Oct 312014
 

141031 Zijn mijn ogen te rbuin

“Zag je die persoon/vogel/auto/hond/etc.?” gaat het geregeld als K. en ik op pad zijn.
“Huh? Nee? Ik zag dat kind/katje/vliegtuig/verkeersbord/etc., zag jij die niet?”
We zouden er ruzie over kunnen krijgen – “dat was echt geen kat die jij zag, dat was een hond!”

K. kijkt met blauwe ogen de wereld in, ik neem door bruine ogen de wereld waar. Maar de kleur van onze ogen is niet waardoor we andere dingen zien en waardoor we dingen anders zien. Dat is gewoon hoe we zijn. We wijzen elkaar wat we zagen en verrijken elkaars wereld.

Nog nooit heeft iemand gezegd dat mijn ogen te bruin zijn.
Nog nooit is het in mijn hoofd opgekomen dat het door mijn bruine ogen komt als iets op werk gedoe wordt.

Maar als je maar vaak genoeg hoort hoe moeilijk het is om mensen met een psychische kwetsbaarheid als werknemer of collega te hebben, als er trainingen en richtlijnen nodig zijn voor het omgaan met mensen met een psychische kwetsbaarheid –
Als ik bovendien voortdurend te horen krijg dat ik te kritisch ben, te verantwoordelijk, me dingen te veel aantrek, te persoonlijk opvat, dat ik alles te goed wil doen, dat ik te weinig deel of juist te veel, en dat ik bovenal veel te gevoelig ben –

Dan denk ik wel meteen dat gedoe op werk aan mijn psychische kwetsbaarheid ligt.
Dan denk ik dat er geen gedoe zou zijn – als ik maar niet zo was zoals ik ben.

Wat ik overigens nooit denk bij al die dingen op werk die goed verlopen. Ook al ben ik dan precies dezelfde ik. Dan zegt nooit iemand dat ik te dit en te dat ben. Dan ben ik ineens goed zoals ik ben.

Blauwe, groene, bruine, gele ogen: we kijken allemaal anders, we wijzen elkaar op wat we zagen, we verrijken elkaars wereld en dat vinden we heel normaal.
Is psychische diversiteit niet net zo gewoon?

Oct 292014
 

141029 Een groot bluff your way spel

Netwerken: dat is dus heel erg niet mijn ding. Ik vind het maar moeilijk om zomaar op mensen af te stappen, om een praatje te beginnen, om vragen te stellen (en liefst de goeie vragen ook nog), om na enkele minuten zo’n gesprekje weer af te ronden en op de volgende af te stappen. Dat laatste, op zoek gaan naar een nieuwe gesprekspartner-voor-5-minuten, schiet er trouwens vrijwel altijd bij in – na een eerste netwerkbabbel heb ik vaak suizende oren, hoor ik mijn eigen stem in mijn hoofd echoën, heb ik dorst van het zoeken naar woorden en heb ik kramp in mijn kaken van het iets te geforceerd glimlachen.

Maar al gaat het niet van harte, netwerken, ik kan het inmiddels wel zo’n beetje. Ik kan tenslotte ook over alles en niks babbelen met wildvreemden op straat, met kassamedewerkers in winkels en met klusjesmannen, hou ik mezelf voor als ik even daaraan twijfel.
Ik mag er ook voor kiezen om met niemand te kletsen, sta ik mezelf bovendien toe. Wat vaak tot gevolg heeft dat mensen met mij komen praten – hoef ik in elk geval zelf die eerste drempel niet over die ik voel bij iemand aanspreken.

Het scheelt trouwens heel wat hartkloppingen als je eenmaal door hebt dat er maar weinig mensen zijn die met speels gemak op iedereen afstappen.
Eigenlijk is netwerken een groot bluff your way-spel. Het begint al bij het binnenkomen op een bijeenkomst waar je lang niet iedereen kent. Doe het met opgeheven hoofd, in het wilde weg glimlachend en gedag zeggend: alsof het dagelijkse kost is. Stel je voor aan de mensen die bij je in de buurt staan en ontdek dat iedereen opgelucht is dat iemand daarmee begint. En vallen er stiltes? Ehm… kwam er niet net een berichtje binnen op je telefoon? ;-)


Gisterochtend paste ik bovenstaande voor het eerst bewust toe en beleefde ik een prettige, inspirerende, netwerkcontacten-rijke bijeenkomst op het ministerie van SZW , en vond ik netwerken zelfs een klein beetje leuk (maar was ik na afloop wel doodop – of is dat gewoon het wintertijd-effect?).

