Aug 142014
 

140814 Waar begin ik met spelen

Ik zou mijn eigen hoofd tekort doen als ik het alleen maar beschreef in termen van chaotisch en druk. Die chaos en drukte zijn vermoeiend en regelmatig meer dan dat – als er in mijn oren een keiharde fluit ontstaat bijvoorbeeld vanwege té veel drukte. Of als ik ’s avonds in bed lig en door té veel chaos en indrukken, stemmen hoor die onsamenhangende dingen zeggen.

Diezelfde chaos en drukte kan ik ook beschrijven als een groot associatief vermogen en sterke verbeeldingskracht – en beiden hebben me ver gebracht. Zonder datzelfde hoofd dat het me zo vaak zo lastig maakt, was er geen blog, geen website, geen Poco Loco. Maar ook geen Hond, niet dit huis, niet mijn grote netwerk op Facebook en Twitter. En ook niet het werk dat ik nu doe.

“Het lijkt mij één van de charmes van jouw functie dat je ‘m helemaal naar je hand kunt zetten”, zei deze week een collega tegen mij. “Je kunt er alle kanten mee uit!”
Voor me lag een vel papier vol aantekeningen over waarom ik dat nu juist niet charmant vind, maar het is waar: het is ideaal om een functie te hebben waarin je zelf mag uitvinden welke taken er wel en niet bij horen en hoe je je talenten inzet. Een grote speeltuin.

Ik hou van speeltuinen. Maar ik hou niet van heel grote speeltuinen. Waar begin ik met spelen? Wat zal ik kiezen? Mag ik echt overal op en in? Hoe raak ik ooit uitgespeeld?
Zoveel mogelijkheden duizelen me, overspoelen me, bedelven me. En dan ga ik maar wat doen, in het wilde weg, zonder na te denken of ik het kan of wil en ben ik binnen de kortste keren uitgeput – of ik ga alleen maar op de schommel, heen en weer, heen en weer, eindeloos.

Imagination will take you everywhere, heeft Einstein blijkbaar gezegd. Maar als niemand me helpt om rondom mijn speeltuin hier en daar een hekje te zetten, brengt my imagination me vooral chaos everywhere.

Aug 122014
 

140812 Niet zeuren dus

Vandaag ben ik mijn werkdag begonnen op mijn favoriete locatie: in een licht, ruim gebouw met hoge plafonds (of zo lijkt het in elk geval) en grote ramen (die misschien niet eens groter zijn dan die van mijn eigen werkplek), een prettig trappenhuis (al is het van hetzelfde grauwgrijze beton gemaakt als de meeste trappenhuizen) en een open, frisse sfeer. Ik voel me er volkomen op mijn gemak, ook al ken ik er maar enkele collega’s. Het enige nadeel is het kunstwerk dat in het trappenhuis hangt: deels bestaat dat uit gebarsten glas. Ik ben doodsbang voor gebarsten glas – gevalletje trauma. Ik heb mezelf aangeleerd om er langs te lopen zonder er naar te kijken.

Soms denk ik dat het gebouw waarin ik werk misschien niet perse slecht voor me is, maar ook niet bijdraagt aan mijn welbevinden. Iedereen die er net werkt, klaagt over verdwalen en zelf ervaar ik het nog altijd als een doolhof. De gangen zijn smal, buitenlicht komt niet heel ruimschoots binnen, het is gehorig, de lucht is er droog, ik heb het gevoel alsof de plafonds op me drukken en veel kamers, inclusief die van mezelf, maken een gesloten indruk. Met moeite ga ik langs bij collega’s elders in het gebouw en dat ligt niet alleen maar aan mijn geheime verlegenheid.

Maar ik vond het maar blasé om er zo over te denken. Niet zeuren dus en hup, gewoon mijn werk doen.

Toch blijkt het niet raar te zijn dat ik me niet heel comfortabel voel in mijn werkomgeving. De inrichting van je werkplek doet er wel degelijk toe, blijkt uit onderzoek onder zo’n 2000 Amerikaanse werknemers. Het heeft invloed op prestaties, betrokkenheid, productiviteit en samenwerking.

Tja.

En dan nu de vraag: hoe zorg je zelf voor balans als je kantoor dat blijkbaar niet (voldoende) doet?


  •  Lees hier het artikel over de invloed van de inrichting van je werkplek.
  • Het rapport van het Amerikaanse werkplekken-onderzoek  vind je hier.
Aug 072014
 

140807 Wat zou je zelf doen

“Het is dat ik die functie al heb”, grap ik tegen mijn collega, “anders zou ik zo solliciteren.” Vanaf deze week werkt onze andere collega een jaar lang ergens anders. En dus is er een tijdelijke vacature.

“Wat zou je zelf doen als je nu zou solliciteren?” vroeg iemand tijdens de workshop op 25 juli j.l. “Zou je vertellen dat je borderline hebt?”
“Ik kan het moeilijk verzwijgen”, zeg ik, “je hoeft me maar te googelen en je weet het!”
“Oké”, antwoordt degene die de vraag stelde, “maar stel dat dat niet zo zou zijn: wat zou je doen?”

Hoewel ik dus niet ga solliciteren op de vacature voor de functie die ik al heb, is het toch de vraag: vertel ik mijn nieuwe collega dat ik borderline heb?

