Oct 152014
 

141014 Vergaderkunst voor gevoeligen

Een week zonder overleggen bestaat in mijn werkagenda niet – zelfs een dag zonder overleggen is een tamelijk zeldzaam verschijnsel. Sommige overleggen geven energie, sommige vergaderingen zijn uitermate vermoeiend, er zijn er ook die overbodig lijken maar die nu eenmaal, ooit, gepland zijn, en sommige overleggen worden standaard één, twee, soms wel drie keer verschoven voordat ze eindelijk doorgaan.

Een overleg is voor mij bij uitstek de gelegenheid om overprikkeld te raken. En hoewel een vergadering gelijk aan het begin van de werkdag de broodnodige afleiding kan bieden na een nacht vol nachtmerries, is het tegelijkertijd een hele uitdaging om mijn hoofd er dan bij te houden. Dagen waarbij ik van het ene overleg in het andere rol kunnen er bovendien voor zorgen dat ik het overzicht totaal verlies.

En daarom: vergaderkunst voor gevoeligen in 4 tips.

  1. Bereid je voor
    En dat bestaat uit meer dan alleen het lezen van de stukken. Bedenk bij welke agendapunten jij iets kunt of moet bijdragen, zodat je weet wanneer je je in elk geval moet focussen. Check tussendoor niet even snel op je telefoon je mail ofzoiets – doe één ding tegelijk en dat is vergaderen.
  2. Schrijf mee
    Ook als iemand anders de notulen verzorgt. Uit onderzoek is gebleken dat je dingen beter onthoudt als je schrijft (met de hand!). Noteer dus de zaken die voor jouw werk van belang zijn en maak ook je eigen actielijstje.
  3. Kies je overbuurman/vrouw
    Zorg ervoor dat je oogcontact kunt hebben met iemand met wie je het goed kunt vinden en met wie je een glimlach kunt uitwisselen. Het schijnt stressverhogend te zijn als degene tegenover je met zijn gezichtsuitdrukking afkeurend of helemaal niet reageert. Niet bevordelijk voor jouw stressniveau als dat door bijvoorbeeld nachtmerries al te hoog is.
  4. Zorg voor schakelmomenten
    Van de ene vergadering naar de andere rennen, of onmiddellijk doorgaan waarmee ik bezig was voor het overleg, werkt voor mij niet. Moet jij ook eerst het ene afsluiten voordat je met het volgende begint? Plan het dus zo dat je daar voldoende tijd voor hebt. Heb je 2 of meer op elkaar aansluitende overleggen, neem dan steeds een nieuwe pagina voor je aantekeningen en berg de stukken op die je niet meer nodig hebt. Blijf je voor verschillende overleggen in dezelfde ruimte, dan kun je het omschakelen een handje helpen door op een andere stoel te gaan zitten.
Oct 132014
 

141013 Dwars door de hokjes heen

Deze zomer deed ik mee aan een workshop Out Of The Box Denken. Nadat we wat oefeningen hadden gedaan, moesten we in kleine groepjes ideeën op onorthodoxe wijze verder uitwerken. Die uitwerking moesten we vastleggen… op een formulier. Een formulier met vragen en vakken om de antwoorden op die vragen in te vullen.

Alsof ik mijn vingers eraan brandde, duwde ik het formulier van me af.
“Hier kan ik niks mee!” riep ik uit.
Probeer je buiten de kaders te denken, word je toch in een stramien geduwd. Toen ik over mijn frustratie heen was, zag ik er ook wel weer de humor van in. En besloot ik om dan maar dwars door de hokjes heen te schrijven.

Ik denk aan de workshop als ik aan de slag ga met een online formulier dat ik moet invullen voor mijn functioneringsgesprek.
“Zijn er bijzondere omstandigheden die het functioneren deze periode hebben beïnvloed?” is één van de vragen. In een klein vakje moet ik mijn antwoord invullen.
“Wat is er deze periode van het [in een eerder gesprek] benoemde resultaat bereikt?” is een andere vraag. Voor het antwoord daarop is er een joekel van een vak beschikbaar.
“Welke zaken zijn er te bespreken rondom verzuim?” staat verderop. Het antwoordvak daarvoor is even groot als het vak bij een vraag die ik met één woord kan beantwoorden.