Over het OESO-rapport Mental Health and Work: the Netherlands, dat deze bijeenkomst werd gepresenteerd, kan ik niets zeggen omdat hierop tot 25 november a.s. een embargo rust.

Oct 282014
 

141028 Dit gaat ook over mijAl maanden staat mijn werk in het teken van de invoering van de Participatiewet. Een zware klus – waarvan het zwaarste is dat het me steeds zo met mezelf confronteert.

Wat als ik me er wel iets van had aangetrokken toen ze bij de dagbehandeling zeiden dat ik “vluchtte in gezondheid”? Wat als ik me daardoor niet uit de WAO gevochten had en terug in het gewone leven? Wat als ik arbeidsongeschikt was gebleven en geen nieuwe baan had gevonden?

Of wat als ik me er iets van had aangetrokken toen ze in de groepstherapie vonden dat ik niet tegelijkertijd en zonder daar toestemming voor te vragen met een loopbaancoach in zee had mogen gaan? Wat als ik niet had ontdekt wat me drijft, wat ik belangrijk vind en wat voor mij om op de been te blijven op werk noodzakelijk is? Waardoor ik me ben gaan uitspreken over mijn kwetsbaarheid? Dan was ik misschien alsnog ziek en arbeidsongeschikt geworden.

Iedere keer dat het vanwege de Participatiewet gaat over mensen met psychische aandoeningen, klinkt het alsof het gaat over een bijzonder moeilijke doelgroep. Iedere keer dat het vanwege de Participatiewet gaat over mensen met psychische aandoeningen, denk ik: dit gaat ook over mij.
Niet eerder werd ik bijna voortdurend geconfronteerd met zoveel vooroordelen.

Ik probeer mijn werk puur zakelijk te benaderen, maar dit raakt me persoonlijk.


Het lijkt of het toegenomen besef dat veel mensen een psychische aandoening hebben, tot nu toe vooral geleid heeft tot uitsluiting van deze groep op de arbeidsmarkt, schrijft de OESO in 2012 in het rapport Sick on the job? Myths and Realities about Mental Health at Work. Dat rapport gaat over de Europese situatie. 

Vandaag ga ik naar de presentatie van het OESO-rapport Mental Health and Work: the Netherlands. Ik ben meer bezorgd dan benieuwd.

Oct 272014
 

141027 Verknipt (97)Hoe later je naar bed gaat en hoe later je opstaat, hoe intelligenter je bent, zou onlangs uit onderzoek gebleken zijn, las ik laatst. Wat verklaart waarom ik om te beginnen mezelf lang niet altijd begrijp: ik lig meestal rond 22:00 uur in bed en als ik om 8:30 uur nog niet ben opgestaan, vind ik dat al zonde van mijn dag.

Door het ingaan van de wintertijd werd ik vanzelf een uurtje later wakker dan normaal, alleen was dat natuurlijk maar een kunstmatig uurtje. Een kunstmatig uurtje waarvan ik wel echt last kan hebben, omdat van de ene op de andere dag de tijd niet meer klopt met mijn beleving.
Als ik labiel ben, is mijn tijdsbesef daar één van de signalen van: dan zou ik kunnen denken dat het binnenkort zomer wordt, of weet ik zeker dat het al december is, en geen 2014.
Wintertijd voelt dus als labiliteit en het is hard werken om mezelf daardoor niet in de luren te laten leggen.

Over werken gesproken: een artikel in de NRC van zaterdag 25 oktober 2014 adviseert om dat extra uur nuttig te gebruiken door ‘m aan je carrière te besteden. Waarschijnlijk ben je deze maandag toch te vroeg wakker, staat erin, verdoe die tijd niet in je bed, maar ga naar je werk en geef je loopbaan een boost. Er staat een aantal best goeie tips in het artikel.

