Feb 272015
 

150227

Consciëntieus zijn (hoog niveau van zelfregulatie, doorzetters, zelfdiscipline, gericht op prestatie), las ik in een notitie over werknemers die lijden aan een depressie, wordt geassocieerd met minder ziekteverzuim. Consciëntieuze mensen neigen tot doorwerken ondanks depressieve klachten. “Consciëntieus zijn”, staat er in het stuk, “is kennelijk een persoonlijke factor met een positieve invloed op de participatie.”

Diezelfde gedreven, consciëntieuze medewerkers zouden het meest gevoelig zijn om burn-out te raken, lees je op zo ongeveer elke website over burn-out. Kan het tegenstrijdiger?

En ondertussen heet een burn-out in bedrijfsartsenjargon een aanpassingsstoornis en vraag ik me af waaraan je je dan niet of misschien juist teveel aanpast. Aan je eigen grenzen? Of aan die van de omgeving?

Dit speelde door mijn hoofd toen ik, de avond nadat ik op het congres Mensenwerk had gesproken, het boekje 20x moed, kracht, motivatie, openheid, ambitie, talenten en dromen las.
Twintig portretten van ambassadeurs van Samen Sterk zonder Stigma, twintig portretten van gedreven, consciëntieuze mensen. Dat waren ze al voordat ze geconfronteerd werden met hun psychische aandoening, en dat realiseerden ze zich vaak pas nadat ze daarmee geconfronteerd werden – waardoor deze 20 mensen allemaal grote beslissingen over hun loopbaan namen.

Allemaal? Nee.
Bijna allemaal. Eentje deed dat pas echt nadat ze het boekje las waarin haar eigen portret staat.

Die ene, dat was ik.


Staatssecretaris Klijnsma van het ministerie van SZW heeft op 9 februari op het congres Mensenwerk een boekje gekregen met 20 voorbeelden over de kracht van openheid. Twintig Samen Sterk ambassadeurs komen aan het woord over moed, kracht en hun talenten.
Ambassadeur Vicky Bergman reikte het boekje aan mevrouw Klijnsma uit: “We hopen dat deze 20 mensen de Staatssecretaris inspireren tot nog meer daden, zonder aanziens des persoon.”

Samen Sterk wil aan iedereen laten zien dat openheid over psychische aandoeningen werkt en geeft daarom dit boekje graag aan iedereen die het wil lezen. Download het hier.

Feb 192015
 

150219

“Weet je zeker dat je weer 32 uur wil gaan werken?” vroegen de therapeuten ongelovig toen ik de dagbehandeling in het psychiatrisch ziekenhuis afrondde.
Hun verbazing verbaasde me. Ik was toch beter?
Ik wist toen nog niet dat ik borderline heb, maar ik had wel al een huis en een hypotheek. Ik had bovendien net ontdekt dat ik ambitie had en zowel bij de hypotheek als bij die ambitie leek 32 uur prima te passen.

Toch ging ik een poos geleden van 32 naar 28 uur en een 24-urige werkweek sluimerde al enige tijd als grote wens. Maar ja, ambitie. En weliswaar inmiddels een ander huis, maar nog steeds dus een hypotheek.
Denken in beperkingen is zó belemmerend.

Maar wat is nou eigenlijk precies mijn ambitie? vroeg ik me de afgelopen maandag steeds vaker af. Is dat nog dezelfde ambitie die ik had toen ik na de psychiatrische behandeling 32 uur ging werken? En ook nog dezelfde als op het moment dat ik 28 uur ging werken?

Met een filmpje op YouTube staan (met inmiddels meer dan 15.000 views!), in IKONHuis en Eén Vandaag verschijnen, een boek schrijven en een bomvolle zaal toespreken maakt heel veel duidelijk: ik wil meer met Poco Loco. Ik wil meer workshops geven. Ik wil meer schrijven. Ik wil coaching toevoegen. Ik wil tijd om dit allemaal te realiseren.

Voor sommige ambities is less more.
Gisteren stemde mijn leidinggevende in met mijn grote wens.

Feb 162015
 

150216

Ik raas nogal over alle onderwerpen heen, was mijn eigen observatie toen ik iets langer dan een maand geleden de  allereerste schrijfsels voor mijn boek opstuurde naar mijn redacteur. Even iets aanstippen of alleen maar in een bijzinnetje noemen kun je doen in blogjes – er doet zich altijd wel weer een moment voor om er verder op in te gaan. Of niet, en dat is ook goed. Dat past bij de vluchtige aard van blogjes. Voor een boek ligt dat toch net even anders.
Inderdaad, vond ook mijn redacteur, moest ik maar proberen om alles wat ik tot dan toe geschreven had, wat meer uit te diepen.

Dus dat is wat ik de afgelopen week deed.

Of het allemaal voor het boek bruikbaar is, is nog even de vraag. Schrappen kan altijd weer.
Voor mezelf was deze uitdiepingsactie in elk geval bijzonder bruikbaar. Het leverde me namelijk onverwacht waardevolle inzichten over werk op.

Namelijk dat ik iedere keer vastloop in hetzelfde patroon: dat ik door mijn sterke ambitie steeds weer meer wil dan mogelijk is.

Voordat ik in de psychiatrische dagbehandeling terecht kwam, was dat geen probleem. Dan ging ik op zoek naar een andere baan en kon ik weer even vooruit. Alleen was ik toen maar heel zijdelings bezig met wat ik zelf nou echt wou. Ik had altijd voornamelijk gedaan wat anderen wilden, verwachtten, deden.
Pas vlak voor de dagbehandeling vond ik mijn oorspronkelijke ambitie terug. Om ‘m vervolgens aan de kant te schuiven. Want rust, reinheid en regelmaat. Leven op de handrem.

