver vooruit denken afleerde, al heeft het vast wel geholpen. Ik weet trouwens niet of ik het afleerde, maar ik kan het gewoon niet meer. Of misschien kon ik het al nooit: niet voor niets gaf het paniek. Of ik het wel of niet kon, ik doe het maar liever niet meer, vooruit denken. Stap voor stap, dag voor dag, week voor week, soms maand voor maand, dat voelt het prettigst.

Eén dingetje is dan wel nodig. En dat is dat er niet al teveel bijzonderheden met dikke letters in mijn agenda staan. Me tegelijkertijd bezighouden met het voorbereiden van een presentatie, een workshop én het tijdig werven van deelnemers daarvoor, en dan ook nog doen wat nodig voor een dag waarop de een cameraman niet van mijn zijde zal wijken, plus dan ook nog zorgen dat er dingen op werk op het juiste moment gebeuren en me er niet eerder dan nodig iets aantrekken van momenten waarop die dingen af moeten zijn: het valt niet mee om mijn hoofd daarvan niet op hol te laten slaan.

Gelukkig biedt mijn kalender me wijze woorden.

Jul 142014
 

140714 75mg minder

Eén week slik ik een lagere dosering antidepressiva: 150 in plaats van 225 mg en ik merk er geen bal van. Dat wil zeggen, niets vervelends, geen nadelige effecten op mijn stemming.

Wat ik wél merk is wat ik hoopte dat ik zou merken en dat verrast me. Zo snel al?
Zondag liep ik nog hard met een lijf dat zwaar en log voelde en dat dreigde te ontploffen door alle warmte die het niet kwijt kon, drie dagen later is daar bijna geen spoor meer van te bekennen.
Nog verbaasder ben ik over hoeveel helderder ik me sinds dag 2 van de verminderde dosis voel. Ik had helemaal niet het idee dat ik níet helder was, maar ineens lijkt het alsof er een zware helm van mijn hoofd afgetild is. Pas nu realiseer ik me dat ik altijd een soort druk in mijn hoofd ervoer en dat de wereld door een lichte nevel tot me doordrong.
Een derde onmiddellijk effect is dat de bijna onweerstaanbare slaperigheid die me vrijwel elke middag overviel, verdwenen is. En dat ik dus niet somberder ben, maar wel over het algemeen juist wat vrolijker dan ik was.

Alleen donderdag ging het even mis. Mijn hoofd begon te malen over iets op werk en ‘s avonds, in bed, slaat het malen om in paniek, tranen en slapeloosheid. Er moet een oxazepammetje aan te pas komen om tot rust te komen. De volgende dag ijlt het nog na.
“Hou op”, spreek ik mezelf streng toe, zoals ik altijd doe bij zo’n stemming. “Niet doordraven, laat het gaan, niks aan de hand.”
Toch veroorzaakte zo’n paniekaanval dan altijd dagenlang labiliteit. Deze keer merk ik in de loop van de middag dat ik er al uren geen last meer van heb.

75 mg minder. Zoveel levendigheid méér.