Toch kijk ik wel uit om een uur extra te werken, al vind ik mezelf daardoor ontzettend star. Want dat ik ziek werd door overbelasting, door onder andere mijn eigen te grote verantwoordelijkheidsgevoel en te vaak te lang werken – dat heeft er flink ingehakt. Ik voel me nog steeds kwetsbaarder dan voor die tijd.

Dus ja, als ik eerder wakker ben zal ik het uur nuttig besteden. Maar niet op mijn werk.


De tips uit het artikel die niet alleen tijdens de wintertijd de moeite waard zijn:

  • Zorg voor een daglicht-lamp. Op mijn kamer op werk hangen die dingen, en het is prettig helder licht. Ik heb onder die lampen zelfs minder last van mijn gebruikelijke middagdip dan op de kamer waar ik eerst zat, waar echt daglicht is.
  • Ga wandelen. En niet alleen tijdens je lunchpauze. Let er ook eens op hoe snel je op je werk loopt, naar de printer bijvoorbeeld of naar de koffieautomaat. Als ik er op let om ook dan meer te wandelen dan te rennen, voel ik me een heel stuk minder gestrest.
  • Maak doelen concreet. Vaak ben je algauw geneigd om de waan van de dag te laten bepalen wat je doelen zijn. Geeft niks, maar zorg dat je binnen die doelen je eigen doelen stelt. En vooral: doe een vreugdedansje als je een doel hebt bereikt.
Oct 152014
 

141014 Vergaderkunst voor gevoeligen

Een week zonder overleggen bestaat in mijn werkagenda niet – zelfs een dag zonder overleggen is een tamelijk zeldzaam verschijnsel. Sommige overleggen geven energie, sommige vergaderingen zijn uitermate vermoeiend, er zijn er ook die overbodig lijken maar die nu eenmaal, ooit, gepland zijn, en sommige overleggen worden standaard één, twee, soms wel drie keer verschoven voordat ze eindelijk doorgaan.

Een overleg is voor mij bij uitstek de gelegenheid om overprikkeld te raken. En hoewel een vergadering gelijk aan het begin van de werkdag de broodnodige afleiding kan bieden na een nacht vol nachtmerries, is het tegelijkertijd een hele uitdaging om mijn hoofd er dan bij te houden. Dagen waarbij ik van het ene overleg in het andere rol kunnen er bovendien voor zorgen dat ik het overzicht totaal verlies.

En daarom: vergaderkunst voor gevoeligen in 4 tips.

  1. Bereid je voor
    En dat bestaat uit meer dan alleen het lezen van de stukken. Bedenk bij welke agendapunten jij iets kunt of moet bijdragen, zodat je weet wanneer je je in elk geval moet focussen. Check tussendoor niet even snel op je telefoon je mail ofzoiets – doe één ding tegelijk en dat is vergaderen.
  2. Schrijf mee
    Ook als iemand anders de notulen verzorgt. Uit onderzoek is gebleken dat je dingen beter onthoudt als je schrijft (met de hand!). Noteer dus de zaken die voor jouw werk van belang zijn en maak ook je eigen actielijstje.
  3. Kies je overbuurman/vrouw
    Zorg ervoor dat je oogcontact kunt hebben met iemand met wie je het goed kunt vinden en met wie je een glimlach kunt uitwisselen. Het schijnt stressverhogend te zijn als degene tegenover je met zijn gezichtsuitdrukking afkeurend of helemaal niet reageert. Niet bevordelijk voor jouw stressniveau als dat door bijvoorbeeld nachtmerries al te hoog is.
  4. Zorg voor schakelmomenten
    Van de ene vergadering naar de andere rennen, of onmiddellijk doorgaan waarmee ik bezig was voor het overleg, werkt voor mij niet. Moet jij ook eerst het ene afsluiten voordat je met het volgende begint? Plan het dus zo dat je daar voldoende tijd voor hebt. Heb je 2 of meer op elkaar aansluitende overleggen, neem dan steeds een nieuwe pagina voor je aantekeningen en berg de stukken op die je niet meer nodig hebt. Blijf je voor verschillende overleggen in dezelfde ruimte, dan kun je het omschakelen een handje helpen door op een andere stoel te gaan zitten.