Tot de afgelopen jaren. Ambitie trekt zich niks van handremmen aan. Gelukkig maar. Want waar word je gelukkiger van dan van doen wat je echt graag wil? En waarom zou ik me daarvan laten afleiden als ik daardoor steeds in dezelfde valkuilen stap?

Ik schrijf een boek en er ontstond een plan.
Woensdag zet ik stap 1.

Feb 102015
 

150210

Helemaal zeker was het tot zondagmiddag niet, dat het Radio Eén Journaal me maandagochtend zou interviewen te gelegenheid van het Congres Mensenwerk. Pas op het allerlaatste moment zou de redactie van het programma besluiten welke onderwerpen in de uitzending zouden komen.

“Vind je het niet lastig”, vroeg K. toen we het erover hadden, “dat je dan pas weet waar je aan toe bent?”
Ik haalde mijn schouders op. “Neuh, niet echt. Ze waren bij voorbaat al zo positief over mijn medewerking dat ik me hoe dan ook gewaardeerd voel, ook als het niet zou doorgaan. En trouwens, als ik het lastig vond, had ik nee kunnen zeggen.”

Afgelopen donderdag, aan het einde van de middag en van mijn werkweek, stond een collega aan mijn bureau. Een afdeling zou tijdelijk minder bereikbaar zijn: of ik dat even in een positief verwoord stukje op internet kan zetten? “En het geldt vanaf maandag, dus…”
Nee zeggen was niet echt een optie en haast was geboden.

Nou heb ik niks tegen onder druk werken, en stukjes schud ik niet uit mijn mouw maar ik schrijf wel makkelijk, en met dank aan een andere collega kon ik er zelfs voor zorgen dat het bericht niet alleen snel online, maar ook in het huis-aan-huis krantje kwam. Tevreden meldde ik dat in een mailtje aan mijn collega.

“Sorry”, liet de NOS zondag aan het begin van de avond weten. “Het item gaat niet door. Ik hoop dat je er niet teveel op had gerekend? En nogmaals ontzettend bedankt voor je medewerking!”
Natuurlijk was het een teleurstellende boodschap. Toch drukte ik met een brede glimlach mijn telefoon uit.

Deze week ben ik vrij van werk. Omdat ik een mailtje verwacht, check ik dagelijks mijn zakelijke inbox.
De verwachtte mail is er nog niet.
En er ontbreekt nog iets.

Het geeft niet. Niet echt. Ik had mezelf al een schouderklopje gegeven voor mijn snelle acties van donderdag. En in vergelijking met de vele mooie reacties op mijn bijdrage aan het Congres Mensenwerk doet het er al helemaal niet toe.

Maar toch.
Een blijk van waardering is een kleine moeite – en geeft zoveel meer (werk-)plezier.


Ben ik kritisch naar collega’s? Ja, dat ben ik. En met reden. Want onderzoek door het Trimbos Instituut heeft de samenhang aangetoond tussen psychische aandoeningen en werkomstandigheden: autonomie, psychologische taakeisen, baanzekerheid en steun van collega’s. En onder steun van collega’s versta ik onder meer waardering en feedback, variërend van (opbouwende) kritiek tot een bedankje.

Feb 062015
 

150206

“Zou jij vertellen dat je een psychische aandoening hebt als je zou solliciteren?” vroeg een deelnemer aan een workshop die ik afgelopen zomer gaf.
Ik schoot in de lach. “Ik kan moeilijk anders”, zei ik. “Google mij en je weet het!”

Maar nu ik sinds kort aan het solliciteren ben, moet ik toegeven dat ik een moment van paniek had: wat als mijn openheid tegen me werkt?
Ik kon het snel weer van me afzetten. Als een organisatie me daarom afwijst, dan zou het waarschijnlijk toch geen goeie match zijn.

Inmiddels ben ik drie keer afgewezen. En weet ik zeker dat het toch door mijn psychische aandoening komt. Niet dat ik daardoor ben afgewezen, maar wel dat ik daardoor geen geschikte kandidaat ben. Want mijn loopbaan die zo gestaag in een duidelijke richting verliep, maakt wonderlijke kronkels sinds ik in de dagbehandeling in het psychiatrisch ziekenhuis terechtkwam. Ik weet wat ik wil en wat ik kan en toch is het alsof ik daarmee maar geen vaste grond meer onder mijn voeten krijg. Wat ik wil en kan is sinds de dagbehandeling namelijk geen eenduidig pakketje meer, maar een versnipperde verzameling van heel veel en van alles wat.

En natuurlijk, dat heeft ook absoluut zijn waarde. Sterker nog, ik weet beter dan ooit wat ik wil en wat mijn kwaliteiten en vaardigheden zijn. Sinds ik ziek werd, weet ik bovendien wat ik belangrijk vind en wat ik voor wie wil en kan betekenen. Wat me alleen niet duidelijk is, is wat voor functie daar nou bij hoort. Hoe kunnen werkgevers dan weten dat ik heel geschikt ben voor hun vacature?

Ik heb er zo’n mazzel mee gehad dat ik sinds het psychiatrisch ziekenhuis van de ene functie in de andere rolde. Had het nog maar heel lang zo door kunnen gaan.

Drie sollicitaties nog maar. Drie afwijzingen. Ik mag niet wanhopen.