Mei 022016
 

160502

“Zeg, een maand geleden zag Smilla’s vacht er toch nog goed uit?”
“Zeg, met Oud & Nieuw kon Smilla toch nog wel traplopen?”
“Zeg, vorige week sleepte Smilla toch niet de hele tijd met haar achterpootjes?”

Talloze gesprekken die met zo’n vraag begonnen, voerden K. en ik de afgelopen weken.
“Stel nu een grens en hou je daaraan”, had de dierenarts gezegd, “want als je dat niet doet, dan blijf je maar doorgaan.”
Door dat advies realiseerden we ons hoe snel Smilla achteruit gegaan was – en hoe snel we gewend raakten aan haar steeds verder beperkte mogelijkheden. We pasten ons aan. En we gingen door.

Zonder het vermogen je aan te passen aan deze voortdurend snel veranderende wereld, zou je niet ver komen. Maar nadenkend over Smilla’s verminderde gezondheid, besefte ik hoe makkelijk – bijna ongemerkt – je ook meegaat in situaties die voor je eigen gezondheid misschien niet heel goed zijn.

Neem bijvoorbeeld de werksituatie. Ik ruilde een maand geleden mijn tijdelijke taken weer in voor mijn vaste functie. Met goede moed, bruisend van energie en vol inspiratie begon ik eraan.
Binnen een week kwam ik sip thuis.
“Ik weet niet of dit wel wat wordt”, mompelde ik tegen K. toen die vroeg wat er was. K. wist het wel: zo snel al teleurgesteld, dat is geen veelbelovende start.
“Stel een grens!” drukte ze me op het hart. “Want je weet wat er gebeurt als je dat niet doet. Dan ga je maar door en word je heel ongelukkig.”
“Maar is zo snel al een grens trekken niet een beetje te vroeg?” antwoordde ik.

Zijn we niet te vroeg?, heette de brochure die de dierenarts ons gaf toen we ondanks het goede advies, toch twijfelde over Smilla’s grens.
Bedenk eens hoe de situatie over een maand is, stond erin. Heb je dan waarde toegevoegd aan het leven van je huisdier? Of heb je dan nog een maand lopen tobben?

Zeg, toen ik als trainer werkte, baalde ik weleens maar was ik toch nooit sip?

Is het te vroeg om qua werk een grens te trekken?
Nee.

Het is precies op tijd.

Apr 252016
 
Buitenmodel rijwielen niet toegestaan? Dus ehm... ik mag alleen maar mijn hometrainer in deze stalling zetten?

Buitenmodel rijwielen niet toegestaan? Dus ehm… ik mag alleen maar mijn hometrainer in deze stalling zetten?

“Hoe is het om weer terug te zijn?” vraagt dagelijks wel iemand aan mij over mijn terugkeer in mijn eigenlijke functie, na een jaar als trainer te hebben gewerkt.
“Nou…”, begint telkens mijn antwoord. Wat daarna volgt, hangt af van de persoon die ik tegenover me heb, maar één van de varianten is: “Nou… ik moet wel weer erg wennen aan het jargon!”

Jargon: ik heb er een hekel aan. Verhullende termen vind ik het.
“Zo zijn we veel te gul met vakjargon”, schrijft Sarah Gagestein in haar boek Denk niet aan een roze olifant, “dat vaak niet begrepen wordt, maar waar niemand naar durft te vragen.”

De diagnose die jij hebt is in feite ook jargon. Het is taal die in het psychiatrisch handboek staat en die therapeuten en andere hulpverleners misschien wel snappen, maar een buitenstaander niet – al zal hij dat niet snel toegeven.

“O, dus jij hebt een depressie. Oké…”, kan de reactie zijn die je dan krijgt. Of zoals mijn toenmalige manager reageerde toen ik vertelde dat ik borderline heb: “Borderline? Nou, daar weet ik niks van. Had je verder nog iets te bespreken?”

Zulke reacties, waar elk gesprek op stukslaat en die jou met een ongemakkelijk gevoel opzadelen, moeten echter geen reden zijn om dan maar je psychische kwetsbaarheid voor anderen te verbergen. Maar bereid zo’n gesprek wel goed voor.

Hoe doe je dat?

