Aug 142015
 

150814

Op werk open zijn over je psychische aandoening is in mijn ogen belangrijk. Maar dat is niet hetzelfde als meteen op je eerste werkdag in een nieuwe baan al je collega’s daarover informeren. Zoek er jouw moment voor uit – als je eerst even de kat uit de boom moet kijken, is daar niks mis mee.

Zo wisten in mijn nieuwe functie de manager en de leidinggevenden wel over mijn borderline, maar mijn directe collega’s nog niet. Toen ik onlangs praktisch stuiterend op werk verscheen nadat ik mijn manuscript naar de uitgever had gestuurd, koos ik dat als Het Goede Moment. Waarbij het een fijne steun was dat ik één van mijn directe collega’s al langer ken en zij al meer wist over mij.

Helaas waren juist de collega’s met wie ik het meest samenwerk niet bij Het Goede Moment aanwezig, maar onverwacht deed zich gisteren weer zo’n moment voor.
“Als jouw werk hier in april volgend jaar ophoudt”, vroeg mijn collega, “wil jij dan weer gaan doen wat je hiervoor deed, of wil je je verder ontwikkelen als trainer?”

Ik kan dit moment níet aangrijpen, schoot het door mijn hoofd. Want het blijft een hoge drempel, die openheid die ik zo propageer. En ik kan dit moment wél aangrijpen.
Ik koos voor het laatste.

Gelukkig werd er later die ochtend een afspraak gecanceld en bleek ik ‘s middags niet per se bij een overleg aanwezig te hoeven zijn. Want het mooie gesprek dat volgde op mijn openheid was niet in vijf minuten gevoerd.

Natuurlijk kan het gebeuren dat openheid leidt tot rare of nare reacties. Mij heeft het tot nu toe vrijwel alleen maar openhartige, verhelderende en bijzondere gesprekken opgeleverd.

En bovenal een enorme boost in de samenwerking met mijn collega’s.


Hoe vertel je op je werk dat je een psychische aandoening hebt? Een aantal tips dat ook in mijn boek te lezen zal zijn.

  • Bereid het gesprek erover goed voor. Plan er een tijdstip voor, geef eventueel vast aan dat je het over iets persoonlijks wil hebben, schrijf op wat je in elk geval wil vertellen.
  • Belangrijker dan te benoemen van welke psychische aandoening je last hebt, is om uit te leggen op welke manier je daarvan op je werk last hebt. 
  • Zorg dat je van te voren hebt bedacht wat je zelf kunt doen om ondanks je psychische aandoening zo goed mogelijk te functioneren en wees concreet in wat je daarbij van anderen verwacht. Wat heb je op welk moment van wie nodig? Maak eventueel gebruik van de Look & Feel Monitor.
  • Bespreek niet alleen op welke punten je kwetsbaar bent door je psychische aandoening. Zijn sommige kwetsbaarheden misschien juist als krachten te zien? Of zijn er werkzaamheden die je, hoe je je ook voelt, altijd kunt doen? Op welke vaardigheden kun je altijd vertrouwen?

De foto boven deze blogpost is gemaakt door @CultureS.

Jul 162015
 

150716

“Wil je medewerkers graag voor langere tijd aan je bedrijf binden?” staat in het artikel ‘6 lessen uit de wielersport voor op kantoor‘ dat op de site van Intermediair staat. Het artikel is gebaseerd op een boek over wielrennen dat geschreven is door Martijn Veltkamp.
“Het advies van Veltkamp is om coachingstrajecten aan te bieden, zodat de medewerker goed weet waar hij in zijn werk energie van krijgt en daarop focust”, geeft het stuk als antwoord.

Gisteren rondde ik mijn coachingstraject af. Het traject volgde uit een advies van de bedrijfsarts, nadat een arbeidspsycholoog ergens afgelopen winter had vastgesteld dat ik gevaarlijk dicht tegen een burn-out aan zat (zie hier). Steeds duidelijker werd het dat mijn oude werkplek en ik elkaar niet meer helemaal lekker lagen. Maar zolang ik daar zou werken, moest ik zien te overleven. En daar ging de coach me bij ondersteunen.

Nog nauwelijks gestart met het coachtraject, begon ik aan mijn huidige baan. Er was maar heel weinig tijd voor nodig om te ontdekken hoeveel invloed de werkcultuur op mijn gezondheid heeft.
“Het is zó fijn om te werken in een team waarin iedereen naar hetzelfde doel streeft”, antwoord ik als mensen vragen hoe het gaat. “En het is ook fijn dat het een klein overzichtelijk team is, dat we lol met elkaar hebben, dat we elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden en dat we resultaten vieren.”

Behalve fijn, was het ook wel een heel grote omslag waarin ik nog steeds mijn weg moet vinden.
Zonder een coach was dat me vast tot nu toe ook wel gelukt. Met een coach ging het me net iets makkelijker af.

Jul 092015
 

150709

Vorig jaar zomer was er eentje met op werk een heleboel heel diepe dieptepunten. Iedere keer krabbelde ik op en iedere keer struikelde ik net zo hard weer. Eraan terugdenken wil ik liever niet. Vooral niet aan de dagen waarop ik moe, murw en met voortdurende paniekaanvallen ziek thuis bleef. Ik wist niet hoe ik mijn maar doormalende hoofd tot rust kon brengen.

