Sep 272014
 

140927 Verknipt (95)“En wie is hij?” vroeg ik toen ik een aantal banen geleden aan één nieuwe collega niet werd voorgesteld.
“Wie? O, hij”, werd schouderophalend gereageerd. “Dat is een overblijfsel van een mislukt project om mensen met een handicap aan werk te helpen.”

Het overblijfsel bleek, toen ik hem een hand ging schudden, een naam te hebben. Hij was praktisch doof, zag slecht en had een vorm van autisme. Dag in dag uit zat hij in een verloren hoekje op kantoor.
“Wat doet hij?” vroeg ik.
“Niks wat kwaad kan”, was het antwoord. “Hij hoeft allang niet meer te komen, maar hij wil zo graag, dus we laten hem maar.”
En inderdaad lieten ze hem maar – aan zijn lot over.

Nou was communiceren met deze collega vanwege zijn fysieke handicaps niet makkelijk: dat moest schriftelijk, in koeienletters met een dikke zwarte stift op niet-wit papier. Maar eenmaal met hem aan de praat, ontdekte ik dat hij naast een brede interesse, een groot gevoel voor humor had. Hij bleek een Excel-expert te zijn, waardoor ik hem lijsten en overzichten kon laten maken waar we allemaal profijt van hadden, in plaats van de nutteloze taken die hij tot dan toe deed.
Hij bloeide op: hij ging zich beter kleden, hij kreeg kleur op zijn gezicht, hij kon begeleid zelfstandig gaan wonen.
Eén keer kwam hij te laat op werk – omdat het regende. Hij haatte het om nat te worden en om de zoveel stappen was hij woedend stil blijven staan. De volgende dag liet hij zien hoe hij dit voortaan zou oplossen: in zijn bureaulade lag reserve-kleding.
Mijn collega’s bewonderde mijn aanpak. Ik vond wat ik deed niet meer dan normaal.

Ik wist toen nog niet dat ik zelf een psychische aandoening heb.
En hoe belangrijk het dan is dat er op werk iemand is die jou niet aan je lot overlaat.


Als je op werk een hartaanval of een ongeluk krijgt, zijn er bedrijfshulpverleners die eerste hulp bieden. Voor rokers zijn er rookruimtes; sommige bedrijven hebben gebedsruimtes en kolvende moeders kunnen vaak terecht op plekken die daar speciaal voor zijn. Maar als je vanwege je psychische aandoening iets extra’s nodig hebt om goed te kunnen functioneren, moet je maar net de mazzel hebben dat je een collega of leidinggevende hebt bij wie je terecht kunt.

In NRC van donderdag 25 september 2014 stond een artikel over een school die een speciale ruimte heeft voor leerlingen met een stoornis. Het lijkt me een perfect concept voor werkgevers. Zorg voor zo’n ruimte, zorg voor coaching (desnoods telefonisch of via Skype) en je zult zien hoeveel makkelijker veel medewerkers zullen functioneren.

Sep 162014
 

140916 C'est le ton qui fait la musique

“Ehm… mevrouw Sweens?” vroeg de bedrijfsarts nadat ik jankend in elkaar geklapt was zodra ik haar kamer binnenstapte en zij water en tissues voor me gehaald had. Ze tuurde naar haar beeldscherm. “Nee… huh? Ehm, of toch?”
“Ja, wel”, snifte ik.”Dit is nog eens met de deur in huis vallen, hè?”
“Nou, het is inderdaad nogal een entree”, vond ook de bedrijfsarts.
Het zou hilarisch zijn als het niet tegelijkertijd zo verdrietig was.

Mijn laatste ervaring met een bedrijfsarts dateert van een jaar of 4 geleden. Ik was net zo richtingloos, gestresst en verward als nu. Net als nu wilde ik maar één ding: blijven werken. Laten zien wat ik kan. Gewaardeerd worden om wat ik kan. En feedback krijgen op wat beter of anders moet. Ik bloei op van uitdaging, ik leer graag. Ik ben bovendien veel minder Einzelgängerig dan ik altijd dacht: ik deel graag, hou ervan anderen te betrekken bij wat ik doe en betrokken te worden bij wat anderen doen.

Volgens de bedrijfsarts van 4 jaar geleden moest ik maar een ander baantje zoeken.