  1. Bedenk wat jij in de situatie waarin je je bevindt, kwijt wil over jouw kwetsbaarheid. Met je vrienden heb je een andere band dan met je manager, en dus praat je met je vrienden ook op een andere manier over je psychische aandoening dan met je manager.
  2. Verplaats je in de mensen met wie je jouw aandoening wil bespreken. Wat zouden zij belangrijk vinden in je verhaal? Hoe luisteren zij ernaar? Wat is hun referentiekader? Stem daar jouw boodschap op af.
  3. Ga er niet vanuit dat anderen begrijpen waar jij het over hebt als je jouw diagnose noemt. Omschrijf liever wat de impact van je aandoening op jou is. “Ik heb als diagnose dat ik bipolair ben, en dat betekent in mijn geval…”
  4. Wat wil je bereiken met je verhaal? Van je vrienden wil je iets anders dan van je manager. Van die laatste wil je waarschijnlijk dat hij je goede werkomstandigheden biedt, waardoor je ook kunt blijven werken als het slecht met je gaat. Terwijl je in die periodes van je vrienden een arm om je heen wil, en verder juist even helemaal niets hoeft.
  5. Wat is het beeld over jou dat je bij je gesprekspartner wil achterlaten? Dat je vrienden weten dat je af en toe een zielig hoopje mens bent: daar is niks mis mee. En je manager zou zich dat ook heus wel mogen realiseren, maar die moet toch vooral zien dat je slim, weldenkend, goed georganiseerd, zelfstandig en professioneel bent. Hou daar dus rekening mee in de manier waarop jij het gesprek voert.

Meer weten over hoe je je psychische aandoening op het werk bespreekbaar kunt maken? Lees dan mijn boek Werken als een gek, dé handleiding voor werken met een psychische aandoening, voor werkgevers en werknemers (uitgeverij Lucht, 2016). Een gesigneerd exemplaar bestel je hier!

Een handig boek over omgaan met vooroordelen door slimme gespreksvoering is het boek Denk niet aan een roze olifant – de psychologie van onzichtbaar overtuigen met framing van Sarah Gagestein, uitgeverij Haystack, 2014.

Apr 042016
 

160404

“Je bent heel waardevol voor het team geweest”, evalueerde de projectleider me afgelopen donderdag, op de laatste dag van mijn tijdelijke functie. “Samen met de andere trainers heb je de trainingen naar een hoger plan getild. Zonder jullie zouden we niet staan waar we nu staan. En jij als persoon bent bijzonder. Naar jou luisteren mensen, merkte ik steeds weer. Je hebt een mening en ideeën die ertoe doen. Je vaart graag je eigen koers, maar het is ook heel prettig met je samenwerken.”

Een jaar werkte ik als trainer. Toen ik eraan begon was ik ervan overtuigd dat ik totaal niet tot samenwerken in staat was, dat je me beter alleen in een kamertje kon zetten. Eigenlijk verwachtte ik dat zou gaan blijken dat ik überhaupt niet in staat was om te werken.

Maar nog nauwelijks als trainer aan het werk gebeurde er iets raars. De projectleiders, mijn nieuwe tijdelijke collega’s, de teammanager: allemaal spraken ze volmondig hun vertrouwen in mij uit. Letterlijk. En toen ik mompelde dat ik toch nog helemaal niets had bewezen, zeiden ze dat ik me niet hoef te bewijzen – ze hadden me toch niet voor niets aangenomen?

Nog vreemder was de gemeende interesse na iedere gegeven training: “Hoe ging het?”
De betrokkenheid, het samen naar hetzelfde doel toewerken, het van elkaar willen leren en vooral het vertrouwen in ieders talenten en deskundigheid: geen idee had ik dat je werk zo’n warm bad kan zijn.

Het gaf me vleugels. Het gaf me veel meer plezier in mijn werk dan ik dacht dat mogelijk was. Het gaf me energie. Het gaf me zelfvertrouwen. Heel veel inspiratie heeft het me gegeven om terug in mijn eigenlijke functie dingen anders aan te pakken.

En ik kan dat.
Omdat ik ben wie ik ben.

Dóór te zijn wie ik ben.


Werken als een gek

Hoe ik met vallen en opstaan leerde te zijn wie ik ben, lees je in mijn boek Werken als een gek. Je kunt het kopen in de (online) boekwinkel. Wil je een gesigneerd exemplaar? Bestel het dan hier!

Apr 012016
 

160401

“Na mijn dagbehandeling”, vertelde E., een coachee met borderline, “wilde ik zo snel mogelijk weer aan het werk.”