Pas toen K. en ik er een aantal weken later even tussenuit gingen voor een korte wandelvakantie in Frankrijk, begon ik mezelf weer een beetje te hervinden. Daar, aan de Normandische kust, ervoer ik voor het eerst zo sterk de positieve effecten van het buiten in beweging zijn.
Dit ga ik vaker doen, nam ik me voor. Als het me allemaal te veel wordt, als mijn hoofd één en al chaos is, als ik voortdurend in paniek ben, dan ga ik wandelen. Alleen, desnoods.

Sindsdien heb ik meer gewandeld, maar nooit alleen. Tot rust komen was nog geregeld noodzakelijk, maar toch ben ik om die reden nooit op stap gegaan. De keren dat ik aan de wandel ging, hielpen dan weer wel.

De wandelcoachopleiding die ik ga doen, begint pas over twee maanden. Maar nu al heb ik huiswerkopdrachten.
“Neem een paar uur vrij, ga de natuur in en wandel”, zo begint één van de opdrachten.

Het regent, het oogt somber buiten, de wandeling lijkt me vrij kort maar is voor de eerste keer in m’n eentje misschien wel te lang, ik moet voor het startpunt van de wandeling die ik uitkoos eerst een halfuurtje de auto in, ik weet niet helemaal zeker of de route gemarkeerd is en ik heb geen kaartje – kortom, ik maak het, geheel Marieke-eigen, weer veel te spannend.

“Kom uit je gewone doen, reflecteer en neem nieuwe stappen”, staat namelijk ook in de opdracht.
Op pad!


Wetenschappelijk is aangetoond dat een wandeling in de natuur de kans op een depressie kan verkleinen. Lees hier een artikel erover.

Jul 082015
 

150708

Als je gewend bent dat je stemming niet altijd, en zeker niet langere tijd achter elkaar, weer te geven is met blije emoticons, of als je niet meer precies kunt nagaan hoe vaak je je door een depressieve episode hebt heen geworsteld, dan kan het best ingewikkeld zijn om gewone geen zin te herkennen.

Dan kan het zijn dat je gewone, onschuldige geen zin aanziet voor iets ernstigers. Nou kan het helemaal geen kwaad om de gebruikelijke depressie-bestrijdingsmiddelen en moodswing-tegenbewegingsacties toe te passen op baaldagen – alleen de schrik dat het misschien gedaan is met de stabiliteit, is bepaald niet fijn.

Ik heb last van geen zin sinds ik terugkwam van vakantie. Nog goed en wel in Noorwegen wilde ik al niet naar huis en dat was al wonderlijk genoeg, want meestal weet ik de genoegens van weer thuis zijn wel te bedenken.
Onder protest en halfhartig voegde ik me weer in de alledaagse realiteit van werk. Ik rekende erop dat mijn geen zin in de loop van de eerste werkdag wel zou verdwijnen en plaats zou maken voor plezier in mijn werk. Het gebeurde niet. Ook niet na de tweede werkdag. En ook niet na het weekend.

Hmmm…. Toch wel een beetje zorgelijk, dacht ik. Ik ben niet zo van blijven hangen in geen zin. Ik ben niet chagrijnig aangelegd. Dus gaat hier iets helemaal verkeerd?

“Wanneer kwam je terug van vakantie?” vroeg maandag een collega met wie ik het erover had.
Ik antwoordde dat ik op dat moment pas weer twee dagen had gewerkt.
“O, maar dan is het heel normaal hoor!” reageerde ze. “Ik heb altijd minstens een week nodig om er weer een beetje in te komen!”

Jul 012015
 

150701

“Eigenlijk snap ik het nu pas”, zegt K. terwijl ze toekijkt hoe ik een berichtje op Facebook zet. “Jij bent gewoon een reporter. Je maakt een reportage over je eigen leven.”

Zelf had ik het zo nog nooit bekeken, maar het is waar.

Ik was geen meisje dat stewardess, verpleegster of dierenarts wilde worden. Nog voordat ik kon schrijven, wilde ik al schrijver worden. Omdat ik al vrij snel in de gaten had dat je wel heel veel mazzel moet hebben om daarmee je brood te kunnen verdienen, had ik een plan B en dat was journalist worden. Heel soms heb ik er spijt van dat ik me door de decaan van de middelbare school heb laten ontmoedigen.
“Om journalist te worden moet je toegelaten worden op de School voor Journalistiek”, zei zij. “En daarvoor moet je een portfolio laten zien van artikelen die je hebt geschreven. Voor de schoolkrant bijvoorbeeld.” Op mijn middelbare school hadden we geen schoolkrant – en hadden we die wel gehad, dan was ik vast veel te verlegen geweest om er iets voor te schrijven.
Via een mislukt reserve-reserveplan kwam ik uiteindelijk op de sociale academie terecht en vocht ik me vanaf toen een weg naar waar en wat ik nu ben. Reporter van mijn eigen leven en schrijver van een boek-in-wording.

Terwijl ik vakantie hield in Noorwegen, hield mijn redacteur zich bezig met mijn boek Te gek om te werken. In dat boek kun je alles lezen over mijn werk-ambities en het moeten bijstellen daarvan vanwege mijn psychische aandoening – en over hoe ik toch kwam waar ik ongeveer wilde zijn. En over hoe je daarbij als leidinggevende, manager of collega kunt ondersteunen. Hou deze site in de gaten voor updates over bijvoorbeeld de verschijningsdatum.

En over verschijnen gesproken: dat ga ik vandaag maar weer eens doen.
Op mijn werk 😉