Jan 202015
 

150120Een panty, stond in NRC van afgelopen zaterdag, is veel te veel een supermarktproduct geworden. Terwijl het kiezen van een goede panty heel nauw luistert. Goedkope panties glimmen teveel, een te grote panty slobbert rondom de kuiten, een te kleine panty zit niet lekker, en dan kan een panty ook nog te dun of juist te dik zijn. En kies niet altijd maar zwart – al kunnen felgekleurde exemplaren of met prints eigenlijk alleen maar als je nog geen 25 bent.

Een rok is ook niet altijd zonder meer de juiste rok, stond ook in de krant van zaterdag. Hij mag niet te kort zijn, zeker niet als je er blote benen onder hebt. Ook over decolletés had de krant een mening: geen decolleté. Zeker niet als je solliciteert. Maar verder moet je juist dan vooral aantrekken waarin je je het meest jezelf voelt.

Maar dat jezelf zijn was toch ook wel een aandachtspuntje, stond in een ander artikel in diezelfde zaterdagse krant. Al die authenticiteit de hele tijd – misschien zou je in een sollicitatiegesprek juist dat jezelf zijn een beetje moeten beperken. Want hoe weet je op welke versie van jezelf het bedrijf waar je solliciteert zit te wachten? En betekent een nieuwe baan niet automatisch dat er ook een nieuwe versie van jezelf naar boven komt?

Ik koos een jurk zonder noemenswaardig decolleté die eigenlijk iets te kort was. Daar stond tegenover dat ik geen blote benen had, want ik koos een maillot omdat het te koud was voor een panty. Ik was niet mijn alledaagse zelf – ik was meer de zelf die ik kan zijn als je me op mijn passies aanspreekt.

Het is een vak apart, solliciteren. Van panty tot uitstraling tot wat je zegt: het moet allemaal kloppen. En dan nog weet je niet of goed goed genoeg is.

Jan 182015
 

150118“Je moet hier links rijden”, zei ik vrijdagnacht in mijn slaap. Je moet naar links hier, maakte K. ervan toen ze het opschreef.

Pas toen ik zaterdagavond op Netflix de eerste aflevering van de Welshe serie Hinterland zag, wist ik weer wat bijbehorende droom was: K. en ik zouden in een Wales-achtige omgeving in een leuk, eenvoudig huisje gaan wonen. Ik was blij en bedacht waar ik bloemen kon zaaien.
Maar nog voordat we ons goed en wel konden settelen, bleken Engelssprekende mensen van het huis gebruik te maken om naar hockeywedstrijden te kijken en om naar de wc te gaan. Dat hadden ze altijd al gedaan en onder geen voorwaarde wilden ze van deze gewoonte afwijken.

Dus stapten we in de auto om op zoek te gaan naar een ander huis. K. reed, en vergat steeds links te rijden. Pas op het allerlaatste moment week ze uit voor een politieauto die ons met gillende sirene tegemoet kwam.

We stopten bij wat de zee of een groot meer leek, maar het was een vallei die onder water stond. In een weiland stonden en lagen paarden, met alleen hun hoofd boven water – ze leken eraan gewend te zijn, maar ik vond het verontrustend. Vooral toen ik zag dat de weg ook half onder water stond.

Voor veel mensen is het huis een heel persoonlijke metafoor, voor zichzelf of voor een periode in hun leven. En voor jou? vroeg droomcoach Nicoline me toen ik twitterde over een andere droom over een huis.

Huizen zijn al jaren een terugkerend element in mijn dromen. Naast veerboten op ruwe zee, paarden, vogels in mooie kleuren, cavia’s die alleen nog maar incidenteel voorkomen en gelukkig nooit meer oorlogen.
Huizen gaan bij mij over er niet (meer) bij horen, over me niet (meer) thuis of veilig voelen.
Huizen gaan bij mij tegenwoordig vaak over mijn werk.

Deze droom was een goeie samenvatting van de afgelopen werkweek.

Jan 152015
 

150115

Me te verantwoordelijk voelen is één van de dingen waar ik het afgelopen jaar constant tegenaan liep. Vandaar dat ik er in de loop van de tijd een gewoonte van heb gemaakt om niet stil in m’n eentje mijn gang te gaan, maar te delen waarmee ik bezig ben.

Meestal leidt delen tot meer ideeën, nieuwe inzichten, andere standpunten – je weet wel, in je eentje ga je sneller, maar samen kom je verder.
Maar niet altijd.
Niet als anderen onmiddellijk een mening paraat hebben. Je moet zus! Je moet zo! Die vindt dit en die vindt dat! Ja maar dit en ja maar dat! Ik zou dit niet doen want! Ik zou dat niet doen omdat!
Steeds meer voelde ik me klem zitten terwijl de idea killers me om de oren vlogen.

En ik was nog niet eens zover dat ik al ideeën had. Ik was alleen nog maar aan het inventariseren, verbanden aan het leggen en aan het analyseren. Had ik maar niks gezegd, want het gevolg was dat al die meningen me pushten niet langer na te denken, maar om te handelen, in actie te komen, knopen door te hakken, beslissingen te nemen, allerlei eisen wensen in te willigen zonder nut & noodzaak te onderzoeken, als een kip zonder kop te dóen. Nu. Nú. NU!!!