Het verwart me.

Welke omstandigheden zijn zo bijzonder dat ze je functioneren beïnvloeden maar toch in een klein vakje passen? Wat zou ik allemaal kunnen opschrijven over mijn resultaten dat er zoveel ruimte voor is? De bijzondere omstandigheid is dus niet mijn ziekteverzuim, en welke zaken zijn er rondom verzuim eigenlijk te bespreken?

Je kunt je afvragen of ik die workshop Out Of The Box Denken wel nodig had. Als het me al zoveel moeite kost om mijn antwoorden in hokjes te proppen.


Formulieren invullen vindt jij hopelijk minder lastig dan ik… want ik zou het heel fijn vinden als je mijn enquête over mijn boekidee zou willen invullen! :-)

Oct 082014
 

Ik had er leuk werk, ik werd gezien en ik werd gewaardeerd, ik was er misschien wel op m’n best – zonder miljoen angsten stapte ik op iedereen af, ik voelde me thuis, ik had er plezier. Het gebouw was prettig en de koffie was goed. Voor kantoorkoffie dan.

En toch vind ik het zo moeilijk als ik er nu voor overleggen of bijeenkomsten naartoe moet, hor sporadisch dat ook is. En terwijl de collega’s van toen me nog altijd enthousiast begroeten en oprecht geïnteresseerd zijn.

Het is de donkere schaduw die over die tijd heen hangt. Want toen ik daar werkte, in dat gebouw, werd ik depressief. Ging ik in therapie. Kwam ik terecht in de psychiatrische dagbehandeling. Kwam ik terecht in de WAO, raakte ik niet alleen een aantal toekomstdromen maar ook mijn werk kwijt en kwam ik er via een re-integratietraject terug om archiefwerk te doen – gelukkig zat de bedrijfspsycholoog een paar kamers verderop en zag hij dat ik in andere dingen veel beter ben dan in archiefwerk, en werd ik zijn assistente. En mocht ik en passant voor de lol wat beroepskeuzetests doen. Rarara wat eruit kwam: iets met schrijven ;-) .

Oja. Mijn ouders wonen er ook vlakbij. Het is de omgeving van mijn kinderjaren. Mijn keel wordt altijd een beetje dichtgeknepen als ik daar ben. Het is best logisch dat ik juist daar en toen depressief werd. En dat ik in die omgeving nog steeds, net zoals ik altijd al wilde, heel snel en heel ver weg wil vluchten.

Met een powergirl-outfit aan en op mijn powerheels ging het allemaal best oké. En de koffie is er nog altijd goed – voor kantoorkoffie.

Sep 272014
 

140927 Verknipt (95)“En wie is hij?” vroeg ik toen ik een aantal banen geleden aan één nieuwe collega niet werd voorgesteld.
“Wie? O, hij”, werd schouderophalend gereageerd. “Dat is een overblijfsel van een mislukt project om mensen met een handicap aan werk te helpen.”

Het overblijfsel bleek, toen ik hem een hand ging schudden, een naam te hebben. Hij was praktisch doof, zag slecht en had een vorm van autisme. Dag in dag uit zat hij in een verloren hoekje op kantoor.
“Wat doet hij?” vroeg ik.
“Niks wat kwaad kan”, was het antwoord. “Hij hoeft allang niet meer te komen, maar hij wil zo graag, dus we laten hem maar.”
En inderdaad lieten ze hem maar – aan zijn lot over.