Omdat ze niet precies wist wat voor werk ze zou willen of kunnen doen, solliciteerde ze lukraak op van alles en nog wat, nam de eerste de beste baan aan en ging meteen 32 uur per week werken.
“Maar helaas, ik heb blijkbaar teveel hooi op mijn vork genomen, mijn stresslevel is sky high, ik heb heftige stemmingswisselingen en grote faalangsten, ik voel heel veel druk en ik slaap slecht. Ik ben weer helemaal terug bij af, lijkt het wel.”

Iedereen die langere tijd niet heeft gewerkt, moet wennen aan het keurslijf van een baan, aan het tempo, aan al die mensen de hele dag om je heen. Als je bovendien een psychische aandoening hebt, is het ook nog hard werken om je mentale balans te behouden.

“Ik dacht dat ik wist hoe ik met mijn psychische belemmering moet omgaan, maar op mijn werk vind ik dat maar ingewikkeld,” vertelde E. “Ik weet wel wat ik allemaal niet kan en ik weet wat mijn grenzen en beperkingen zijn, maar ik weet niet hoe ik dat kan aangeven. En eigenlijk weet ik niet wat ik wél kan.”

Doodmoe was E. dan ook.

Herken jij dit?
Heb je een psychische aandoening en werk je je suf?
Voel je je alleen?
Zou je willen delen waar je tegenaan loopt maar weet je niet hoe je dat aanpakt?
Ben je zo druk met het managen van je kwetsbare kanten dat je er niet aan toekomt om te laten zien wat je sterke kanten zijn?

Veel mensen met een psychische aandoening maken mee waar E. doorheen ging.

Na een (dag)behandeling willen ze graag weer aan het werk, of ze zijn naast therapiesessies blijven werken. Ze denken dat ze hun kwetsbaarheid moeten verbergen en daarom houden ze hun gedachten en gevoelen voor zichzelf.

Zelf weet ik er ook alles van. Ik heb ervaren hoe zwaar het is. Het was zó’n opluchting toen ik er eenmaal wel over durfde te praten, al was dat in het begin maar met één collega. Het gaf me de ruimte om te groeien in wat ik goed kan, ik werd een leukere collega en aan het eind van de dag had ik bovendien energie over.

Hoe zou het zijn als jij kunt laten zien wie je echt bent en wat je echt waard bent? Gun jij jezelf die ruimte? Doe dan mee aan het wandelcoachtraject Yes I can. Lees er hier meer over of mail me meteen!

Nov 092015
 

151109Ooit werkte ik ergens waar het gebruikelijk was om aan het eind van het jaar gratificaties uit te delen. Het idee was dat je zo’n gratificatie kreeg als je extra taken op je had genomen, een ingewikkeld project met goed resultaat had afgerond of omdat je onder lastige omstandigheden uitstekend had gepresteerd.
In de praktijk leek het meer een tombola, die voor de nodige scheve gezichten zorgde. Waarom krijg ik nog niet eens een bedankje voor het feit dat ik me uit de naad heb gewerkt en krijgt hij een gratificatie zonder dat hij daar iets noemenswaardig voor heeft gedaan?

Ik had ook ooit eens een leidinggevende die me toevertrouwde dat een groep medewerkers in het team een bonus had gekregen, in de hoop dat ze daardoor zouden meebewegen in een richting die hen niet aanstond. Het maakte me niet uit dat die mensen beloond werden voor iets dat ze níet deden, maar ik baalde wel dat ik nooit een reactie kreeg op de dingen die ik wél deed.

Complimenten.
Ik heb lang gedacht dat het leuk is als je ze krijgt en weliswaar miste ik ze als ze uitbleven, maar het leek me dat ze niet echt noodzakelijk waren om lekker, en met vertrouwen in jezelf, te functioneren.

Totdat ik op mijn huidige werkplek terecht kwam, waar het geven en krijgen van complimenten geen schaars goed is. En trouwens niet alleen complimenten: ook als iets beter kan of anders moet, krijg je dat te horen. Wow, wat is het fijn om te merken dat wat je doet gezien wordt! En wat is het prettig dat anderen iets vinden van wat je doet!

De afgelopen weken was het huiswerk voor de wandelcoachopleiding om te oefenen met het uitdelen van complimenten. Aan anderen én aan mezelf. Vandaag krijg ik weer nieuwe opdrachten, maar de complimenten hou ik erin.


Speciaal voor jou gegoogeld: meer info over het geven en krijgen van complimenten.