En dat ik daardoor soms vastloop in chaos die ik meestal heviger ervaar dan die werkelijk is?
Dat ik altijd op zoek ben naar duidelijkheid, kaders en structuur?
Dat ik soms moet checken of wat ik voel reëel is, of uitvergroot door borderline?
Dat ik zelf behoorlijk onrustig kan zijn, maar behoefte heb aan rust omdat ik me anders niet kan concentreren en snel overprikkeld raak?
Dat het een slecht idee is om me met een heleboel informatie, vragen en verzoeken over verschillende onderwerpen te overladen, omdat mijn stressniveau daarvan in één keer naar te hoge hoogte piekt (en niet zomaar meer daalt)?
Dat het wel even kan duren voordat ik iemand voldoende vertrouw om iets meer van mezelf te laten zien?

Zoveel vragen, zoveel onzekerheid. Alleen al die onzekerheid maakt dat ik chaos ervaar, me overprikkeld voel, veel meer duidelijkheid nodig heb dan anders, mijn stressniveau de hele week al veel te hoog is en ik er gistermiddag door frustratie en machteloosheid van moest huilen.

En wat doe ik dan? Dan knuffel ik mezelf met koffie.

Aug 052014
 

140805 Een klein kippig taakje

Het is een kleine moeite om enkele weken lang elke dag onderweg van werk naar huis een tussenstop te maken om drie kippen eten en aandacht te geven. Ik doe het met liefde. De kippen belonen me met 1 tot 3 eitjes en een hoop gekakel en als ik niet tegen ze zou kletsen en ze zachtjes over hun veren zou aaien, dan zou dit dagelijkse karweitje in nog geen 10 minuten gepiept zijn.

En toch is die kleine moeite me net iets teveel – zo nauw luistert mijn evenwicht dus. Zo weinig is er maar nodig om met één voet aan de verkeerde kant van de grens terecht te komen. Eén kleine verantwoordelijkheid extra, de opoffering van een minieme hoeveelheid van de tijd die ik nodig heb voor de balans tussen werk en privé, nog wat om aan te denken in mijn hoofd erbij en ik moet alle zeilen bijzetten om mijn andere voet aan de goede kant van de grens te houden.
Ik verwachtte al dat dit zou gebeuren toen ik eraan begon – de tijdelijke kippenzorg heb ik niet voor het eerst.

Ik denk deze dagen weleens aan wat iemand op werk vorig jaar zomer tegen me zei: “Voor mij ben jij een volwaardig functionerende collega.”
Ik weet niet meer of ik toen heb geantwoord dat ik zo’n collega kan zijn omdat ik buiten werktijd niet zo volwaardig functioneer. Dat ik mijn evenwicht tot bijna omvallen toe verstoor als ik bijvoorbeeld tijdelijk een klein kippig taakje op me neem.

Zijn er mensen die, om ziekteverzuim te voorkomen, stoppen met voetballen? Van alle sporten is het namelijk voetbal dat tot het meeste ziekteverzuim door blessures leidt.
Om ziekteverzuim op mijn werk te voorkomen, hou ik in mijn privéleven voortdurend rekening met de grenzen van mijn belastbaarheid – omdat ik denk dat dat moet. Maar hoever moet ik eigenlijk gaan in het laten van dingen die ik graag doe?

En dus kunnen de kippen (en hun baasjes) op me rekenen.

Jul 312014
 

140731 Teveel tegelijk in mijn hoofd

“Jij koppelt alles aan elkaar!” zei iemand pas licht verwijtend tegen mij.

Het raakte me niet, want het klopt: ik verbind van alles met van alles. Vaak helemaal onbewust en nog onterecht ook – als ik aan een niets-betekende frons of een onbeantwoord mailtje een emotie haak die daar niet bij hoort, bijvoorbeeld. Een emotie die dan buitenproportioneel groot wordt. Zó onhandig.
Maar het is niet alleen en altijd onhandig. Mijn hoofd associeert makkelijk. Ik begrijp en onthoud dingen beter als ik het niet als losse brokken zie.

Het gaat mis als ik een grote hoeveelheid losse brokken die onderling verband zouden kunnen houden, maar misschien ook wel niet, in één keer over me uitgestort krijg. Het is wat me vaak op werk overkomt. Een lawine aan informatie, opmerkingen, mededelingen, vragen. Met als gevolg dat ik me onmiddellijk en enorm gestrest, verward en geïrriteerd voel. En er weinig uit mijn handen komt.

Deze week waren er ook losse-brokken-lawines. Het voelt niet alleen alsof er teveel tegelijk in mijn hoofd gepropt wordt: ik zie alle woorden, zinnen en teksten voor me als lichtreclames. En zelfs als mijn bureau opgeruimd zou zijn, wat het nu niet is, zou ik al die brokken toch op een berg zien liggen.

Terwijl ik nadacht over deze ervaring en probeerde om me er niet door te laten verstikken, zag ik de lamp voor me die vroeger thuis in de gang hing. Een gele of bleek-oranje lamp die opgebouwd was uit een heleboel kunststof elementen die in elkaar geschoven waren. Ik fantaseerde er altijd over hoe het was om hem uit elkaar te halen en in een andere vorm weer in elkaar te zetten – om te snappen hoe het precies zat.

Vraag me niet waarom ik die lamp aan de brokken koppelde. En of ik daarom van de brokken een mindmap maakte en overzicht kreeg. En rust.

Is het toeval dat AutoCorrect van mindmap ‘mijnramp’ wil maken en dat mijn hoofd dat direct associeert met ‘mijn ramp’?
Van mijn ramp naar mindmap. Ik kan het iedereen aanbevelen.