Nou was communiceren met deze collega vanwege zijn fysieke handicaps niet makkelijk: dat moest schriftelijk, in koeienletters met een dikke zwarte stift op niet-wit papier. Maar eenmaal met hem aan de praat, ontdekte ik dat hij naast een brede interesse, een groot gevoel voor humor had. Hij bleek een Excel-expert te zijn, waardoor ik hem lijsten en overzichten kon laten maken waar we allemaal profijt van hadden, in plaats van de nutteloze taken die hij tot dan toe deed.
Hij bloeide op: hij ging zich beter kleden, hij kreeg kleur op zijn gezicht, hij kon begeleid zelfstandig gaan wonen.
Eén keer kwam hij te laat op werk – omdat het regende. Hij haatte het om nat te worden en om de zoveel stappen was hij woedend stil blijven staan. De volgende dag liet hij zien hoe hij dit voortaan zou oplossen: in zijn bureaulade lag reserve-kleding.
Mijn collega’s bewonderde mijn aanpak. Ik vond wat ik deed niet meer dan normaal.

Ik wist toen nog niet dat ik zelf een psychische aandoening heb.
En hoe belangrijk het dan is dat er op werk iemand is die jou niet aan je lot overlaat.


Als je op werk een hartaanval of een ongeluk krijgt, zijn er bedrijfshulpverleners die eerste hulp bieden. Voor rokers zijn er rookruimtes; sommige bedrijven hebben gebedsruimtes en kolvende moeders kunnen vaak terecht op plekken die daar speciaal voor zijn. Maar als je vanwege je psychische aandoening iets extra’s nodig hebt om goed te kunnen functioneren, moet je maar net de mazzel hebben dat je een collega of leidinggevende hebt bij wie je terecht kunt.

In NRC van donderdag 25 september 2014 stond een artikel over een school die een speciale ruimte heeft voor leerlingen met een stoornis. Het lijkt me een perfect concept voor werkgevers. Zorg voor zo’n ruimte, zorg voor coaching (desnoods telefonisch of via Skype) en je zult zien hoeveel makkelijker veel medewerkers zullen functioneren.

Sep 162014
 

140916 C'est le ton qui fait la musique

“Ehm… mevrouw Sweens?” vroeg de bedrijfsarts nadat ik jankend in elkaar geklapt was zodra ik haar kamer binnenstapte en zij water en tissues voor me gehaald had. Ze tuurde naar haar beeldscherm. “Nee… huh? Ehm, of toch?”
“Ja, wel”, snifte ik.”Dit is nog eens met de deur in huis vallen, hè?”
“Nou, het is inderdaad nogal een entree”, vond ook de bedrijfsarts.
Het zou hilarisch zijn als het niet tegelijkertijd zo verdrietig was.

Mijn laatste ervaring met een bedrijfsarts dateert van een jaar of 4 geleden. Ik was net zo richtingloos, gestresst en verward als nu. Net als nu wilde ik maar één ding: blijven werken. Laten zien wat ik kan. Gewaardeerd worden om wat ik kan. En feedback krijgen op wat beter of anders moet. Ik bloei op van uitdaging, ik leer graag. Ik ben bovendien veel minder Einzelgängerig dan ik altijd dacht: ik deel graag, hou ervan anderen te betrekken bij wat ik doe en betrokken te worden bij wat anderen doen.

Volgens de bedrijfsarts van 4 jaar geleden moest ik maar een ander baantje zoeken.

De bedrijfsarts van nu knikte nadenkend en zei: “Je bent heel loyaal hè.”
Ze zei: “Je moet wel goed voor jezelf zorgen hoor.”
Ze zei: “Ja, natuurlijk wil je waardering en erkenning. Natuurlijk wil je je talenten en vaardigheden inzetten.”
Ze zei: “Als ik je zo hoor, heb je het allemaal hartstikke goed aangepakt.”
Ze zei: “Ken je de cirkel van invloed? Dit is buiten jouw cirkel.”
Ze zei: “Misschien moet je eens een gesprek bij het Loopbaancentrum overwegen.”
Ik dacht dat het gesprek klaar was en ritste mijn rugzak dicht.

Toen zei ze: “En wat kan ik voor je doen?”
Voor het eerst die dag ademde ik uit.

Er zijn bedrijfsartsen die je wel zou willen zoenen.

  •  Tuesday 16 September 2014
  •  Posted by on Tuesday 16 September 2014
  •   2 Responses
  •  Tagged with: