Jun 262014
 

140626 Stappen tijdens de lunch

“Het lastigste”, zei ik tegen een collega, “vind ik het om op mezelf te letten als het goed gaat.”

Als alle alarmbellen rinkelen, is het wel duidelijk dat je een stapje (of tien) terug moet doen. Maar wat als je je lekker voelt?
Van leuke dingen doen, in een flow mijn werk doen en als vanzelf kunnen meebewegen met dat wat de dag van me vraagt geeft energie, maar niet eindeloos. En ook van dingen die energie geven word ik moe, al lijkt dat misschien niet zo omdat die vermoeidheid niets voorstelt bij de intense vermoeidheid die ik op slechte dagen voelt.
Als ik me goed voel, denk ik al snel dat ik de hele wereld aan kan en moet ik mezelf er nadrukkelijk aan herinneren dat er zoiets is als op mijn balans letten. En dus komt het mooi uit dat ik me na de vakantie voornam om op werkdagen tijdens de lunchpauzes een wandelingetje te maken. Niet vanwege de psychische balans trouwens – meer voor de fysieke vorm.

Naar buiten gaan tussen de middag doe ik niet van harte. De directe omgeving van kantoor vind ik niet zo leuk dat ik er voor mijn plezier een ommetje maak. Te voet naar het centrum van de stad leek me altijd te ver. Als ik echt iets nodig had, sprong ik op mijn fiets, racete ik naar desbetreffende winkel en kwam ik gehaast weer terug op werk. Dus duh, pauze – wat heb je daar nou aan? dacht ik.

Ik heb nu pas twee keer een lunchpauzewandeling gemaakt en ontdekte al twee dingen.

  1. Het centrum van de stad is gewoon op loopafstand.
  2. Van lopend op en neer naar de stad kom ik heel ontspannen en verfrist terug op werk.

Voortaan dus dagelijks stappen tijdens de lunch, dan regelmatig heel wat stappen terug.

May 292014
 

140529 De gouden regel

“Wat was vroeger bij jou thuis de gouden regel?” vragen de workshopleiders van de workshop Vitaliteit op de werkvloer. Op de Leidse Kennisdag kunnen mijn collega’s en ik de hele dag allerlei workshops volgen en ik begin de dag hiermee in een theehuisje in een polderpark.

De gouden regel is een nog altijd belemmerende overtuiging die je van huis uit meekreeg en de vraag ernaar knalt er hard in. Voor het antwoord hoef ik niet diep in mijn geheugen te graven -wat zal ik kiezen zonder al teveel van slag te raken? Zo’n dag als deze is heel inspirerend, maar met voortdurend veel mensen om me heen en het moeten overwinnen van drempelvrees bij elke workshop, is het ook zonder pittige vragen al voer voor flinke moodswings. Voor mij dus geen go with the flow, maar me zo terughoudend mogelijk opstellen.

De gouden regel die me het veiligst lijkt om te delen is dat ik nooit goed genoeg was. Niet dat dit ooit is gezegd. Maar er is ook nooit gezegd dat de dingen die ik deed wél goed waren en altijd moest het hoe dan ook nog beter. Wat dit me heeft gekost, is de volgende vraag. Ik schrijf eeuwige twijfel op, wat een aardig understatement is voor het verlies van mijn psychische gezondheid. Gelukkig wordt ook gevraagd wat het me opleverde en ik verras mezelf door te bedenken dat hier mijn doorzettingsvermogen vandaan komt. Het geeft me een boost voor de rest van de dag.

Gisteren kreeg ik een mailtje van mijn vader. Hij vindt het leuk dat mijn brief in NRC stond. En: “Hopelijk ga je met jouw kennis van zaken snel in NRC (of Volkskrant, onze krant) meer je stem laten horen.”

Ongetwijfeld is het lief bedoeld. Maar wéér doe ik het nog niet goed genoeg.

May 262014
 

140526 Heel gewone vragen

“Wat versta jij onder structuur?” vraag ik aan K.
Op de achterkant van een brief tekent K. wat lijnen. Ernaast schrijft ze het woord ‘volgorde’. “Wie doet wat, hoe, waar en wanneer”, licht ze toe. “Dat is waarmee ik structuur associeer.”
“Hm”, doe ik aarzelend. “Dat is dan toch niet helemaal wat ik bedoel als ik zeg dat ik behoefte heb aan structuur.”

Het afgelopen half jaar leek het of mijn psychische kwetsbaarheid me op werk meer dwarszat dan ooit. Ik begreep er niks van en verzon er allerlei theorieën voor – maar welke redenering ik ook bedacht: het was hoe dan ook míjn probleem, door míjn stoornis, en door míjn behoefte aan structuur. Dacht ik.

Maar waaraan ik behoefte heb, is niet alleen het antwoord op de vraag wie wat doet: daarvan maakten mijn collega’s en ik laatst een overzicht en even gaf dat rust, al is het een schrikbarend lange lijst. Hoe en wanneer kan ik ook zo uit mijn mouw schudden – alleen steeds als ik daaraan begin, bekruipt me dat onzekere gevoel, wat soms zelfs een soort paniek wordt: ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet! gilt mijn hoofd dan.

Pas anderhalve week geleden wist ik eindelijk wat ik niet weet. Ik weet niet wat ik met mijn werk moet bereiken. Ik weet niet of wat ik doe ertoe doet. Ik denk dat ik doe wat goed is, maar ik weet niet of het werkelijk goed is. Precies de dingen die ik me ook al mijn hele leven over mezelf afvraag. Waardoor ik dacht dat het gewoon mijn eigen eeuwige angst was. Wat me zo onzeker maakte dat ik mezelf begon op te geven. Voor dit werk dan.