Ik liep er deze week, meteen op de eerste twee werkdagen na mijn vakantie, keihard tegenaan.
Pas toen ik mijn oren allebei hard hoorde suizen en indringend fluiten, besefte ik dat ze drie weken lang stil waren geweest. Pas toen ik jankend in mijn bed lag te woelen, besefte ik dat mijn hoofd in een bankschroef was geperst.
Met je hoofd in een bankschroef kun je niet denken. Ik niet, in elk geval.

Waar is nu toch weer de gulden middenweg?!

Jan 122015
 

150112Van sommige wetenschappelijke onderzoeken vraag ik me af waarom ze gedaan worden. Zo las ik afgelopen weekend het resultaat van een onderzoek rondom burn-out. Wat blijkt? Als je een burn-out hebt, ben je nogal geneigd om zonder al te veel na te denken en op irrationele gronden beslissingen te nemen.
Het lijkt me nogal voor de hand liggend. Als je maar een beetje moe bent en veel aan je hoofd hebt gehad, lukt het al minder goed om logisch na te denken. Laat staan als je heel vermoeid en al veel te lang te lang bent doorgegaan en je grenzen veel te ver hebt opgerekt of zelfs overschreden.
Roepen deskundigen trouwens niet al jaren dat je tijdens een burn-out geen ingrijpende beslissingen moet nemen?

Zo is ook gebleken dat het niet voor iedereen tot onrust of spanning leidt als je ‘s avonds thuis nog je werkmail checkt. Wel als je het idee hebt dat het moet. Maar doe jij dat omdat je dat zelf wil en nodig vindt, dan bederft het lezen van je zakelijke mail heus je avond niet. Zolang je maar tijd over hebt om psychisch te herstellen van de werkdag. Ja, duh!, dacht ik bijna.

Dat dacht ik bijna, maar toch net niet – dankzij de term psychisch herstel. Psychisch herstellen van een werkdag is iets wat ik altijd moet doen. Omdat ik meer dan gemiddeld gevoelig ben voor prikkels, indrukken en hectiek, dacht ik. Maar blijkbaar is psychisch herstellen zo normaal dat het heel terloops in dit stukje genoemd kan worden: ik had daar geen idee van. Ik had er nog nooit bij stilgestaan. Ik dacht wel dat anderen, net als ik, moeten omschakelen, maar niet herstellen. Hooguit fysiek. Of alleen maar af en toe.

Maar iedereen moet dus kennelijk altijd psychisch herstellen van de werkdag. Mooi zo. Ben ik weer een tikkeltje minder gek. :-)


Het artikel ‘s Avonds werken is niet altijd stressvol stond in NRC van 9 januari 2015.

Jan 092015
 

150109

Zes principes staan sinds een halfjaar hoog in het vaandel op mijn werk. Zes principes waar ik me helemaal in kan vinden en waarin ik, wat een aantal daarvan betreft, zelfs met hart en ziel geloof. Denk aan dingen als vertrouwen geven en krijgen, zorgen voor openheid en verantwoordelijkheid nemen. Vandaar dat ik me aanmeldde als ambassadeur van deze principes.

Gisteren volgde ik samen met collega-ambassadeurs de hele dag workshops om vorm te gaan geven aan onze rol. Het was een dag gericht op voorwaartse beweging, zin in vernieuwing, ambitie, verbinding en verbondenheid; een dag boordevol ideeën, plezier en positiviteit; een dag met veel gesprekken met elkaar, met aandacht, ruimte en waardering voor elkaar – het was een superleuke en heel inspirerende dag. Het was mooi om daar onderdeel van te zijn.

Toch voelde ik me droevig toen ik naar huis fietste.

Want juist mijn verantwoordelijkheidsgevoel, mijn openheid, mijn behoefte aan wederzijds vertrouwen, mijn wens tot verbinding en aan verbondenheid, mijn ambitie, mijn beweeglijkheid, mijn vernieuwingsdrang, mijn ideeën – juist die dingen zijn het die mij op de rand van een burn-out brachten.

Hoe vaak heb ik het niet gezegd: ik wil zo graag.
Ik wil zó graag.
Ik wil meer dan kan.
Heel lang dacht ik: ik wil meer dan ík kan. Heel lang was dat misschien ook zo.

Inmiddels kan ik meer dan ik dacht, en wil ik wat ik kan – en kan het niet. Niet vanachter dat vanille-gele bureau waaraan ik maandag weer plaatsneem (en dat terwijl volgens Insights Discovery mijn belangrijkste kleur ook geel is, zo bleek gisteren, en dus zo goed matcht met dat bureau ;-) ).
Het kan niet zonder opnieuw mijn neus te stoten, te struikelen, om te vallen.

En daarom was ik toch een beetje droevig, toen ik gisteren naar huis fietste.