De bedrijfsarts van nu knikte nadenkend en zei: “Je bent heel loyaal hè.”
Ze zei: “Je moet wel goed voor jezelf zorgen hoor.”
Ze zei: “Ja, natuurlijk wil je waardering en erkenning. Natuurlijk wil je je talenten en vaardigheden inzetten.”
Ze zei: “Als ik je zo hoor, heb je het allemaal hartstikke goed aangepakt.”
Ze zei: “Ken je de cirkel van invloed? Dit is buiten jouw cirkel.”
Ze zei: “Misschien moet je eens een gesprek bij het Loopbaancentrum overwegen.”
Ik dacht dat het gesprek klaar was en ritste mijn rugzak dicht.

Toen zei ze: “En wat kan ik voor je doen?”
Voor het eerst die dag ademde ik uit.

Er zijn bedrijfsartsen die je wel zou willen zoenen.

  •  Tuesday 16 September 2014
  •  Posted by on Tuesday 16 September 2014
  •   2 Responses
  •  Tagged with:
Sep 152014
 

140915 Valse plooien gladstrijkenDat ik dit doe is toch eigenlijk te gek voor woorden, dacht ik al na de eerste dag van mijn virtuele retraite. Goed, geen prikkels via Twitter en Facebook: ongetwijfeld heeft dat z’n voordelen. Maar leuk is anders. Het is als tegen je vrienden, door wie je je juist zo gewaardeerd voelt, zeggen dat je ze voorlopig niet wil zien, omdat ze zoveel gezellige drukte met zich meebrengen.

Frappant, dacht ik na die eerste dag in mijn virtuele hutje op de hei, frappant dat ik er verdomme net als altijd voor kies om mezelf te straffen voor iets dat van zichzelf al naar genoeg is. Dat mijn stressniveau toch weer veel te hoog is, dat ik opnieuw ben omgevallen ook al doe ik alsof dat niet zo is – doe ik dat voor mijn lol? Is dat mijn eigen schuld? Moet ik mezelf daarom iets ontzeggen waaraan ik juist plezier beleef?

Ja, ik had op werk mijn grenzen beter kunnen moeten bewaken. Maar dat ik zo overbelast ben geraakt, komt juist doordat ik mijn grenzen wilde bewaken en ze in plaats daarvan telkens moest oprekken. Ik ben mezelf inmiddels een enorme lastpak gaan vinden, juist omdat ik op mijn grenzen probeerde letten en daar af en toe ondersteuning bij vroeg. Zo langzamerhand ben ik zelfs gaan denken dat ik met mijn behoefte aan grenzen niet geschikt ben voor dit werk.

Naast de paniek die opnieuw door me heen dreigt te gaan gieren als gevolg van de stress, is dat het ergste: het in mijn hoofd opgepopte idee dat misschien wel gedacht wordt dat ik mijn werk niet aan kan.

De afleiding van Twitter en Facebook helpt bij het gladstrijken van dergelijke valse plooien in mijn hersenen. Het voordeel van mijn virtuele hutje op de hei is dat ik daar achter kwam.


Op de foto:
De kaart “Don’t cross the borderline, I’m on your site” is van de Socialrun, een non-stop estafetteloop van 555 kilometer in 48 uur om aandacht te vragen voor de vaak moeilijke positie van mensen met een psychiatrische aandoening.
De kaart “Als je vraagt hoe het gaat…” is van Samen Sterk zonder Stigma.

Sep 122014
 

Op 1 september sprak ik met de bedrijfsarts af dat ik 2 weken slechts halve dagen zou werken. Of dat een goed idee was, wist ik niet zeker: mijn hoofd voelde verre van normaal. Wat ik wel zeker wist, was dat thuis blijven een slecht idee zou zijn. Zonder afleiding, zonder nuttige dingen om handen, zonder een praatje hier en een babbeltje daar zou mijn hoofd beslist op hol slaan. En dus 2 weken slechts halve dagen werken – en die 2 weken zouden eigenlijk in totaal maar 5 dagen zijn omdat precies in die weken al tijdenlang 3 vrije dagen in mijn agenda prijkten.

In totaal ging het 3 dagen zoals de bedoeling was.