Ik ben zó blij dat ik er met mijn collega’s over sprak. Ik blijk heel gewone vragen te hebben. Vragen die zij ook hebben. Vandaag gaan we ze beantwoorden.

May 232014
 

140523 Vijf woorden maar

Nee, makkelijk is het niet, om uit de kast te komen met je psychische kwetsbaarheid. Al is die stap misschien nog wel de makkelijkste. Om behalve je kwetsbaarheid ook open te zijn over de behoeften die je daardoor hebt, is de volgende dappere daad. Ook die stap valt dan weer mee als je die vergelijkt met de grootste uitdaging. En dat is om de ander te vragen aan jouw behoeften tegemoet te komen en (extra) ondersteuning te bieden.
Met één keer die vraag stellen, ben je er nog niet: meestal zul je steeds opnieuw aan de bel moeten trekken – tenzij je het geluk hebt iemand te treffen die zeer invoelend en meelevend is, die bij wijze van spreken al bij jouw specifieke situatie stilstaat voordat je dat zelf doet. Die mensen zijn echter tamelijk zeldzaam.

Gaat het om ondersteuning door je leidinggevende, dan moet je voortdurend duidelijk zijn over wat je nodig hebt. Veel managers zijn namelijk veel te druk met de waan van de dag. Die waan heet al een aantal jaren economische crisis, en dus gaat de aandacht uit naar targets, procedures, reorganisaties en een voortdurend gebrek aan tijd. Iedereen heeft het druk en jammer dan als je daar niet mee kan dealen – al maakt minister Asscher zich daar toch wat zorgen over: niet voor niets lanceerde hij onlangs een anti-werkdrukcampagne.

En er staan best goeie tips op de site over duurzame inzetbaarheid, waarvan de campagne van Asscher een onderdeel is. Maar die hele campagne zou niet nodig zijn als leidinggevenden regelmatig aan hun medewerkers één simpele vraag  zouden stellen. En vervolgens niet alleen echt zouden luisteren naar het antwoord, maar zich dat ook aantrekken.
Vijf woorden zijn het maar.

Hoe gaat het met je?

Stelt jouw leidinggevende die vraag niet? En ben je bang om kopje onder te gaan?

  • Zorg dat je je eigen vangnet creëert: een collega, een vriend of vriendin, eventueel een coach bij wie je terecht kunt voor ondersteuning.
  • Denk niet te snel dat jij, vanwege je psychische kwetsbaarheid, als enige last hebt van een gebrek aan aandacht, ondersteuning of feedback. Check het eens bij je collega’s – waarschijnlijk worstelen ze met hetzelfde als jij.
  • Wat zijn op werk de taken waarin je je sterk en goed voelt? Onderzoek welke mogelijkheden er zijn om aan die taken meer aandacht te kunnen besteden.
  • Wat doe je graag buiten werktijd? Hoe ontspan je? Van welke activiteiten word je blij? Richt daar je focus op.
  • En stel de vraag Hoe gaat het met je? eens aan je leidinggevende. Dat zou zomaar de opening kunnen zijn van een gesprek dat jullie allebei vooruit helpt.
May 172014
 

140517 In hetzelfde kringetje ronddraaien

Het was niet zo dat ik de hele dag bij de brievenbus rondhing, maar een beetje ongeduldig wachtte ik wel op de postbode – die pas kwam toen ik er al niet meer op rekende. Een dag eerder had ik een mailtje gekregen van de reisorganisatie: “Uw informatiepakket is onderweg!”

Even na 18u vind ik het dikke pakket eindelijk in de bus.

Een map vol routebeschrijvingen, hiking trails, info over beren en andere gevaarlijke en ongevaarlijke diersoorten, kortom: de vakantievoorpret. Nog maar 6 dagen hoef ik te werken, onwaarschijnlijk weinig ineens, om vervolgens 3½ week vrij te zijn. Waarvan ik er bijna 2½ in Canada ben. Ik kan bijna niet wachten.

Terwijl ik door de beschrijvingen blader, de kaart bekijk en er ook de reisgids bijpak die al maanden in huis is, speelt voor de zoveelste keer een vraag door mijn hoofd. Hoe komt het toch dat ik de afgelopen maanden, maar dan ook echt máánden, voortdurend zo labiel was? Hoe komt het dat ik er zo aan ben gaan twijfelen of ik überhaupt wel kán werken? Waar komt toch steeds al die onzekerheid vandaan, die extreme gevoeligheid, die snel en fel oplaaiende kwaadheid, al die tranen? Heel veel theorieën bedacht ik, stuk voor stuk net zo logisch als onlogisch. Ik bleef angstig – en eerlijk gezegd was ik nog ‘t meest bang voor mezelf.

Als ik aan K. voorlees hoe we moeten omgaan met beren op de weg – grizzlyberen zullen dat in Canada zijn – besef ik het ineens. Sinds september ben ik niet meer weg geweest. Ik heb wel vrij gehad, korte vakanties, maar ik ging nergens heen, letterlijk bleef ik in hetzelfde kringetje ronddraaien. En dat terwijl vakantie, al is het maar een mini-exemplaar van 2 of 3 dagen in een onbekende omgeving, voor mijn psyche de ultieme reset is.

Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan omdat ik dit zo over het hoofd zag. Maar dat doe ik niet. Ik ga gewoon nog 6 dagen werken. Met goede moed én met een goed voornemen.

Zie ook Toerist.