Jul 012015
 

150701

“Eigenlijk snap ik het nu pas”, zegt K. terwijl ze toekijkt hoe ik een berichtje op Facebook zet. “Jij bent gewoon een reporter. Je maakt een reportage over je eigen leven.”

Zelf had ik het zo nog nooit bekeken, maar het is waar.

Ik was geen meisje dat stewardess, verpleegster of dierenarts wilde worden. Nog voordat ik kon schrijven, wilde ik al schrijver worden. Omdat ik al vrij snel in de gaten had dat je wel heel veel mazzel moet hebben om daarmee je brood te kunnen verdienen, had ik een plan B en dat was journalist worden. Heel soms heb ik er spijt van dat ik me door de decaan van de middelbare school heb laten ontmoedigen.
“Om journalist te worden moet je toegelaten worden op de School voor Journalistiek”, zei zij. “En daarvoor moet je een portfolio laten zien van artikelen die je hebt geschreven. Voor de schoolkrant bijvoorbeeld.” Op mijn middelbare school hadden we geen schoolkrant – en hadden we die wel gehad, dan was ik vast veel te verlegen geweest om er iets voor te schrijven.
Via een mislukt reserve-reserveplan kwam ik uiteindelijk op de sociale academie terecht en vocht ik me vanaf toen een weg naar waar en wat ik nu ben. Reporter van mijn eigen leven en schrijver van een boek-in-wording.

Terwijl ik vakantie hield in Noorwegen, hield mijn redacteur zich bezig met mijn boek Te gek om te werken. In dat boek kun je alles lezen over mijn werk-ambities en het moeten bijstellen daarvan vanwege mijn psychische aandoening – en over hoe ik toch kwam waar ik ongeveer wilde zijn. En over hoe je daarbij als leidinggevende, manager of collega kunt ondersteunen. Hou deze site in de gaten voor updates over bijvoorbeeld de verschijningsdatum.

En over verschijnen gesproken: dat ga ik vandaag maar weer eens doen.
Op mijn werk 😉

Jun 122015
 

150612

Natuurlijk wil ik graag dat jullie straks massaal mijn boek Te gek om te werken (voorlopige titel) kopen. Maar als je erg verlegen zit om advies bij omgaan met je psychische aandoening op het werk, kun je ook terecht bij de Norske Turist Service.

  1. Begin nooit een lange ski- of wandeltocht zonder training.
    Als je aan je collega’s en/of leidinggevende wil gaan vertellen dat je een psychische aandoening hebt, bereid dat dan goed voor.
  2. Laat een bericht achter waar u heengaat, welke route u neemt en wanneer u denkt terug te komen. 
    Zorg dat er iemand is bij wie je na afloop terecht kunt als je met je psychische aandoening uit de kast komt. En ook als je verwacht dat je op het werk in een situatie terecht zult komen die impact heeft op je emotionele stabiliteit.
  3. Houd rekening met het weer en het weerbericht.
    Wees je altijd, elke dag, bewust van je psychische gesteldheid en pas daarop zo nodig en zo mogelijk je werkzaamheden aan.
  4. Luister naar de ervaren plaatselijke bewoners.
    Door open te zijn over de dingen waarvan jij last hebt, kunnen anderen je gerichte, opbouwende feedback geven op je functioneren.
  5. Zorg dat u uitgerust bent voor slecht weer, zelfs op kleinere tochten. Neem altijd een rugzak, schop, voldoende kleding en berguitrusting mee.
    Zorg voor voldoende schakelmomenten gedurende de dag en neem altijd je eigen persoonlijke ehbo-pakketje mee. Bij mij bestaat dat uit een flesje water, zakdoekjes, kauwgom, anti-migrainepillen en oxazepammetjes en m’n telefoon.
  6. Denk aan een kaart en een kompas.
    Weet wat je moet en/of kunt doen als je ondanks al je voorzorgsmaatregelen toch zoveel last krijgt van je aandoening dat het je functioneren beïnvloedt.
  7. Ga nooit alleen.
    Wees open over jezelf – al is het maar tegen één collega.
  8. Keer op tijd terug. Het is geen schande om te keren.
    Wees je bewust van je grenzen. Zoek ze niet op als het niet noodzakelijk is.
  9. Spaar uw energie en zoek op tijd een schuilplaats. Graaf u, indien nodig, in de sneeuw in.
    Gaat het echt even niet meer? Werk tijdelijk wat minder, neem een dag vrij of meld je desnoods ziek.
Jun 092015
 

150609

Op de lagere school was de laatste gymles voor de vakantie altijd de leukste gymles. Geen gedoe met softbal, trefbal of andere balsporten waar ik de regels niet van kon onthouden, maar… apenkooien!
De bok, het paard, de evenwichtsbalk, de ringen, de rekstok en al die andere apparaten waarop ik wel behendig was werden tevoorschijn gehaald en spelen maar! Liefst hing ik de hele les opgevouwen in de ringen alsof ik een vogelnestje was of buitelde ik alle kanten op aan de rekstok.
Maar iets van interactie in de vorm van samen een spel doen was wel de bedoeling. En dus jaagde ik tegen mijn zin in over de attributen heen achter mijn klasgenootjes aan en zij achter mij.
Veel minder leuk.