Op de 4e dag zag ik met mijn collega hetzelfde gebeuren als wat er met mij gebeurd was: door hoge werkdruk, een groot verantwoordelijkheidsgevoel en geen half werk willen afleveren, sloeg ook haar stressmetertje zwaar in het rood uit. Natuurlijk had ik mijn ogen daarvoor kunnen sluiten, na 4 uur werken mijn biezen kunnen pakken en het haar zelf laten uitzoeken. Ik deed dat niet.
Afgelopen dinsdag werd een overleg gepland waarvan mij werd verteld dat het dringend noodzakelijk was en waarbij alle genodigden aanwezig moesten zijn – ik ook, al zou ik die dag een vrije dag hebben. Ook was er opnieuw collegiale eerste hulp bij stress vereist en 4 uur werd wat meer.
Gisteren fietste ik na bijna 7 uur werken naar huis: opnieuw was het vanwege hulp aan collega’s niet gelukt om me aan mijn maximaal 4 uur werken te houden.

Vijf dagen zou ik 4 uur per dag werken, 20 uur in totaal. Het werden 6 dagen en ongeveer 30 uur. Mijn herstel, dat de eerste drie dagen zo goed leek te gaan, is gestagneerd.
Je doet het jezelf aan, zeggen verschillende mensen.

Het zal wel. Ik ben iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik ben iemand met een sterke teamgeest: ik laat mijn collega’s niet in de kou staan als ze een beroep op mij doen en kennelijk niet bij iemand anders terecht kunnen.
Het zijn eigenschappen die als competenties in mijn functieprofiel staan.

Toch zou je bijna denken dat ik me maar volledig moet ziek melden. Vanwege die competenties. Uit zelfbescherming.
Maandag heb ik een vervolgafspraak bij de bedrijfsarts.

Sep 102014
 

“Het kan mij niet schelen of een medewerker een fobie voor liften heeft”, zei een manager onlangs tijdens een Poco Loco-workshop. “Als die medewerker op werk gewoon met de trap kan, dan is er toch niks aan de hand?”

Terwijl ik luisterde naar de discussie in de groep, dacht ik een andere locatie van werk. Het is een locatie waar ik graag ben, want het is er ruim, licht, vriendelijk, rustig en overzichtelijk. Alleen hangt er in het trappenhuis een groot glas-in-lood-achtig kunstwerk dat uit deels gebarsten glas bestaat. Het jeugdtrauma dat nog altijd zo mijn leven bepaalt, heeft van alles met kapot glas te maken. Gebroken glas iets om te vermijden en zeker niet iets om via een trap pal langs te lopen.

En dus moet ik, iedere keer dat op die verder zo prettige locatie moet zijn, zelfs al iedere keer dat ik zie dat op die locatie iets gepland is, mezelf over een berg angstgevoelens heen zetten en houdt het me bezig of ik met de trap langs het kunstwerk zal gaan of de lift zal pakken. Iedere keer dat ik toch de trap neem, zoals laatst bijvoorbeeld voor mijn afspraak met de bedrijfsarts die op de 1e etage zit, draaf ik zo snel mogelijk met afgewend hoofd langs het gebarsten gedeelte. Of ik nou met de trap ga of met de lift: iedere keer moet ik bewust mijn verstand ver boven mijn gevoel plaatsen.

Mijn baas hoeft inderdaad niet te weten welke beelden ik zie als ik word geconfronteerd dat kunstwerk. En door dat verstand-boven-gevoel-trucje beïnvloedt deze angst mijn werk meestal niet. Maar persoonlijk vind ik het wel prettig als mijn baas beseft dat zoiets kleins net de druppel kan zijn als mijn spanningsniveau door andere factoren al veel te hoog is.

En ik heb dus ‘alleen maar’ last van angst. Laat staan hoe het is als je een fobie hebt.


Vandaag is in Den Haag het nationaal congres Anders denken over psychische aandoeningen. Ik ben erbij als werkambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma en als lid van de Raad van Advies van het project Stigma & Werk van SSzS.
Bovendien werd ik vorige week benaderd door Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland, met de uitnodiging om plaats te nemen in een panel dat, naar aanleiding van de productie ANGST van PodiumT (zie filmpje boven deze blog), met de zaal in discussie gaat over werk en angst.

Op Twitter kun je het congres volgen via de hashtag #adpa.