Helemaal bij toeval is vandaag, de laatste werkdag voor mijn vakantie, ook een soort apenkooien.
De hele dag mogen al mijn collega’s en ik workshops naar keuze volgen – onder andere ga ik een bezoekje brengen aan wat de diepste parkeergarage van Nederland moet worden.
Net als op de lagere school zou ik liefst helemaal mijn eigen gang gaan, maar dat dit evenement kennisdag heet is niet alleen omdat je als een spons allerhande kennis kunt opzuigen. Het idee is ook dat je kennis maakt met andere collega’s. Dat je netwerkt, dus. Je kon je daarvoor zelfs voor een soort blind lunchdate aanmelden.
Allemaal mooi en nuttig natuurlijk.

Maar ik ben moe. Ik heb geen zin meer om met nog meer mensen te praten dan ik de afgelopen tijd al deed. Ik heb even geen zin om nog meer mensen te leren kennen. Ik weet zelfs niet zeker of ik er wel zin in heb om nog meer nieuwe kennis op te doen.

Aaarghh, die allerlaatste loodjes voor de vakantie. Waarom wegen die krengen toch altijd zo zwaar?

May 292015
 

150529

Eén van de geneugten van mijn nieuwe werkplek is de koffiekamer op de tweede verdieping.
Elke ochtend onderweg naar mijn bureau op de vierde verdieping haal ik er een dubbele espresso. Dat het altijd benauwd warm is in de koffiekamer, terwijl ik het na mijn fietstochtje naar het werk en het traplopen vanuit de fietsenkelder al warm heb, neem ik voor lief. De koffie is vele malen lekkerder dan de koffie uit de automaat en je krijgt er gratis een vriendelijk goedemorgen van de koffiemevrouw bij.

Alleen, neem ik me elke ochtend voor, zou ik eens moeten zeggen dat ze geen u tegen me hoeft te zeggen. En ook is het nergens voor nodig dat ze me mevrouw noemt. Marieke is mijn naam en ik zou die van haar ook eens moeten vragen.

Maar elke ochtend laat ik de kans voorbij gaan.

Gisterochtend, terwijl ik wachtte tot mijn koffie klaar was en ik me stond af te vragen waarom ik nou wéér niets gezegd had, kwam haar collega erbij staan. Zuchtend en met een somber gezicht staarde ze langs me heen naar buiten. Niks nieuws: deze koffiedame lijkt eigenlijk altijd te zuchten en te somberen.

“Gaat het een beetje?”, wilde ik haar op luchtige toon vragen. Maar in gedachten verzonken als ik was over hoe ik nou toch volgende keer wel iets over dat u-zeggen kon zeggen, vroeg ik: “Hoe gaat het met je?”

Verrast keek ze me aan. “O! Ja… goed! Ja, goed hoor”, zei ze. “Beter, wel. Ja, het gaat.” Ineens leek ze zich met zichzelf geen raad te weten en verlegen keek ze weg.
“Nee, ja, het gaat steeds beter”, herpakte ze zich.
Ik zag hoe ze haar schouders en rug rechtte en en toen keek ze me met een brede, meer dan stralende lach aan.

Met mijn dubbele espresso huppelde ik naar de vierde verdieping.

May 242015
 

 

150524“Wat zou Google doen?” was afgelopen zomer de vraag tijdens een workshop out-of-the-box meedenken over het beter inzetten van talenten op het werk.

Wat Google zou doen, stond gisteren in NRC in een artikel over het personeelsbeleid van het bedrijf. Vier tips noemt het artikel, gebaseerd op het boek Work Rules dat de personeelsdirecteur van Google, Laszlo Bock, schreef. Onderdelen van die tips kunnen zó in mijn boek over werken met een psychische aandoeningen.

Dus een beetje van Laszlo en een beetje van mezelf: hoe zet je een medewerker met een psychische stoornis in zijn kracht?

  1. Wat volgens Laszlo altijd werkt om de productiviteit te verhogen is aan medewerkers vragen: wat vind jij dat we moeten doen?
    Om medewerkers met een psychische aandoening zo min mogelijk belemmerd te laten worden door die aandoening, vraag je aan hen: wat kunnen wij doen om  jou zo goed mogelijk te laten functioneren?
  2. Bij Google stellen ze grootste doelen, omdat ze ervan overtuigd zijn dat dat helpt om iedereen dezelfde kant op te laten gaan.
    Voor mensen met een psychische aandoening kan het moeilijk zijn om ver vooruit te kijken, omdat het leven van dag tot dag al ingewikkeld genoeg is. Structureren is ook niet altijd zomaar gedaan. Help mee bij het in kleine subdoelen opdelen van die grootste doelen en biedt zo nodig (extra) structuur.
  3. “Mensen komen niet naar hun werk om slecht werk te leveren, ze zullen willen weten hoe ze zichzelf kunnen verbeteren”, stelt Laszlo.
    Dat lijkt mij ook.
    Maar wees je ervan bewust dat mensen soms wel naar hun werk komen terwijl ze zich hartstikke slecht voelen. Geef daarom feedback op wat je medewerkers doen en laat merken dat je hun inzet waardeert. Goed voor het zelfvertrouwen en daarom goed voor de prestaties.
  4. Vergeet je vooroordelen over psychische aandoeningen en ga na wat een psychische aandoening nou echt inhoudt. Check websites en vooral: vraag aan je medewerker wat de gevolgen van zijn aandoening voor hem zijn.

Het artikel Zo behandelt Google zijn werknemers dat in NRC van 23 mei 2015 stond, kun je lezen via Blendle.